Steentijdslaapkamer had kleed en muggenkruid

Al 77 duizend jaar geleden sliepen oermensen in met riet bedekte slaapkamers. Mét muggen-werend geurkruid, blijkt uit de ontdekking van zo'n oerslaapkamer.

In de half open Sibudu-grot, aan de zuidoostkust van Zuid-Afrika, vonden Lyn Wadley van de universiteit van Witwatersrand en collega's oeroude overblijfselen van biezen, het moerasgras galigaam en bladeren van de boom de Kaapse kweepeer. Dat betekent dat toen Europa nog werd bevolkt door Neanderthalers er in Afrika al volledig ingerichte slaapkamers waren, concludeert Wadley.

Traditionele volkeren gebruiken nog altijd gevlochten vloer- en slaapmatjes van biezen en galigaam; de bladeren van de Kaapse kweepeer stinken en worden 'over de hele wereld gebruikt om bedwantsen en luizen weg te jagen', zegt etnobotanicus Tinde van Andel van NCB Naturalis.

Wadley wijst er bovendien op dat de Kaapse kweepeer ziektekiemdragende muggen afschrikt. Dat geeft te denken, schrijven de archeologen in Science: 'Het vroege gebruik van kruidengeneeskunde kan deze mensen een voordeel hebben gegeven.' Die mensen waren overigens anatomisch modern: ze behoorden al tot 'onze' soort homo sapiens.

Volgens Wadley vlochten de oermensen de galigaamstengels anders dan vandaag niet aaneen tot matten. 'Sporen van vlechtwerk hadden we gezien als die er waren', bericht ze vanuit Zuid-Afrika. 'We hebben geëxperimenteerd met de galigaamstengels en onder meer ontdekt dat ze ook zonder vlechtwerk een veerkrachtig en schoon oppervlak vormen om op te zitten en te liggen. Ze vergaan niet zo snel als gras en zijn dus erg duurzaam.' Daardoor was het niet nodig om matten te maken, denkt Wadley: 'De mensen die hier woonden waren maar met weinigen. Ze konden gewoon nieuwe plukken als ze die nodig hadden.'

Wadley slaagde erin duizenden jaren geschiedenis uit de opgestapelde laagjes materiaal in de grot af te lezen: een slaapkamergeschiedenis die zich uitstrekt van zo'n 77 duizend tot 58 duizend jaar geleden. Daarbij vonden de onderzoekers ook verbrande plantenresten: een teken dat het beddengoed soms in de haard werd gekieperd. Etnobotanicus Van Andel verbaast dat niets: 'Ze zullen vol ongedierte hebben gezeten als mensen er jaren op hebben geslapen. Het is goed te begrijpen dat die grasmatten af en toe in brand werden gestoken als de grot moest worden opgeruimd.'

Archeoloog Wil Roebroeks van de universiteit Leiden spreekt van een 'pracht van een vondst'. De tot dusver oudste aanwijzing voor het gebruik van matrassen was zo'n 50 duizend jaar oud, zegt Roebroeks. Maar die is indirect: in een Spaanse grot vonden onderzoekers vorig jaar versteende korreltjes afkomstig uit plantaardig materiaal. 'De unieke constellatie van laagjes plantaardig materiaal die men nu heeft aangetroffen, is zeer bijzonder.'

Van Andel vindt het opmerkelijk dat de onderzoekers geen vruchtenzaden vonden. 'De Kaapse kweepeer heeft eetbare vruchten, en het lijkt mij aannemelijk dat die holbewoners die ook aten. Maar misschien aten ze niet in bed?'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden