Steeds minder 'hoi' op straat

Wonen in Leidsche Rijn, de Utrechtse vinexwijk, hoe bevalt dat? Genieten van je woning en de zelfbedachte speeltuin? Of verraadt de glasbak overvol proseccoflessen heimwee naar het gevoel van pionieren van het eerste uur?...

Iñaki Oñorbe Genovesi

Precies vijf jaar geleden liet ik mij verleiden tot een verhuizing naar Leidsche Rijn, nadat ik er eindelijk van overtuigd was dat het nieuwbouwhuis echt niet bij Leiden zou komen te staan. Klinkt gek misschien, maar nog altijd denken veel toeristen bijvoorbeeld dat de grootste vinexwijk van Nederland in de buurt van de Sleutelstad ligt en niet ten westen van Utrecht.

Het zal wel aan de naam liggen. Hoevelen zouden er tenslotte weten dat Haagse Beemden een vinexwijk is van Breda, Schuytgraaf is aangebouwd aan Arnhem en De Groote Wielen bij Den Bosch hoort? Over Leidsche Rijn, waar al vanaf eind 1997 huizen worden gebouwd, krijg ik gelukkig steeds vaker te horen: ‘Dat is toch die nieuwbouw langs de A2?’

Maar daar blijft het vaak ook bij. Want al gauw gaat het alleen nog maar over The Wall, het 800 meter lange gebouw langs de snelweg. En hoe dit geluidscherm en tevens winkelcentrum er zo futuristisch uitziet in die krappe halve minuut dat je er als automobilist op de A2 langs flitst. Over de huizen daarachter vaak geen woord. Je ziet ze denken: dat zal wel weer zo’n saaie diaree aan moderne doorzonwoningen zijn.

Eerlijk gezegd: bij de eerste kennismaking met Leidsche Rijn, waar toen net weer eens de zoveelste spectaculaire archeologische opgraving was gedaan – delen van een oude Romeinse weg – begreep ik waarom sommige Utrechtse collega’s bij het horen van Leidsche Rijn gekscherend riepen ‘Veni, Vidi, Vinex’. Vrij vertaald: Ik kwam, ik zag en kwakte er een stel huizen neer.

Later ontdek je pas dat Leidsche Rijn allesbehalve een geheel is, maar dat de wijk in aanbouw bestaat uit wel veertien woon- en industriegebieden met aparte bouwstijlen die volgens ontwerpers en architecten hun eigen karakter moeten krijgen.

In een van de centrale delen van Leidsche Rijn kwam ons nieuwbouwhuis te staan: Het Zand. Zelden zal een wijk zo zijn naam eer hebben aangedaan. Het Zand was een grote, woeste vlakte met onze lichte, houtachtige huizen. Achteraf hoor je dat de wijk heel bewust is vernoemd naar ’t Zand, een oorspronkelijke verbindingsweg tussen de oude dorpskern van De Meern en Utrecht.

Toch had die periode van leegte, blubber en het terugkerende ‘katonk, katonk’ van de heipalen – dat bij veel nieuwe bewoners vaak zulke valse gevoelens van avontuur en pioniersgeest oproept – ook wel zijn voordelen. We mochten als nieuwe bewoners ruimhartig graaien uit het leefbaarheidsbudget van de gemeente Utrecht en zelf voor een groot deel de opzet en inrichting van de speeltuin voor de kinderen bepalen. Bovendien spreek je nieuwe buren in een voor allen nieuwe omgeving aanzienlijk vaker dan in een bestaand stadsdeel, waar je de buurman pas leert kennen als hij dood wordt weggedragen.

Maar ja, inmiddels zijn in Het Zand overal schuttingen in de tuinen opgetrokken en is de wijk volgebouwd met zogeheten eilandwoningen, watervilla’s en een hoog appartementencomplex. Herdenkt een plaquette met twee handafdrukken enkele straten verderop aan de 15 duizendste woning in Leidsche Rijn, maar klinkt op straat steeds minder het spontane ‘hoi’ ter begroeting.

Veel is hier nog steeds niet te doen. Het verklaart wellicht waarom bijna iedere vrouw die je tegenkomt zwanger lijkt en de bekende slinger ‘hoera een jongen’, ‘hoera een meisje’, bijna elke dag ergens in de wijk opduikt. En wie geen kinderen wil, lijkt vooral avond aan avond te borrelen.

Het inzamelen van GFT-afval is in Leidsche Rijn mislukt. De papierbak is ondanks de vele reclamefolders en drie huis-aan-huisbladen slechts halfvol. Maar de glasbakken kunnen de flessen rosé, prosecco en andere drank vaak nauwelijks aan.

Natuurlijk geeft het geen pas elke Leidsche Rijner zo weg te zetten. Honderden bewoners werken vaak tot diep in de avond vanuit huis, achter de keukentafel. Haast elke straat heeft wel een thuiskapper, een schoonmaker of een gastouder voor kinderen. Mijn overbuurvrouw organiseert geregeld Tupperwareparty’s. Drie huizen verderop houden de buren op zondag kerkdiensten in de huiskamer en geven ze op woensdagavond bijbelonderricht.

Maar het duurt even voordat je door hebt dat het echte leven zich hier binnen afspeelt. De buitenkant is vaak alleen maar een verrassende façade. Neem het wooncomplex waar een oude Romeinse weg doorheen loopt of Villa Den Heerenborch, dat op een authentiek Vechthuis lijkt, maar pas in 2000 is gebouwd. Mooie huizen, maar die maken nog geen paradijs.

Vraag dat maar aan advocate Tania Cooman, die vanuit haar kantoor bij het treinstation Utrecht Terwijde vooral bezig is met echtscheidingen. En wie staat er bij stil dat ruim 5 procent van de bewoners hier nauwelijks rond kan komen? Binnenkort gaat in Leidsche Rijn een voedselbank open. Eind september worden de eerste pakketten uitgedeeld.

Geen wonder dus dat na de kinderen, het onvermijdelijke weer en het onderhoud van de eigen tuinen bijna alle gesprekken gaan over de waarde van het eigen huis. Vooral nu de huizenmarkt vanwege de crisis onder druk staat en veel bewoners hier ook een supertophypotheek lijken te hebben afgesloten.

Mijn ene buurman weet zeker dat er al een ruime overwaarde op het huis is en dat hij straks ‘lekker op een andere plek in Leidsche Rijn een nog groter huis kan kopen’. Een andere buurman heeft er echter een hard hoofd in vanwege de vele bewoners uit Utrechtse sloopprojecten die in Het Zand een huurhuis krijgen toegewezen en ‘de boel verzieken’.

Maar als ze elkaar in de put dreigen te praten, komen ze uiteindelijk tot de conclusie dat ‘het allemaal misschien nog wel meevalt in Het Zand’. Dat moet bijna wel, de Utrechtse wethouder Harry Bosch van Wonen, Krachtwijken en Leidsche Rijn woont immers slechts een paar straten verderop.

‘En het is hier lang niet zo erg als in Terwijde’, relativeert weer een derde buurman dan, verwijzend naar de ‘beruchte wijk’ aan de andere kant van het spoor. Waar die wijk zijn negatieve imago aan te danken heeft? Een man schoot er zijn buurman in september 2007 in blinde woede dood. En dit jaar besloot het homostel Hans van Gemmert en Ton Daalhuizen de wijk te ontvluchten, nadat ze maandenlang waren beschimpt en bedreigd door een groep Marokkaanse jongeren.

Het stel kreeg hun huis ternauwernood verkocht. Geen wonder als je bedenkt dat er volgens Funda ruim 300 woningen te koop staan. Voor mijn optimistische buurman reden voorlopig bij ons in de straat te blijven wonen. Bovendien liggen door de crisis ook veel nieuwbouwprojecten stil of verkopen mondjesmaat. Ondanks mooi klinkende namen van projecten als De Hoven, Het Buitengoed, De Tuinen van Vleuten.

Echt stads klinkt het allemaal niet hè? Laat staan Utrechts. Vraag mijn kinderen waar ze wonen en ze roepen meteen ‘Leidsche Rijn’. Zeg tegen een Utrechter dat je als Leidsche Rijner ook uit de Domstad komt en je wordt steevast weggelachen.

Onlangs nog zei een advocate uit de statige Utrechtse wijk Wittevrouwen: ‘Leidsche Rijn? Dat is echt geen Utrecht. Kanaleneiland met zijn Kut-Marokkanen of Ondiep met zijn aso’s, dat is Utrecht. Maar Leidsche Rijn is Vleuten en De Meern. Misschien dat niet eens. Leidsche Rijn is eigenlijk gewoon Leidsche Rijn.’ Ik weet nog steeds niet of ze het negatief bedoelde.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden