Stefan Verwey heeft het boosaardige een gezicht gegeven En, zijn we nog niet gestorven vannacht?

Geen zinnig mens zou vrijwillig in de wereld willen wonen die Stefan Verwey tekent. Die wereld wordt gedomineerd door kwaadwillige, arrogante, achterbakse en zelfzuchtige types....

PATRICK VAN DEN HANENBERG

Van onze medewerker

Patrick van den Hanenberg

NIJMEGEN

Stefan Verwey (Nijmegen, 1946) zit er met zijn tekenpen boven op. Hij registreert, hij klaagt aan, en houdt zichzelf daarmee overeind. Al dertig tekenjaren lang. Een keuze uit het werk van die periode, dat onder meer is verschenen in de Volkskrant, De Gelderlander, Wordt Vervolgd en Vrij Nederland, is tot 18 mei te zien in de foyer van de Nijmeegse Stadsschouwburg.

Verwey kreeg zijn eerste geheime tekenlessen op kostschool van de frater van de wasserij. De kleine Verwey probeerde de ronde-tafelgesprekken van De Gaulle, MacMillan, Chroetsjov en andere politieke kopstukken uit de jaren vijftig op papier te krijgen. De was-frater surveilleerde in de refter en zag dat de tekenaar problemen had met het perspectief. Hij hielp hem op weg.

De kostschoolherinneringen kon Verwey goed gebruiken bij zijn eerste professionele opdracht in 1966, het wekelijkse stripje Broeder Gosewijn, voor de Katholieke Illustratie. Deze broeder haalt het water uit de doopvont om er zijn bad mee te vullen. Hier is een brave katholiek aan het werk die zich een paar ondeugendheden veroorlooft. Verhaaltjes in de onschuldige orde van De Lachende Kerk van cabaretier Fons Jansen.

Die onschuld verdwijnt echter als Verwey in 1973 een plek krijgt in de rubriek Dag In Dag Uit van de Volkskrant. Na verloop van tijd groeit het sombere besef dat de samenleving absoluut niet maakbaar is, en dat de kritische tekenaar altijd een waakhond met een muilkorf zal blijven. Toch heeft dat hem er niet van weerhouden flink van leer te trekken tegen het kwade.

Ruim tien jaar geeft Verwey het boosaardige geen echt gezicht. Het is ongrijpbaar en glibberig. De kolonel en de beul hebben de pet zo diep over de ogen getrokken dat alleen de neus, in de vorm van een puntige steenscherf, zichtbaar is. Ook de planologen en architecten, die vanachter hun bureau de steden laten volplempen met fantasieloze kolossen, komen nauwelijks in beeld. We zien alleen de schade die ze hebben aangericht: een mathematisch opgezette blokkenstructuur, waarin geen bomen passen omdat die op hinderlijke wijze de kille symmetrie doorbreken. Bomen hebben ook nog het vreselijke nadeel dat ze in de herfst hun bladeren verliezen, en dat levert troep op.

Milieu-activisten, krakers, tegenstanders van kernenergie, bestrijders van het apartheidsbewind in Zuid-Afrika, pacifisten en linkse cabaretgroepen, zoals Jack Spijkermans Dubbel & Dwars, herkennen in Verwey de best mogelijke grafische vertaler van hun ideeën. Hij doet het zonder woorden. Met strakke lijnen die de gevoelloosheid benadrukken. Glashelder.

Soms lopen fantasie en werkelijkheid griezelig in elkaar over. In januari 1978 tekent Verwey een man die aan het uiteinde van een bouwkraan bungelt. Een aantal jaren later wordt een foto verspreid van een executie in Iran. Khomeiny lijkt door de prent van Verwey op een idee gebracht en laat een tegenstander op dezelfde wijze bungelen.

Halverwege de jaren tachtig dreigt Verwey vast te lopen. De uniformiteit van zijn schepsels - mannen en vrouwen zijn vrijwel niet van elkaar te onderscheiden - en de halsstarrigheid waarmee iedereen zijn mond houdt, gaan enigszins tegenstaan. Geveld door hernia belandt Verwey in het ziekenhuis en slurpt daar de beelden en dialogen op. Als hij weer gaat tekenen, wordt de oude stijl in fasen aangepast. Hij geeft de vrouwen borsten. Iedereen krijgt een stem. En vanaf de jaren negentig hebben zijn creaties zelfs haar op het hoofd, en normaal menselijke voeten in plaats van puntige dolkjes.

Nu de vorm is bijgevijld, kan gewoon worden doorgewerkt met de vertrouwde thema's. Want er is geen wezenlijk verschil tussen een beul en een stompzinnige arts die zijn patiënt 's ochtends vraagt: 'En. . . zijn we nog niet gestorven vannacht?'

Op het affiche van de tentoonstelling in Nijmegen bespeelt de tekenaar een gigantische kroontjespen alsof het een contrabas is. Er klinkt sombere, zware muziek. Maar ondanks de vele mineur-klanken is ze toch verkwikkend.

Stefan Verwey, een keuze uit dertig jaar cartoons. Stadsschouwburg Nijmegen, t/m 17 mei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden