'Stem op de CPN is stem op Romme'

Met de volstrekt a-politieke leus 'Drees, uw vertrouwen waard' voerde de PvdA in 1956 een succesvolle verkiezingsstrijd. Van inhoudelijk campagnevoeren was in het verleden geen sprake, er werd keihard op de man gespeeld, analyseert Philip van Praag....

DE FELSTE verkiezingscampagne die ooit in Nederland is gevoerd is ongetwijfeld die van 1956. Twee dagen voor de verkiezingen publiceerde de PvdA-partijkrant Het Vrije Volk over vrijwel de gehele voorpagina een artikel van minister Suurhoff onder de kop 'Domweg liegen, dat doet de KVP'. In het artikel sprak hij uit dat hij zich niet kon voorstellen dat vooraanstaande KVP'ers als Romme en Beel 'dit Göbbels-gedoe' van de partij goedkeurden.

Aanleiding voor de botte aanval van de PvdA-minister van Sociale Zaken was het feit dat de Katholieke Volks Partij vond dat de Algemene Ouderdomswet (AOW) ook een beetje haar verdienste was.

KVP-leider Romme reageerde de volgende dag op een verkiezingsbijeenkomst op koele toon: De nuchtere en bekwame minister Suurhoff blijkt ook geplaagd door de sentimenten van de verkiezingsstrijd. Het is daarom goed dat er een einde aan deze strijd komt. Van de kwalificatie 'Göbbels-gedoe' zal de heer Suurhoff vanavond al spijt moeten hebben.

Het was niet de eerste keer in de campagne dat KVP en PvdA botsten. De toon was in juni 1955 al gezet met het KVP-pamflet Overwinning '56 (O'56). Een tekening van in brand staande katholieke instituten als school, ziekenhuis en KRO had als onderschrift 'Als de rode haan victorie kraait'.

Het pamflet was in KVP-kring omstreden maar werd toch massaal verspreid. Tijdens de eigenlijke campagne vonden nog een aantal incidenten plaats in Brabant en Limburg. Bij een toespraak van Drees in Roermond werden de kabels van de luidsprekers doorgesneden, in Heerlen beplakten PvdA'ers een rustaltaar en in Venlo werden stinkbommen gegooid op een PvdA-bijeenkomst.

Suurhoff was één van de straatvechters in de PvdA-campagne. Zijn uitvallen diende echter vooral om de eigen achterban bij de les te houden. De centrale persoon in de PvdA-campagne was minister-president Drees. Met een volstrekt a-politieke leuze 'Drees, uw vertrouwen waard' probeerde de PvdA met succes haar positie als grootste partij te versterken.

Het gezag en de populariteit van Drees waren zo groot dat hij politiek gezien feitelijk onaantastbaar was. Geen partij poogde hem aan te vallen en in alle media werd met groot respect over hem geschreven.

De felle campagne van 1956 was allerminst een inhoudelijke campagne. Duidelijke politieke meningsverschillen of een visie op het beleid van het volgende kabinet speelden geen rol. De aandacht van de media ging vooral uit naar de incidenten. De politieke leiders Drees en Romme waren het middelpunt van de campagnes van PvdA en KVP.

In het PvdA-verkiezingsmateriaal kon de kiezer verschillende foto's van de minister-president bewonderen: Drees werkend in zijn studeerkamer, lopend naar zijn werk en aan het strand met zijn echtgenote. De KVP deed veel moeite om Romme de gelijke van Drees te laten zijn en de lijsttrekker tevens een menselijke uitstraling te geven. In een huis-aan-huis verspreide brochure werd hij omschreven als 'Romme, de lijsttrekker, de hemelbestormer'. Foto's met vrouw, kleinzoon en van Romme thuis de krant lezend ontbraken niet.

Als de kiezers in april 1956 op een individuele politicus hadden kunnen stemmen en niet op een partij had 41 procent voor Drees gekozen. Romme had slechts de steun van 18 procent gekregen. Onder linkse kiezers was er sprake van een sterke afkeer van Romme. De PvdA maakte daar handig gebruik van door kiezers die overwogen op de enige linkse concurrent van die tijd te stemmen, de communistische CPN, met een simpele leuze te benaderen: 'Een stem op de CPN is een stem op Romme'. Vooral de KVP maakte zich hier kwaad over.

Als het om verkiezingscampagnes gaat is er veel minder veranderd in Nederland als vaak wordt aangenomen. In kritiek op de huidige campagnes klinkt vaak een heimwee naar het verleden door toen er nog inhoudelijk campagne zou zijn gevoerd en mannetjesmakers nog niet bestonden. Een geïdealiseerd beeld van een verleden dat nooit bestaan heeft.

Juist in de hoogtijdagen van de verzuiling, toen de electorale verschuivingen gering waren, werd er vaak fel strijd geleverd om de kiezers, maar dat ging zeker niet gepaard met een inhoudelijk debat. Het centraal stellen van de lijsttrekker dateert niet van de laatste jaren. Ook zonder uitgebreid electoraal onderzoek wisten de partijen zeer goed of een lijsttrekker populair was en hoe men dat kon uitbuiten. Het is een misvatting te denken dat de personalistische campagne een uitvinding van het televisie-tijdperk is.

De huidige tweestrijd Kok-Bolkestein heeft trekken van de strijd Drees-Romme. Kok heeft bij herhaling gezegd dat Drees zijn grote voorbeeld is. Qua populariteit en gezag doet hij weinig voor hem onder, ook hij wordt gewaardeerd als een minister-president die boven de partijen staat en wordt soms doodgeknuffeld door zijn tegenstanders.

Net als Drees heeft Kok last van linkse concurrenten, maar een leuze als 'Een stem op GroenLinks of de SP is een stem op Bolkestein' zal de PvdA niet aandurven. Het inspelen op de weerzin tegen een rechtse politicus om de linkse kiezer te motiveren is echter een oude strategie van de PvdA. Slechts de naam van de tegenstander verandert: van Romme via Schmelzer en Van Agt naar Bolkestein.

De huidige VVD-leider zal zich liever aan Drees dan aan Romme willen spiegelen, maar zijn politieke positie is sterk vergelijkbaar met die van Romme. De KVP was net als de VVD nu regeringspartij, en haar politieke leider zat niet in het kabinet, maar in de Kamer. Vanuit die positie bekritiseerde Romme regelmatig het kabinet. Het kwam zijn populariteit niet ten goede. Bolkestein deelt met Romme ook het lot dat hij buiten de eigen partij weinig populair is.

Het was in 1956 niet voor het eerst dat er personalistische campagnes werden gevoerd. In 1937 voerde de gereformeerde ARP een dergelijke campagne rond de zittende minister-president Colijn, de sterke man uit de Nederlandse politiek van die dagen. De verkiezingen van dat jaar vormde de aanleiding voor de ARP om te formuleren waaraan een personalistische campagne diende te voldoen: men kon zich slechts achter personen opstellen voor zover zij de dragers van beginselen waren.

Dit uitgangspunt is terug te vinden bij andere partijen uit die tijd. Zo besteedde de PvdA in 1946, 1948 en 1952 veel tijd in de campagne aan het uitleggen van het beginsel van de Doorbraak, met name haar visie op de relatie tussen godsdienst en politiek.

Natuurlijk ging het bij de Doorbraak om een aanval op de confessionele machtspositie, maar het stond los van het dagelijkse politieke strijdtoneel. De massapartijen uit die dagen mobiliseerden hun achterban primair op basis van hun beginselen en het vertrouwen in de politieke leider.

Door de ontzuiling zijn deze beginselen grotendeels verloren gegaan. Ze leven nog slechts bij een klein deel van het electoraat, terwijl partijen ook grote moeite hebben om hun beginselen nog op herkenbare wijze te formuleren.

Vanaf de jaren zestig ziet men in de campagnes de beginselen verdwijnen. Ze worden vervangen door politieke onderwerpen die nog wel een relatie met de oorspronkelijke ideologische stroming hebben, maar ook met de dagelijkse politieke praktijk. De later zo verfoeide strijdpunten van de PvdA waren een logisch gevolg van deze verandering.

De periode van midden jaren zestig tot midden jaren tachtig is eigenlijk de enige periode waarin in Nederland echte inhoudelijke campagnes werden gevoerd. Zelfs in deze jaren werden de campagnes echter gedomineerd door sterke politieke persoonlijkheden als Wiegel, Den Uyl en Van Agt.

De personalistische campagne is niet nieuw voor Nederland. Nieuw is vooral de steeds grotere vrijheid die het campagneteam heeft om een lijsttrekker te profileren. In het verleden werd op de inhoudelijke invulling van de campagne duidelijk toegezien door het partijkader en het partijbestuur. Het partijkader is grotendeels verdwenen en heeft nog maar weinig macht. De zelfstandige rol van het partijbestuur is eveneens sterk verminderd.

Politieke leiders kunnen zich op dit moment nog niet volledig losmaken van de ideologische traditie waar ze uit voorkomen. Het electoraal belang van een populaire lijsttrekker wordt echter steeds groter. Als Trouw meldt dat ruim éénderde van de PvdA-kiezers aangeeft vanwege de lijsttrekker op de PvdA te stemmen gaat het wel om 12 tot 15 zetels, dat aantal kan voor de PvdA het verschil zijn tussen een historisch dieptepunt of een fraaie overwinning. Niet vergeten mag echter worden dat ook Colijn en Drees reeds een kleine maar beslissende premier-bonus wisten te incasseren.

Philip van Praag is als politicoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden