REPORTAGE

Stelletje amateurs op de Noordzee

'Bootvluchtelingen' in 1940

Karel Dahmen (95) was gisteren terug op het reddingsbootje waarmee hij in mei 1940 op goed geluk koers zette naar Engeland. Met nog 45 anderen aan boord. Een redder noemt hij zich niet.

Loet Velmans (links) en Karel Dahmen in de haven van Scheveningen aan boord van de Zeemanshoop. Beeld Guus Dubbelman

'Kom, we gaan naar Engeland.' Dat was ongeveer het eerste dat Karel Dahmen (95) tegen zijn huisgenoot Jo Bongaerts zei nadat hij op 14 mei 1940 op de radio had gehoord dat het Nederlandse leger had gecapituleerd. Hij zei het in een vlaag van woede - in het Roermonds. 'We dachten niet aan een vaderlandse plicht of zo', zegt Dahmen. 's Middags hadden ze vanuit Delft, waar ze aan de Technische Hogeschool studeerden, Rotterdam zien branden. 'Enorme rookpluimen waar de vlammen doorheen priemden.'

Dahmen had zijn beslissing in een flits genomen, tijdens het avondmaal. Bongaerts had iets meer bedenktijd nodig: 'Wacht even. Ik moet m'n eitje nog opeten.'

Ze fietsten naar Scheveningen. 'We dachten: al die vissers willen natuurlijk ontsnappen', zegt Dahmen. Maar tot hun verbazing gebeurde er niets op zee en duidde niets erop dat schepen klaar werden gemaakt voor vertrek - hoewel de kades werden bevolkt door honderden vertwijfelde mensen die naar Engeland wilden ontkomen.

In de meute troffen Dahmen en Bongaerts een bevriende Delftenaar aan, de werktuigbouwkundige Harry Hack. Die had zijn oog laten vallen op de Zeemanshoop, een reddingsboot. Ze braken het motorluik open en kregen de motor aan de praat - met behulp van bemanningslid Tinus Rog, die daarna weer in de mensenmassa verdween. 'Ik was benedendeks om mijn volkomen nutteloze bijdrage te leveren aan het starten van de motor', zegt Dahmen. 'Toen die begon te puffen, stak ik mijn hoofd boven het luik uit en zag een woud van benen. Tientallen mensen waren op het verlossende geluid van de motor afgekomen. De boot was meteen overvol.'

De Zeemanshoop.

Proviand was er niet. 'Een paar sinaasappels en wat water. En misschien een fles cognac om drenkelingen op verhaal te brengen. We wisten niet hoe groot de voorraad dieselolie was. Dat was wel een punt van zorg. Ik zat, toen we eenmaal op zee waren, te prakkiseren of ik van een stompje mast en wat dekzeilen nog een zeil kon maken waarmee we met 1 knoop een beetje hadden kunnen doorscharrelen.'

De 42 opvarenden merkten Dahmen, Bongaerts, Hack en Lou Meier, een Groningse student die zich bij hen had gevoegd, aan als 'de bemanning'. 'Dat suggereerde een professionaliteit die wij niet hadden', zegt Dahmen. 'Alleen Hack kon met zijn ervaring en karakter de leiding op zich nemen, maar ik was slechts een zeilbootmannetje.

'Na een paar uur varen beseften de opvarenden dat zij zich hadden toevertrouwd aan een stelletje amateurs. Ik herinner mij nog dat een van hen, Otto Neurath, 's nachts achter in de kuip naast me kwam zitten. 'Aber, wo sind wir jetzt?' vroeg hij. Ik zei: 'Dass weiss ich nicht.' 'Aber Sie können doch Ihre Position ausrechnen?' 'Nein, dass kann ich auch nicht.' 'Ah, ist dass nicht so leicht?' 'Nein, das ist nicht so leicht.' Later informeerde hij nog naar de prijs van de overtocht. Hij was aangenaam verrast toen ik hem vertelde dat die gratis was.'

In een boek dat gisteren tijdens een herdenkingsbijeenkomst in Scheveningen werd gepresenteerd (Weg, ontsnapt aan de Duitse bezetting, van Danny Verbaan) is sprake van 'een opstand' aan boord van de Zeemanshoop: sommige opvarenden zouden erop hebben aangedrongen terug te keren. Dahmen houdt het erop dat er 'enig meningsverschil was over de route'. Hack wilde koers zetten naar Frankrijk: 'Dan kunnen we meteen met de moffen gaan vechten.' Sommige opvarenden wilden inderdaad terug naar Nederland. 'Maar Hack zei: wie terug wil, moet zwemmen. Daarmee was de discussie eigenlijk wel ten einde.' Bij Dahmen zelf leefde 'de heel sterke wens' om door te varen naar Engeland.

Het is de vraag of de Zeemanshoop die bestemming ooit op eigen kracht zou hebben bereikt: het bootje koerste naar het westen toen het na zo'n 19 uur varen op 15 mei 1940 werd opgepikt door de Britse torpedobootjager Venomous. Jaren na dato zag Dahmen een foto die aan boord van de Venomous van de opvarenden is gemaakt. 'Ze hadden bijna een etmaal op elkaar gepropt gezeten. Daarvan is op die foto niets te zien: ze toont keuvelende heren met hoeden en dames met handtasjes. Ongelooflijk.'

Aan boord van de Venomous dronken Dahmen, Bongaerts, Meier en Nack thee met gecondenseerde melk in de hut van de kapitein, die welwillend naar 'ons verhaaltje' luisterde. In Londen werden de bemanningsleden en de opvarenden van elkaar gescheiden. Dahmen heeft de meesten nooit meer gezien.

Hij bracht korte tijd door op Oxford en heeft 'suikerbieten gewied' bij een boer. 'Dat was geen prettige bezigheid. Normaal trokken de Engelsen daar Ieren voor aan.' Hij werd assistent machinist op het koopvaardijschip Jupiter, was matroos op de (gloednieuwe) kruiser Jacob van Heemskerck en was enige tijd als verbindingsofficier werkzaam bij de Britse admiraliteit. In die hoedanigheid nam hij als eerste in Londen kennis van de vernietiging van de geallieerde vloot tijdens de Slag op de Javazee (1942). 'Het was een droeve tijd', zegt Dahmen. Vooral vanwege het weinig dynamische karakter van zijn werkzaamheden. 'Gelukkig liet mijn commandant mij af en toe uit. Dan mocht ik een rondje varen op een mijnenveger of voer ik mee op de proeftocht van een nieuw schip.'

De reddingboot Zeemanshoop in 1936. Beeld anp

Na de oorlog werkte Dahmen in Indonesië, Nederland en de VS, waar hij sinds 1967 woont. Aanspraak op de status van Engelandvaarder ontleent hij niet aan de overtocht met de Zeemanshoop. 'Anders dan degenen die in latere jaren de overtocht waagden, hebben wij geen grote gevaren ondervonden. Toen we onder vrij gunstige omstandigheden Nederland verlieten, had ik nog geen Duitser gezien.' Als redder van Joden merkt hij zichzelf al helemaal niet aan. 'Die mensen waren op een gegeven moment gewoon aan boord.'

De reddingsboot Zeemanshoop heeft hij sinds de overtocht nog tweemaal gezien: een keer kort na de oorlog in de Amsterdamse marinehaven en gisteren tijdens de herdenking van de overtocht in Scheveningen - waartoe Bill Foster, zoon van een bemanningslid van de Venomous het initiatief had genomen. Hier trof Dahmen nazaten van de mensen die hij in veiligheid heeft gebracht en de enig overlevende opvarende: de 92-jarige Louis Abraham (Loet) Velmans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.