Steeds jonger en steeds harder

In een geheim Siberisch lab worden voormalige Sovjet-kampioenen gekloond. Daarom rijden we zo hard, zegt Dimitri Sjepel. Echt! Kijk maar naar de ogen van Jevgeni Lalenkov....

Door Mark van Driel

IN DE verlaten lobby van een Duits hotel buigen drie Russen zich over een landkaart die te groot is voor de koffietafel. Ze zoeken Kirov, een stad duizend kilometer ten noordoosten van Moskou, waar het Russisch kampioenschap hardrijden op de schaats wordt gehouden.

Op natuurijs.

Bij zo'n twintig graden vorst.

Wat bijvoorbeeld vereist dat de ogen van de deelnemers volledig worden afgeschermd van wind, om bevriezing te voorkomen.

Dimitri Sjepel (24) blijft laconiek onder het vooruitzicht dat hij binnen enkele dagen, kort voor Kerstmis, de extreme kou moet trotseren. Jevgeni Lalenkov (21) ook. Natuurlijk, ze zouden liever rijden op een overdekte baan, zoals ze hier in Erfurt doen. Maar Rusland kent geen schaatshallen. En de kunstijsbanen staan weg te roesten of beschikken over onvoldoende geld om kapotte dweilmachines te repareren (in Nizjni Novgorod).

Bijgestaan door gelegenheidstolk Kosta Poltavets (39), de Oekraïense trainer die met zijn DSB-ploeg ook in Erfurt op trainingskamp is, brengt Sjepel een eerder nationaal kampioenschap in herinnering. 'Ik heb wel eens meegemaakt dat de temperatuur tussen de eerste en laatste rit van de tien kilometer met vijftien graden daalde. Maar de beste won gewoon.'

Sjepel zet zijn tanden in een appel en laat zijn blik dwalen over de kaart van het immense land dat hij vertegenwoordigt. Hij komt uit St. Petersburg, in het noordwesten. Poltavets leefde vroeger in Kiev, in het zuiden, voordat hij vluchtte en politiek asiel kreeg in Nederland. En het ouderlijk huis van Lalenkov staat diep in het zuidoosten, in de Siberische stad Irkoetsk, net boven Mongolië.

Dan sluit Sjepel de ogen en plant zijn vinger op de landkaart. Waarom zou hij zich druk maken, zegt hij. Altijd, bij ieder kampioenschap, bestaat het risico dat een onbekende jongeling op het ijs verschijnt en zich tussen de gevestigde orde rijdt, uit het Siberische oord waar zijn vinger nu op rust bijvoorbeeld. Zo is hij zelf opgedoken. Zo heeft Lalenkov de top veroverd.

Kou of geen kou: een kampioen moet gewoon beter presteren dan zijn 'kedoekte konkoerente', zegt Sjepel. Hij grijnst breeduit.

'Geduchte concurrenten'; zo noemde Mark Tuitert de twee Russen toen hij even eerder met hippe pet en wapperende jas de hotellobby binnenkwam. Zijn groet was hartelijk, zijn ongeloof over de locatie van het Russische kampioenschap groot. 'De helft van wat een Rus zegt is gelogen', zei hij nog plagerig, een wijsheid die zijn voormalige Russische ploeggenoot Klevsjenja hem bij SpaarSelect aan de hand deed.

Maar het respect voor zijn talentvolle generatiegenoten overheerste.

Alleen deze twee kunnen een Nederlander in Thialf van de Europese allroundtitel afhouden, voorspelde Tuitert met stelligheid. Lalenkov, debutant in Heerenveen, heeft dit seizoen grote indruk gemaakt met snelle sprints en daverende 1500 meters. Sjepel staat op de wereldranglijst aller tijden boven de vier Nederlanders die meedoen in Thialf. Hij won de Europese titel twee jaar geleden al, zij het met enig fortuin. Tuitert leek te zullen zegevieren, maar kwam ten val.

De Russen reageren nauwelijks op de complimenten van hun Nederlandse rivaal. Ook als hij weer vertrokken is, voelen ze niets voor bespiegelingen over hun kansen op de Europese of wereldtitel. Lalenkov slaat de ogen (rechts bruin, links blauw) verlegen neer als Poltavets de vriendelijke opmerkingen van Tuitert voor hem vertaalt. Hij grijpt naar zijn glas zwarte thee, dat boven op de landkaart van Rusland staat.

'We denken niet', bromt Sjepel. 'We doen.'

Een verklaring voor het plotselinge succes van de Russen (ook anderen jongeren vinden aansluiting bij de top) biedt Sjepel wel. Met ernstig gezicht: 'Diep in Siberië staat een geheim laboratorium waar oude Sovjetkampioen worden gekloond. Ze worden steeds jonger en gaan steeds harder, kijk maar naar Lalenkov. Maar bij Jevgeni is iets misgegaan bij het klonen. Daarom heeft hij een bruin en een blauw oog.'

Later op de avond, nadat de schaatsers zich hebben teruggetrokken op hun kamer, probeert Poltavets uit te leggen wat de reden kan zijn van de afwerende reacties van het tweetal.

Er gaapt een enorme culturele kloof tussen de Russen en Nederlanders, zegt hij. Nederlanders, opgegroeid in een stabiele, welvarende samenleving, kunnen nauwelijks bevatten hoe hard de strijd om het bestaan voor Russen kan zijn. En Russen voelen er niet altijd voor uitleg te verschaffen, als ze zelf al begrijpen welke invloed de onzekerheid op hun leven heeft.

'Sport is hard, maar het leven buiten de sport is in Rusland nog veel harder. Schaatsen bij twintig graden vorst is niet fijn, maar wat is het alternatief? Bij min twintig graden werken in een fabriek waar je je alleen kunt opwarmen aan een fles wodka die je met drie man moet delen. Deze jongens hebben steeds weer de keuze: hier is de ijsbaan, verderop is de fabriek. Als dat je keuze is, wil je wel hard schaatsen.'

Vroeger, ten tijde van de Sovjet-Unie, toen Poltavets deel uitmaakte van de kernploeg, ging het leven ook niet over rozen. Maar schaatsers verkeerden, net als andere topsporters, in een bevoorrechte positie. Sjepel en Lalenkov hebben die periode slechts als kind meegemaakt, maar over de vraag of het communisme voor topschaatsers beter was dan het kapitalisme denken ze niet lang na.

'Da', zegt Sjepel.

'Da', knikt Lalenkov.

Poltavets valt hen bij, ondanks de problemen die hij lange tijd ondervond vanwege zijn joodse wortels. Hij vluchtte in 1994 met zijn vrouw naar Nederland, toen bleek dat het leven onder een nieuw regime nauwelijks beter werd. 'Er waren veel andere, ernstige moeilijkheden, maar als het alleen om sport gaat was het communisme beter.'

Sjepel dankt zijn kennismaking met de schaatssport aan het communisme, legt hij uit. Een vriendje uit St. Petersburg (toen nog Leningrad) vroeg hem mee naar de ijsbaan toen hij tien jaar oud was. Niet alleen de toegang was gratis, ook de schaatsen (van Sovjetmakelij) werden om niet ter beschikking gesteld. 'Nu is schaatsen veel duurder dan bijvoorbeeld voetbal.'

Lang kon hij niet profiteren van het belang dat de Sovjetautoriteiten in sport stelden. Met de politieke omwentelingen begin jaren negentig verdween het geld. IJsbanen gingen dicht, coaches werden ontslagen, jeugdselecties opgedoekt. Dat hij als 16-jarige werd opgenomen in de kernploeg had dan ook niet alleen met zijn talent te maken. Het was de enige overgebleven nationale selectie.

Ook op de loopbaan van Lalenkov is het communistische systeem van invloed geweest; in zekere zin is zijn leven er zelfs door bepaald.

Zijn vader en moeder stonden halverwege de jaren zeventig beiden te boek als talentvolle schaatsers. Ze werden door de sportautoriteiten uitgenodigd om te verhuizen van Irkoetsk naar Kiev, de stad in de Oekraïne die vanwege het gunstige klimaat functioneerde als thuishaven voor de Sovjetschaatsers.

Het sportieve succes van zijn vader (een sprinter) was beperkt; hij reed geen internationale toernooien. Zijn moeder nam echter driemaal deel aan de WK allround; twee keer eindigde ze al vijfde. Ze beëindigde haar loopbaan toen Jevgeni werd geboren.

Lalenkov profiteerde van de lessen van zijn ouders, aanvankelijk in Kiev, later in Siberië. 'Toen ik vijf jaar was ontplofte de kerncentrale van Tsjernobyl. Dat is niet ver van Kiev. De regen werd plotseling radioactief. Toen zijn we terugverhuisd naar Irkoetsk.'

Hoewel de voorzieningen uit het Sovjettijdperk niet zullen terugkeren, beseffen Sjepel en Lalenkov dat het ergste leed achter de rug is.

De internationale schaatsbond subsidieert sinds vorig jaar de Russische jeugd, waardoor er weer een juniorenploeg is geformeerd. In Moskou wordt met overheidsgeld een overdekte schaatshal gebouwd, waar in 2005 het WK allround plaatsvindt. En wat misschien het belangrijkste is: de huidige president van Rusland, Vladimir Poetin, heeft zich opgeworpen als weldoener.

P

oetin, die in judo de zwarte band heeft behaald, is tot het inzicht gekomen dat sportsuccessen de moraal van zijn geplaagde onderdanen kunnen opvijzelen. En dus is hij verleden jaar begonnen met een beurzenstelsel voor topsporters, oud-atleten en coaches: de zogenoemde Poetin-stipendia.

Sjepel: 'We krijgen nu vijfhonderd dollar.'

Vijfhonderd dollar per jaar?

Sjepel speelt verontwaardiging. 'Echt, dat beeld van een Rusland waar over elke weg beren lopen en alleen wodka bij het ontbijt wordt gedronken, moet nodig worden bijgesteld. Vijfhonderd dollar per maand natuurlijk.'

Het gegarandeerde inkomen biedt hoop voor de toekomst, al blijft voorzichtigheid geboden. Zo hebben Sjepel en Lalenkov geen idee wat ze moeten presteren om de beurs te behouden. Eindigen bij de eerste zestien in een internationale wedstrijd? De top acht in de World Cup? Of is een podiumplek bij het nationale titelstrijd voldoende? (Sjepel zou kort daarop in de extreme kou van Kirov de Russische allroundtitel winnen, voor Lalenkov.)

'Er bestaan criteria, maar wat die precies zijn weet niemand', concludeert Poltavets na een minutenlange discussie met de twee rijders.

Bovendien blijft ijs de Russen zorgen baren. Zolang de schaatshal in Moskou niet af is, zijn ze gedwongen om kamp op te slaan in het buitenland. Dat is kostbaar, waardoor ze in vergelijking met de Nederlandse toppers verhoudingsgewijs weinig trainingsuren maken op snelle banen. In Salt Lake City, vorig jaar bij de Olympische Spelen, maakten de Russen dan ook geen indruk.

In Thialf kunnen Götenborg, waar in februari de WK allround plaatsvindt, kunnen Sjepel en Lalenkov blijkens recente resultaten wel uit de voeten.

Boris Vasilkovski, de kampioenenmaker uit de jaren zeventig en tachtig, de man die de stormen sinds de ineenstorting van het Sovjet-imperium heeft overleefd, verwacht dan ook grootse daden van zijn pupillen. Na zijn tweede plaats bij de WK, verleden jaar in Thialf, zou het logisch zijn als Sjepel ditmaal kampioen wordt, meent hij.

En de mogelijkheden van Lalenkov, wiens ouders hij ook coachte, zijn naar Vasilkovksi's overtuiging onbegrensd. Jevgeni heeft wat weg van zijn vader én van zijn moeder, heeft Poltavets hem horen zeggen. Maar van beiden heeft hij enkel de allerbeste eigenschappen geërfd.

Sjepel reageert sarcastisch als hij de voorspelling van zijn hoofdcoach hoort: 'Hij zal het wel weten. Hij heeft visie en heel veel ervaring.'

Lalenkov blijft bescheiden: 'Voorlopig is Goeljajev onze laatste wereldkampioen. Dat was in 1987.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden