Steeds meer jonggehandicapten zitten thuis zonder uitkering

Veranderde wetgeving lijkt de oorzaak

Het aantal laagbegaafde en gehandicapte jongeren dat zonder uitkering thuiszit stijgt snel. Het lukt hun niet aan  werk te komen. De uitkering voor jonggehandicapten, de Wajong, bestaat voor hen niet meer. Gemeenten die nu voor hen verantwoordelijk zijn, slagen er nauwelijks in hen aan werk te helpen.

Actievoerders demonstreren tegen de verlaging van de Wajong-uitkering, november 2017. Beeld Freek van den Bergh

Dit constateert het Toezicht Sociaal Domein in een rapportage. Voor dit toezicht werken specifieke inspecties samen, zoals die voor gezondheidszorg en jeugd, onderwijs en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Jaarlijks komen 26 duizend jongeren van het praktijkonderwijs, van het voortgezet speciaal onderwijs en het zogenoemde entree-onderwijs. Dit zijn jongeren met een beperking, met gedragsproblemen of met een laag iq. De helft van hen kiest voor een vervolgopleiding, de andere helft gaat op zoek naar werk.

Het goede nieuws is dat het aantal jongeren dat werk vindt licht stijgt: van 4.060 na het schooljaar 2013 naar 4.120 na schooljaar 2016. Vooral jongeren uit het praktijkonderwijs vinden de laatste jaren iets makkelijker een baan. Tegelijkertijd daalt het aantal jongeren met een uitkering: van 5.130 in 2013 naar 3.840 in 2016, en zit een steeds grotere groep jongeren zonder uitkering thuis. Die laatste groep zwol aan van 3.500 in 2013 naar 3.900 na het schooljaar 2016. 

Veranderde opties

‘Het is onbekend hoe zij invulling geven aan de dag, schrijft het Toezicht. Ook is niet duidelijk waarom het niet lukt om hen mee te laten doen met de maatschappij.’ Hier gaat de inspectie nader onderzoek naar doen. 

Dat een groeiend aantal jongeren geen werk en geen uitkering heeft, lijkt het gevolg van veranderde wetgeving. Tot 2015 waren er voor deze groep jongeren grofweg vier opties. Een baan vinden of zich melden voor een gehandicaptenuitkering, voor de sociale werkplaats of dagbesteding. Deze laatste drie opties zijn grondig veranderd.

Tot 2015 kreeg ruim de helft van de schoolverlaters uit praktijkonderwijs, sociaal onderwijs en entree-onderwijs, 15 duizend per jaar, een uitkering voor jonggehandicapten, Wajong. Sinds 2015 krijgen alleen nog jongeren die echt niet kunnen werken, ook niet deels, een Wajong-uitkering. Dat zijn er zo’n vijfduizend per jaar. De overige elfduizend kunnen zich bij de gemeente melden voor een uitkering op basis van de Participatiewet. 

Ingewikkeld traject

‘De voorwaarden’, laat de inspectie weten, ‘voor het verkrijgen van een Participatiewet-uitkering zijn wat strenger. Soms zien jongeren dan af van een uitkering. Ook vinden ze het vaak moeilijk om een uitkering aan te vragen. Het traject om bij een gemeente in aanmerking te komen voor een uitkering uit de Participatiewet is voor hen ingewikkeld. Ook komt een betere aansluiting met de arbeidsmarkt nog niet op gang, hoewel de conjunctuur op de arbeidsmarkt gunstig is.’

De jongeren komen op hun 18de van school en kunnen pas na hun 27ste aanspraak maken op een volledige, zelfstandige bijstandsuitkering. Meestal wonen zij ook nog bij hun ouders thuis. Dit is op een wrange manier aantrekkelijk voor gemeenten, die aan thuiswonende jongeren slechts een minimale zakgelduitkering betalen. Tegelijkertijd zijn het de gemeenten die deze jongeren moeten begeleiden naar werk. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.