Steendrukkers

In zijn vorig jaar onder de titel De twee hoeden gebundelde memoires wijdt de schilder en graficus Nicolaas Wijnberg een hoofdstuk aan zijn vader, die van beroep steendrukker was en ten tijde van de Eerste Wereldoorlog werkte bij de grote Amsterdamse drukkerij Belderbosch & Coesselin....

Steendrukkers

Driekwart eeuw later deelt Wijnberg het enthousiasme van zijn vader voor het lithografisch proces: 'Als je de litho's uit die tijd goed bekijkt, sta je versteld van de geweldige verfijning die die mannen in die techniek bereikten en tot hoeveel nuances tussen absoluut wit en diep-fluwelig zwart zij in staat waren! Het waren met recht ''steentekenaars'' en ze tekenden, zoals mijn vader dat noemde, echt in de steen. Dat doe je met een héél scherp gepunt krijtje, héél hard, liefst no. 5 Copal, en dan inderdaad loodrecht in de steen tekenen, niet ''dat aaien erover'' zodat je alléén de bovenste puntjes raakt, dat worden ''mottige'' tinten met gaten erin.' Waarna de auteur een loflied aanheft op de prachtige papiersoorten die zoveel mooier waren dan het 'hygiënisch glad, wit ziekenhuispapier' van tegenwoordig.

Tweehonderd jaar geleden werd de steendruk of lithografie in Duitsland uitgevonden door Alois Senefelder (1771-1834). Voor het Rijksmuseum in Amsterdam was dat aanleiding een tentoonstelling in te richten met litho's van beroemde kunstenaars; het tijdschrift De Boekenwereld komt onder de titel Lithografie in Nederland (Matrijs; * 19,95) met een speciale editie.

Een litho maken kan op diverse manieren. Bij de eenvoudigste methode wordt op de gepolijste steen getekend met een pen die vette inkt bevat. Grote vlakken kunnen met een penseel worden ingevuld. De met pen en penseel gemaakte voorstelling wordt bij het drukken overgebracht op het papier - een hand of zelfs maar vinger mag de steen beslist niet raken, omdat het vet van de huid bij het drukken eveneens inkt zou aannemen.

Kunstenaars geven doorgaans de voorkeur aan de krijtlithografie. De steen wordt dan opgeruwd met behulp van fijn zand. Hoe fijner het zand, hoe fijner de grein (de korreligheid) van de steen, en hoe fijner ten slotte dus de structuur van de prent. Bij zachte druk van het eveneens vette krijtje worden alleen de toppen van de grein geraakt, bij harder drukken raken ook de tussenruimten gevuld met het krijt. Vervolgens wordt de steen bevochtigd en ingeïnkt. Alleen de vette delen nemen inkt op, terwijl de vochtige delen van de steen de inkt afstoten.

In enkele tientallen bijdragen van wisselende kwaliteit en omvang gaat De Boekenwereld in op de vooral vroege toepassing van de lithografie in Nederland, waar overigens pas tegen het einde van de negentiende eeuw het niveau van landen als Frankrijk en België werd bereikt. Lodewijk Plattner, een muziekdrukker, was de eerste die in 1809 van koning Lodewijk Napoleon patent kreeg op de nieuwe uitvinding.

In Frankrijk waren het Daumier, Delacroix en Toulouse Lautrec die het lithografisch procédé ten volle naar hun hand wisten te zetten. In Nederland waren het vooral kunstenaars als Jan Veth, Theo van Hoytema, Jan Toorop en Richard Roland Holst die de steendruk met succes toepasten bij het vervaardigen van portretten, kalenderbladen, affiches en boekillustraties.

Lithografie-expert Helen C.M. Marres-Schretlen, die de tentoonstelling in het Rijksmuseum samenstelde, beschrijft uitvoerig de ontwikkeling van de lithografie. Informatief is ook de weergave van het gesprek dat zij voerde met de gebroeders Forrer, in Bussum werkzame steendrukkers die dankzij hun vader, kunstenaar en drukker, in het vak verzeild raakten. Een vak dat, aldus beide jonge mannen, over vijftien jaar geheel zal zijn verdwenen.

Hub. Hubben

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden