Steeds dezelfde gezichten van ouders

Een bondgenootschap tussen school en ouders, dat is wat minister van Bijsterveldt voor ogen staat. Maar, zegt een moeder in Utrecht: 'Het zijn altijd dezelfden die komen.'

UTRECHT - Marja van Bijsterveldt zou een goede schooljuffrouw zijn. Zodra ze het klaslokaal van basisschool Hof ter Weide betreedt, kruipen de kinderen als jonge hondjes om haar heen - terwijl ze even tevoren nog om het hardst naar de wc renden. Van Bijsterveldt leest de klas voor over een heks die de winter - 'Brrr, wat een sneeuw!' - wegtovert. 'En als de zon dan schijnt, is het dus geen winter meer, maar...' 'Zomer!' roepen de kinderen.


Maar Marja van Bijsterveldt is minister. Ze is verantwoordelijk voor het Nederlandse onderwijs. Een van de belangrijkste boodschappen die ze in die hoedanigheid uitdraagt, is dat ouders betrokken moeten zijn bij de school van hun kinderen. Ze heeft zelfs een tournee afgekondigd langs scholen om het daarover te hebben. Na het voorlezen is de aftrap, met een groepje ouders van kinderen op de Utrechtse basisschool in de wijk Terwijde.


'We zijn elke ochtend 10 minuten in de klas van onze kinderen', vertelt Nazan van Gelderen, moeder. 'Dan beginnen we de dag met ons kind. We lezen even voor en nemen het leerplan voor die dag door. Van jongs af aan maken die kinderen zo'n plan voor wat ze willen leren. Dan willen ze bijvoorbeeld een slinger maken, en kun je aan het eind van de dag vragen of het gelukt is. Het is niet je kind afgeven en weg.'


De minister stelt de ouders vragen en vat samen wat ze zeggen, liefst in door haarzelf gemunte uitdrukkingen. 'Dit is echte ouderbetrokkenheid', zegt ze bijvoorbeeld.


'Doordat we iedere dag in de klas komen, is de weg naar de leerkracht heel kort', vervolgt Van Gelderen. En dat komt intern begeleider Claudy van Valburg van pas, want de weg in omgekeerde richting is even begaanbaar. 'Soms komen er ouders naar me toe die zeggen: mijn kind leert niks, het zit alleen maar te prikken. Dan kan ik uitleggen dat je van prikken heel veel leert in de motoriek. Het is belangrijk dat ouders het met de school eens zijn over wat goed onderwijs is voor hun kind. Dat de neuzen dezelfde kant op staan.'


'Een bondgenootschap tussen school en ouders is het', vertaalt de minister.


'We zien wel altijd dezelfde ouders die naar schoolactiviteiten komen. Nu ook weer', vertelt Sigrid Drost, een andere moeder. Als lid van de ouderraad probeert ze ouders enthousiast te maken om te komen helpen op school. 'Andere ouders zien natuurlijk ook steeds dezelfde gezichten, en denken: het is wel goed. Als ik ze vraag, komen ze meestal wel. Dat is goed, want als je elkaar ziet, heb je na een tijdje echt iets met elkaar.'


Inderdaad, beaamt de minister: 'Het is goed als ouders betrokken zijn bij de gemeenschap die de school is.'


Er valt onder deze ouders weinig zendingswerk te verrichten voor Van Bijsterveldt. Ze zendt dan ook niet, ze ontvangt. 'Ik heb veel opgestoken', zegt ze. 'Ik neem de ideeën mee naar de andere scholen die ik ga bezoeken.'


Alleen de kinderen heeft ze wat bij te brengen. 'Lezen jullie graag?' vraagt ze hun. 'Wat is jouw lievelingsboek?' Dat doe ik altijd in de klas, verklapt ze. 'Ik zeg ze altijd: met een boek ben je nooit alleen. Ook als je even geen vriendje hebt om mee te spelen.'


-------------------------------------------------------------------


PPON-onderzoek Groep 5 is iets beter gaan rekenen

Minister Van Bijsterveldt rekent zich rijk

Leerlingen van groep 5 zijn het de laatste zeven jaar iets beter gaan doen bij 'vermenigvuldigen en delen', 'complexe bewerkingen' en 'meten en meetkunde'. Dit blijkt uit de jongste 'periodieke peiling van het onderwijsniveau' (PPON), uitgevoerd door Cito.


Bij 'optellen en aftrekken' waren de resultaten minder dan in 2003, de meeste overige terreinen lieten een minimale verbetering zien.


Vorig jaar oktober bleek uit een andere (jaarlijkse) Cito-peiling dat rekenresultaten op de basisschool voor het eerst in jaren weer in de lift zitten.


Het PPON-onderzoek over 2010 onder leerlingen van groep 5 wordt vandaag gepresenteerd op de Panamaconferentie in Noordwijk over rekenonderwijs. Anders dan bij de jaarlijkse Cito-eindtoets in groep 8 kan bij PPON-onderzoeken iets worden gezegd over niveauverschillen in de tijd.


'Dit is een mooi resultaat, maar de verschillen zijn nog altijd heel klein', zegt toetsonderzoeker Michel Hop van het Cito in Arnhem. Over de oorzaken durft Hop niets te zeggen, simpelweg omdat die niet zijn onderzocht.


Toch durft minister Van Bijsterveldt van Onderwijs de betere resultaten al toe te schrijven aan het stimuleren van opbrengstgericht werken in de laatste jaren: Cito heeft wel gezien dat meer leraren hun onderwijs afstemmen op de verschillende niveaus in de klas.


Robin Gerrits

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.