Stelen voor de gein in Parijse banlieue

In Pantin, een buitenwijk van Parijs, moet het leven wel beroerd zijn. Criminaliteit, gebroken gezinnen, drugsgebruik, werkloosheid; het is er allemaal volop tussen de lelijke bruine flatgebouwen....

Zoals zo vaak in zijn carrière richtte de Franse regisseur zijn camera op kinderen - jonge pubers van rond de dertien jaar ditmaal, die nog niet, zoals hun oudere broers, van het rechte pad gedwaald zijn.

Toch zal het die kant wel opgaan met deze ontluikende crimineeltjes. Ze stelen voor de gein een brommer, om er een paar rondjes op te rijden en hem vervolgens terug te bezorgen bij de eigenaar. Een winkel kunnen ze niet uitlopen zonder een paar spullen onder hun jas te verbergen. En ze weten precies hoe je aan een pistool kunt komen.

Wanneer de 13-jarige Talia in Pantin verschijnt, op zoek naar een vriendje bij wie ze wil logeren, zijn Iliès, Mous, Nassim en Rachid vooral geïnteresseerd in haar pitbull. Nog dezelfde nacht stelen ze het beest om hem door te verkopen aan de 'grote jongens', die hem willen gebruiken voor hondengevechten.

Talia, die door haar felle blik al snel de bijnaam 'Tyson' krijgt, is na een ruzie met haar stiefvader het ouderlijk huis ontvlucht, en blijft een tijdje in Pantin. Ze is ontroostbaar na het verlies van haar pitbull, raakt bevriend met het kliekje van Iliès, en al snel helpen de jongens haar bij haar zoektocht naar het beest, terwijl ze wijselijk hun mond houden over de toedracht van de diefstal.

Op overtuigende semi-documentaire wijze laat Doillon zien hoe het er aan toegaat in Pantin. Drugshandel en andere louche zaakjes zijn dagelijkse realiteit voor de jongens, net zoals het vluchten voor de politie en het incasseren van geweld. Maar voor Iliès en zijn vrienden is het geen troosteloos bestaan; ze zien de criminaliteit als een lolletje, waar ze met plezier en inventiviteit aan meedoen.

Net als in zijn eerdere films waarin kinderen de hoofdrol spelen, zoals Le petit criminel, Le jeune Werther en Ponette, weet Doillon zijn jonge, onprofessionele acteurs en actrices tot grote prestaties te brengen. Doillon heeft de gewoontes en het taalgebruik van de kinderen - net als hun personages afkomstig uit de arme buitenwijken - goed bestudeerd.

Het resultaat is een levendig en waarheidsgetrouw portret van een jeugdcultuur. Doillon laat de gebeurtenissen voor zich spreken; hij zoekt geen verklaring voor het immorele gedrag van de jongens, en keurt hun daden ook niet nadrukkelijk af.

Dat ze, in hun situatie, weinig goede voorbeelden en dus weinig keus hebben, spreekt vanzelf - van openlijke maatschappijkritiek is geen sprake.

Liever toont Doillon dat kinderen onder alle omstandigheden lol trappen, vriendschappen sluiten en verliefd worden. En opnieuw bewijst hij zich goed te kunnen verplaatsen in de belevingswereld van jongeren - of het nou een vierjarig meisje is dat haar moeder heeft verloren, zoals in het ontroerende Ponette, of een stoere dertienjarige die graag een pistool wil 'om zich te kunnen beschermen'.

De wereld van Petits frères is hard, maar niet minder gevoelig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden