Reportage Toeristenspreiding

Steeds meer toeristen, maar naar de bloeiende herfstbollen komen ze niet

Met de groei van het toerisme – een verdubbeling sinds 2000 – groeien ook de zorgen: toeristen bezoeken massaal dezelfde plekken. Maar hoe krijg je ze van de ‘Flowermarket’ in Amsterdam naar de immer bloeiende bollenvelden in de kop van Noord-Holland?

Bollenkweker Joost Pennings aan het werk op een van zijn velden. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Als de grondvorst wegblijft, is het nog een weekje genieten achter de schuur van bollenkweker Joost Pennings (46) in het Noord-Hollandse Breezand. Hier in de Anna Paulownapolder, op deze onstuimige herfstdag met dreigende wolkenpartijen, staat het veld met witte en blauwe herfstkrokussen in volle bloei. Maar vrijwel niemand die het weet of ziet.

Het is een aparte constatering in de week dat de almaar uitdijende toeristenstroom als een nationale plaag wordt gekenschetst. Volgens het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) trekt Nederland dit jaar bijna 20 miljoen buitenlandse bezoekers, een verdubbeling ten opzichte van het begin van de eeuw. Daarmee groeien de zorgen: toeristen gaan massaal naar dezelfde plekken, zoals de ‘Flowermarket’ in Amsterdam.

Op de Singel in de  hoofdstad is het deze zaterdag weer schuifelen en wordt de voor de bloemencultuur naar Nederland gekomen toerist belazerd. ‘1 procent tulpenbollen Bloemenmarkt komt uit’, kopte twee weken geleden de krant. Terwijl er benoorden Amsterdam, in ’s werelds grootste aaneengeschakelde bollenteeltgebied, geen toerist is te zien. En er echte, wel uitkomende bollen te koop zijn.

Toeristische kracht 

Zonde en daarom hebben bollen- en bloemenkwekers her en der in Noord-Holland zich sinds dit jaar verenigd in een initiatief om de toeristische kracht van dit stukje Nederland onder de aandacht te brengen. ‘Tulpen boven Amsterdam heten we’, zegt Sandra Munster.

Munster kweekt tulpen in Slootdorp, op een klein half uur rijden van het wit-blauwe veld van Pennings, en organiseert tulpenexcursies. Zesduizend toeristen ontvangt ze nu op jaarbasis. ‘Okay, de Keukenhof heeft 1,2 miljoen bezoekers per jaar, maar dat is dan ook een showtuin.’ Graag wijst Sandra Munster er op dat ook de Poldertuin (in de volksmond ‘de kleine Keukenhof’) in Anna Paulowna bij het Noord-Hollandse initiatief is aangesloten. ‘Een bezoek daar kost niks. Vaak heb je daar de hele Keukenhof voor jezelf’, zegt Munster.

Toch laat zelfs de zonminnende toerist de Kop van Noord-Holland links liggen. Deze dag meldt de Heldersche Courant dat het nabije Julianadorp dit jaar honderd procent zeker de Nederlandse plaats wordt met de meeste zonuren van 2019. Zelfs nu het onstuimig oogt, schijnt de zon aan de Schorweg in Breezand. 

Gekopt

Joost Pennings heeft vijftien jaar geleden, samen met zijn zwager, de bloembollenkwekerij van zijn vader overgenomen. De zaken gaan goed. Hij verdient aan de bollen van hyacinten, narcissen, tulpen en krokussen, de bloemen zelf worden veelal ‘gekopt’.

Nu staat er bij hem, als enige kweker in de wijde omgeving, een veld met herfstkrokussen in bloei. In dit seizoen is de herfstkrokus als het ware een landmark. In één oogopslag weet de passant welke tak van de agrarische sector hier aan de slag is.

Althans, als het veld te zien is. Dit jaar ligt het nogal verscholen, pal achter de schuur van Pennings, onttrokken aan het oog van de voorbijganger. Helemaal aan de andere kant van het perceel loopt geen weg. ‘Eigenlijk geniet ik er nu het meeste van’, zegt de kweker bijna schuldbewust.

‘Ik zeg altijd: de Argentijnse vlag wappert weer’, vervolgt Pennings, verwijzend naar het blauw-wit van de driekleur van het Zuid-Amerikaanse land. Het ene jaar wappert de vlag hier, het andere jaar weer daar. Pennings bezit vijftig hectare grond. Om monocultuur te voorkomen wisselt de bestemming per veld elk jaar.

Bollenkweker Joost Pennings aan het werk op een van zijn velden. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Kroon

De Anna Pauwlonapolder is in zekere zin de kroon van het bloembollengebied boven Amsterdam. De omstandigheden voor teelt zijn er ideaal. Zandgrond en veel zon dus. Wat ook meehelpt: de Kop van Noord-Holland ligt tussen twee grote waters ingeklemd, vangt daardoor veel wind, en dat maakt het gebied weer minder aantrekkelijk voor luizen die virussen verspreiden.

En zo belanden we vanzelf weer bij de (vermeende) toeristenplaag die Nederland ‘teistert’. ‘Oer-Hollandse iconen, zoals tulpen, kun je op meerdere plekken in ons land zien’, beklemtoonde het NBTC nog maar eens bij de bekendmaking van de recordcijfers. De buitenlandse toerist lijkt daarvoor doof.

Met zijn allen (in de file) naar de Keukenhof of op de Amsterdamse Bloemenmarkt (waar alleen houten en plastic bloemen te koop zijn, benevens dus die nooit uitkomende bollen) wint het van een bezoek aan ’s werelds grootste aaneengeschakelde bloembollengebied. Waar het land in het voorjaar een zee aan bloemen is. En waar een bezoek zelfs in deze periode van het jaar – nu de bollenvelden ter isolatie en ter bestrijding van ongedierte verstopt zijn onder stro of water – zeker de moeite waard is. ‘Laat ze maar komen, hoor’, nodigt ook Joost Pennings de buitenlandse toerist uit.

Aan de Schorweg in Breezand wordt ook geen toegangsprijs gerekend. Hopelijk wappert de Argentijnse vlag nog even, zegt Joost Pennings. Hij richt zich tot kenners en liefhebbers: ‘Dit is dus echt de herfstkrokus. Niet te verwarren met de colchicum.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden