Stelling: De kunstwereld kan leren van de politiek

Wekelijks nemen de cultuurspecialisten van de Volkskrant stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst. Deze week: Rutger Pontzen.

Adam Szymczyk tijdens de persbijeenkomst op 7 juni in KasselBeeld epa

Er zijn van die toespraken die je rechtop in je stoel doen zitten. Uitgesproken door iemand van wie je had gedacht dat hij een obligaat praatje zou afsteken, omdat het nu eenmaal bij zijn functie past om verhalen te vertellen, vol gemeenplaatsen en open deuren. Vooral politici hebben er een handje van. Maar deze keer was anders, bij de persbijeenkomst van Documenta 14, afgelopen woensdagochtend in het Kongress Palais aan het Holger-Börner-Platz in Kassel.

Nu is de Documenta in de loop der tijd uitgegroeid tot de Olympische Spelen van de mondiale beeldende kunst. Ze worden om de vijf jaar gehouden, de hele wereld is er vertegenwoordigd en er is altijd wel een relletje of omstreden uitgangspunt. Bovendien had de organisatie voor deze aflevering iets nieuws bedacht: de tentoonstelling zou niet in Kassel van start gaan, maar werd al twee maanden geleden in Athene geopend. Het was een ideetje van Adam Szymczyk, de ongenaakbare, altijd fris en fruitig ogende stercurator (Kunsthalle Basel, Biënnale Berlijn en zo meer) die de afgelopen vier jaar aan het project heeft mogen werken, met een team van vijftien medewerkers.

Zeven daarvan mochten in het neoclassicistische paleis hun zegje doen.

Bijster opwindend zijn deze voordrachten niet. Meestal gaat het om ingedikte aftreksels van wat in de catalogus staat. Ook nu weer. Opvallend was wel, dat het woord 'kunst' angstvallig werd vermeden. Het ging meer over uiteenlopende topics als de 'economische, maatschappelijke, financiële en politieke veranderingen in de wereld', het belang van 'religie, sekse en immigratie', 'de onzekerheid als een zekerheid' en 'falend leiderschap'.

Je kon in de zaal een speld horen vallen - uit stille hoffelijkheid of omdat iedereen in slaap was gevallen. Een congres van orthopeden is doorgaans sprankelender.

Totdat de Hessische staatsminister voor Wetenschap en Kunst, Boris Rhein, het feestelijke, want door een kunstenaar in elkaar geknutselde spreekgestoelte betrad.

Nadat een eerdere spreker uitbundig de sponsoren en fondsen had bedankt, stelde Rhein zich de retorische vraag: of overheden, ook de Hessische deelstaat, in deze tijd van bezuinigingen en herverdeling van geld en middelen, niet beter dat gebrekkige geld en die gebrekkige middelen zou moeten inzetten voor sociale, economische en andere doelen?

Nein, was het korte antwoord dat de staatsminister gaf. Dat weinige geld moest ook aan kunst worden besteed. Hedendaagse kunst. Want zonder kunst en cultuur zou er minder vernieuwing zijn. 'En in zo'n wereld wil ik niet leven', zei hij.

Ik kan me niet herinneren of er in de zaal enige opwinding ontstond. Het ging op het podium al snel weer over 'de verstoorde relatie die leidt tot sociale onzekerheid, problemen met onderwijs en gezondheidszorg' en over 'het geïmporteerde geweld naar Duitsland vanuit Afghanistan'.

Maar wat onze Boris memoreerde in een kort statement (waarin hij ook nog zei trots te zijn op de Documenta), klonk iets wat je zelden van politici hoort. En wel dit: dat a. kunst noodzakelijk is, b. het experiment het leven verrijkt en c. de politiek daarvoor ruimhartig de portemonnee moet blijven trekken.

Klare taal die in Kassel ook nog eens wordt geëffectueerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden