Nieuws vermogensongelijkheid

Steden kennen grote vermogensongelijkheid; in Rotterdam is het verschil tussen arm en rijk het grootst

De vermogensongelijkheid is in grote steden als Rotterdam, Amsterdam en Groningen veel groter dan het landelijk gemiddelde. In de grote steden wonen – naast rijke mensen met veel vermogen – ook relatief veel jongeren, studenten en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond; allemaal groepen met aanzienlijk minder vermogen dan andere inwoners.

Vrijwilligers, werkelozen en verstandelijk gehandicapten zijn aan het werk bij de voedselbank in hun distributiecentrum in Rotterdam-West. De vermogensongelijkheid in grote steden is veel groter dan het landelijk gemiddelde. Beeld Hollandse Hoogte / Hans van Rhoon

Dat blijkt uit cijfers over de ongelijkheid per gemeente die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag publiceert. Voor de vermogensverdeling kijkt het CBS naar het privaat vermogen van huishoudens: aandelen, bank- en spaarrekeningen, huizen en andere bezittingen. De vermogensongelijkheid is in Nederland internationaal gezien relatief groot.  Rotterdam is bij de gemeenten koploper, met een ‘Gini’ van 0,89. De Gini-coëfficiënt wordt gebruikt om ongelijkheid te meten. Daarbij betekent 0 dat elk huishouden evenveel heeft, en 1 dat één huishouden alles heeft.

Uit CBS-cijfers van eerder dit jaar bleek dat de vermogensongelijkheid sinds 2015 licht daalt. Dit komt door de stijgende huizenprijzen, waardoor het vermogen van ‘gewone’ huishoudens flink is gegroeid. Wel groeien de zorgen over de concentratie van vermogen bij de allerrijksten, huishoudens met vele miljoenen euro’s of nog meer. Dit terwijl de helft van de huishoudens in Nederland niet of nauwelijks vermogen heeft, of vooral schulden.

Rotterdam wordt  als koploper vermogensongelijkheid gevolgd door Amsterdam, Blaricum, Laren en Schiedam. Den Haag staat op plaats negen. In Blaricum en Laren wonen naast miljonairs ook ‘gewone’ mensen, met weinig of geen vermogen, of vooral schulden. In gemeenten waar het doorsneevermogen hoog is, zijn de verschillen klein, omdat verhoudingsgewijs veel inwoners relatief veel vermogen hebben. Dat geldt onder meer voor Staphorst, Ameland en Edam-Volendam. Ook in gemeenten met veel ouderen zijn de verschillen klein. Volgens het CBS is dat effect vooral in kleinere gemeenten te zien, zoals Bergeijk en Sint Anthonis in Brabant. Ouderen hebben hun hele leven vermogen op kunnen bouwen, waardoor de verschillen kleiner zijn. Het Brabantse Hilvarenbeek heeft – samen met Staphorst – met 0,61 de laagste vermogensongelijkheid.

De gemeente Laren heeft de grootste inkomensongelijkheid, met een Gini van 0,52. Beeld Hollandse Hoogte / Bram Petraeus

Laren koploper inkomensongelijkheid

De inkomensongelijkheid in Nederland is internationaal gezien juist laag. De lijst gemeenten met de grootste inkomensongelijkheid wordt aangevoerd door Laren, met een Gini van 0,52. Na Laren volgen andere ‘rijkenenclaves’ zoals Wassenaar, Blaricum en Bloemendaal. Wageningen completeert de topvijf. Amsterdam staat wat inkomensongelijkheid betreft op 8, Groningen op 9, Utrecht op 16 en Rotterdam op plek 40 van de in totaal 380 gemeenten. De inkomensverschillen in grote steden zijn vooral zo fors door het verschil tussen de doorgaans krappe beurs van studenten ten opzichte van het inkomen van ‘normale’ of rijke huishoudens.

In gemeenten met relatief veel ouderen – met overwegend lage inkomens – zijn de verschillen minder groot. Volgens het CBS is dat zichtbaar in Limburgse gemeenten Brunssum, Landgraaf en Kerkrade, en in Groningse gemeenten als Stadskanaal en Pekela. Pekela heeft, met een Gini van 0,22, de kleinste inkomensongelijkheid, samen met Grootegast (ook in Groningen), Brunssum en Aalten, in de Achterhoek. 

Uit eerdere CBS-cijfers bleek al dat de inkomensverdeling in Nederland relatief gelijk is. De ‘primaire’ inkomensongelijkheid groeide de afgelopen jaren wel, maar dat effect werd door de overheid via premies en belastingen gecorrigeerd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden