Stemmig als New Orleans

Het nieuwe album Algiers van Calexico is melancholiek als New Orleans, de stad waar het is opgenomen.

Al meer dan vijftien jaar roept Calexico's mengsel van alternatieve country, mariachi en de soundtrackhits van Ennio Morricone beelden op van hete, droge landschappen: beelden uit de klassieke westerns van Sergio Leone, trillend hete lucht boven een eindeloze woestijnweg, een verlaten grenspost met slagboom ergens bezuiden Calexico's thuisstad Tucson, Arizona of het Californisch-Mexicaanse grensplaatsje waarnaar de groep zich noemde. Albumtitels als Hot Rail (2000) en Carried To Dust (2008) passen daarbij.

Alleen al daarom is het opmerkelijk dat op de hoes van het zevende reguliere studioalbum sinds 1997 blauw water klotst. Het is het water van de Mississippi: de albumtitel Algiers verwijst niet naar de hoofdstad van Algerije, maar naar het gelijknamige stadsdeel van New Orleans op de zuidwestelijke oever, de wijk waar Calexico de plaat opnam in een tot studio omgebouwde houten baptistenkerk.

Joey Burns (43) is naar waterstad Amsterdam gekomen om over het album te vertellen. In een hotelbar verbeeldt hij met zijn armen hoe hoog het plafond was waaronder Algiers tot stand kwam. 'De kerk deed een beetje aan Paradiso denken. Hij werd in 2005 zwaar beschadigd door orkaan Katrina, maar is prachtig gerestaureerd. Je voelt er de geschiedenis en de muziek.'

Calexico's gang naar Algiers in december 2011 was een breuk met het verleden. Burns, medeoprichter John Convertino (vóór Calexico speelden ze samen in een Giant Sand-bezetting rond frontman Howe Gelb) en hun wisselende gevolg van bandleden namen vrijwel al hun muziek dicht bij huis op, sliepen na een studiodag bij voorkeur in hun eigen bedden. Dat was nu juist onwenselijk.

'Er is veel veranderd in onze levens: ik ben vader van een tweeling geworden. De eerste maanden, en dan vooral de nachten, vielen me soms zwaar. Johns vrouw werkte jarenlang hard aan haar proefschrift, wat een wissel op hun relatie trok. We konden thuis niet focussen, vonden er de rust niet. We moesten weg van de tv, de laptop, de routine, al was het maar om weer eens een nacht fatsoenlijk te slapen.'

Het was hun muzikale klankbord Craig Schumacher (die er zelf ook wel even tussenuit wilde, na een lang en succesvol gevecht tegen kanker) die New Orleans voorstelde. Burns zag het meteen zitten.

'In het verleden speelden we Afro-Cubaanse muziek met muzikanten in Cuba. We maakten Spaanstalige jazz met een fifties-gevoel. In onze muziek ruik je Mexico. Ineens sneed het allemaal hout: New Orleans ligt weliswaar in de VS, maar is de gevoelsmatige poort naar het zuidelijk halfrond, naar de Spaanstalige wereld. Raar dat we ons nog nooit hadden gerealiseerd dat het een echte Calexico-plek is.'

Ze zaten er een paar weken: Burns en Convertino, met alleen Schumacher als assistent. In het verleden werden de andere bandleden doorgaans in een vroeg stadium bij de opnamen betrokken, maar het fundament van Algiers werd gelegd door de tweemanskern. Pas na thuiskomst in Tucson werd de plaat voltooid met de overige bandleden, die zich overigens inhielden: Algiers werd een midtempo-album, melancholiek als New Orleans, stemmig en ingetogen. Songs als Epic, Para en Splitter horen tot de beste die Calexico maakte.

'Het contrast in sfeer tussen onze albums en onze uitbundige optredens is met de jaren groter geworden, geloof ik', constateert Burns.

In New Orleans werd hard gewerkt, maar voor Burns en Convertino voelde het haast als een vakantie, na een intensieve periode thuis. Zo beschouwd is het haast een wonder dat Calexico de voorbije jaren zo productief was. Weliswaar verscheen het vorige studioalbum Carried To Dust in 2008, maar sindsdien maakte Calexico twee filmscores (Circo in 2010, The Guard in 2011), droegen ze bij aan albums van onder meer Neko Case en Maggie Björklund en fungeerden ze als begeleidingsband van Amos Lee op diens album Mission Bell (2011), dat in de VS verrassend de eerste plaats van de albumlijsten bereikte.

'We houden gewoon ontzettend van muziek maken', verklaart Burns het arbeidsethos. 'En eerlijk is eerlijk: zo'n filmscore maak je een stuk sneller dan een volwaardig nieuw Calexico-album. De film is je houvast, de regisseur geeft zijn wensen door. We doen het met zorg en plezier, maar het is toch maatwerk. We zijn er in de loop der jaren handig in geworden om als het ware met de film mee te componeren. Dan kun je snel werken. Kijk naar het immense oeuvre van Ennio Morricone: die componeerde tientallen scores per jaar.'

Opvallend: veel songs op Algiers gaan over beweging. Over mensen op een zoektocht. In twee songs speelt een vrouwelijke immigrant de hoofdrol: 'Lupita's gonna weave a path to the land up north', zingt Burns in Puerto, 'Gonna find her way thru the thick of it all.'

En in Better And Better: 'She's heading north into the haze (...) Is it better than staying at home with nowhere to go?'

'Misschien is dat de les die Algiers ons heeft geleerd', zegt Burns. 'Als je gelukkig bent en dat zo wilt houden, moet je niet stil blijven zitten, maar in beweging komen en jezelf uitdagen. Misschien was het daar tijd voor.'

Calexico: Algiers. City Slang/Konkurrent.

Live: Take Root Festival (Oosterpoort), Groningen, 15 september. Paradiso, Amsterdam, 21 november.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden