Stedelijk slaat terug: Malevich is perfecte tentoonstelling

Malevich was een geniale, maar moeilijke kerel, blijkt uit de fenomenale expositie van het Stedelijk in Amsterdam.

Mijn favoriete werk van Kazimir Malevich en de Russische avant-garde is een van de raarste. Drie figuren toont een moeder met kinderen, van afstand op de rug gezien, wandelend over roze, gele en zwarte grond, waarin je eenvoudig een abstract schilderij herkent. Paradoxaal, zoals vaak bij Malevich. Het toont de traditie van boeren en kindjes en landelijk leven, maar ook de moderniteit met z'n abstracte, destijds (de jaren twintig) verboden kunst. Je kijkt ernaar en denkt: dit is een vreemd, raadselachtig werkje. Dat gebeurt vaker op deze tentoonstelling.


Vooreerst: die tentoonstelling is prachtig, fenomenaal, moeilijk te overtreffen. Alsof ze bij het Stedelijk iets recht wilden zetten: mensen, vergeet de intriges, het gedoe rond de directrice, we zetten al die dingen opzij en maken een perfecte tentoonstelling - wat is gelukt. De inrichting is overzichtelijk. De vormgeving, van ontwerpbureau Mevis en Van Deursen is fris en duidelijk, met een vintage-Malevich typografie en paginanummers bovenaan in zaalhoeken, alsof je door een reusachtige catalogus loopt. De terzijdes, zalen gewijd aan de verzamelaars Khardzhiev en Costakis, een zaal over de opera Overwinning op de Zon, een zaal met lesplaten en kleurdiagrammen, zijn verrijkend.


De selectie, samengesteld door Geurt Imanse en Bart Rutten, is uitstekend. Zij omvat zo'n vijfhonderd werken van Malevich en tijdgenoten, deels uit de collectie van het Stedelijk, een van de belangrijkste buiten Rusland, en, te oordelen naar deze expo, ook de best geconserveerde. Verder zijn er bruiklenen uit New York, Moskou, Thessaloniki en meer. Tekeningen, schilderijen, stukken die je vaag kende of van reproductie: De Messenslijper, Zelfportret, De Houthakker et cetera. De kwaliteit is hoogwaardig, de diversiteit groot, de dosering perfect, de reikwijdte enorm. Dit is het compleetste overzicht van de Rus haalbaar.


Het beeld dat oprijst is dat van een geniale, maar moeilijke kerel. Een pionier. Malevich, dit wordt mooi getoond in de expositie, was een van de eerste conceptuele kunstenaars, zo u wilt, de eerste waarachtig conceptuele schilder. Meer dan door het schilderen zelf, het spelen met verf, kleur, licht, het vervolmaken van een techniek, leek hij gefascineerd door haar parameters, de grenzen die hij kon verkennen, de rol die zij in het leven kon innemen. Malevich, merk je na een uurtje in Het Stedelijk, wilde de wereld niet afbeelden. Hij wilde haar vormgeven.


Nu was het moment daarvoor uiterst gunstig - nog wel. De Russische Revolutie van 1917 had de aristocratie uit het zadel gewipt, de hele academische kunstbureaucratie ('een beerput', aldus Malevich) incluis. De socialistische heilstaat stond in de grondverf en kunstenaars moesten helpen die in te richten. Malevich was er de juiste man voor. Hij was charismatisch, gedreven, een geboren leider met goeroe-achtige trekjes. Op de kunstacademie in Vitebsk (Oekraïne) en later ook in Petrograd (het huidige Sint-Petersburg) vormde zich rond zijn persoon een kring bewonderende pupillen. Ze noemden hem liefkozend 'kazja', imiteerden zijn werk en droegen zwarte vierkantjes. Het waren de jaren twintig en Malevich had al een volwaardige carrière achter de rug.


Cirkels, vierkanten

Het Stedelijk toont die carrière integraal. De eerste vijftien jaar probeert Malevich de schilderstijlen van het moment uit alsof hij inkopen afvinkt op een boodschappenlijstje. Impressionisme, vink. Symbolisme, vink. Fauvisme, oei, bijna vergeten, vink. Sommige thema's, zoals de huisjes op Landschap met drie rode huizen lijkt hij enkel te verkennen omdat een bewonderd voorbeeld (Cézanne) hem voorging. Op andere momenten, zoals in de dadaïstische collages en het voortreffelijke Kop van een boerenmeisje gaat de studie dieper. Ergens halverwege de tentoonstelling sta je oog in oog met zijn bekendste werk: abstracte doeken gevuld met geometrische, rudimentaire, maar nooit helemaal strakke vormen: cirkels, vierkanten en kruizen, soms in sober zwart, wit of rood, soms met een hele speeldoos aan kleuren. Malevich begon ze te schilderen rond z'n 35ste. Hij noemde ze 'suprematistisch'.


Malevich dacht niet licht over deze suprematistische kunst. 'Ik heb de ring van de horizon vernietigd en ben ontsnapt aan de ring der dingen, van de horizon die de kunstenaar opsluit in de vorm der dingen', schreef hij. Dat klinkt vaag en dat is het ook, als denker hoort Malevich thuis in het rijtje Blavatsky, Steiner, Van Heemskerck; theosofen en andere boomknuffelaars wier logica enkel hout snijdt op een intuïtief, strikt particulier niveau. Maar iets van zijn drang naar het hogere, het onstoffelijke, het ultieme en ware laat zich best navoelen. De man zag zichzelf als een eindstation, duidelijk. Het nulpunt, dat was hij. Zijn tijdgenoten namen dat vrij serieus.


Wij kijken anders naar Malevich: afstandelijker, met kennis van de geschiedenis, ons gezicht in de plooi houdend om zijn ernst. Dat gezwollen taaltje, die malle diagrammen voor zijn kunstcolleges, het gesteggel met collega's ook: constructivisten, suprematisten - what was that all about? De verwachtingen van wat kunst vermag, zijn sindsdien ook nogal getemperd. Dat doet niets af aan Malevich' suprematistische schilderijen. Die intrigeren als nooit tevoren; vooral naast Klyun, Chashnik, Popova en andere discipelen; en in de nabijheid van die collega die een verdieping lager in het Stedelijk hangt: Piet Mondriaan. Zet ze naast elkaar en je hebt twee schildersopvattingen. Mondriaan: doordacht, mathematisch haast, een peinzer met de waarneembare wereld als ijkpunt, een natuurschilder, altijd, hoe abstract het werk ook oogt. Malevich: een grilliger figuur, radicaler, los van de wereld, soms valt er werkelijk geen chocola van te maken. Een rondstuiterende voetzoeker naast Mondriaans kaarsrechte vuurpijl. Levendiger.


Dat is te zien in het klapstuk van de tentoonstelling, een herneming van Malevich' aandeel aan 0.10, de Laatste Futuristische Tentoonstelling in 1915 in Petrograd. Zij bestaat uit een dertigtal suprematistische doeken, losjes over twee wanden gegroepeerd, het beroemde Zwart Vierkant (uit 1915) als wakend oog bovenin. Je kunt er met de neus op gaan staan en je verbazen over hoe nonchalant Malevich soms schilderde, of afstand nemen en mijmeren over hoe een Rus er toen op moet hebben gereageerd. Hoe je er ook naar kijkt, ze komen altijd aan, deze doekjes met hun kleurige blokjes en balkjes, verstrooid over het doek als magneten over een memobord; ze hebben bite. Malevich peurde schoonheid uit elementaire vormen. Niemand heeft dat sindsdien beter gedaan.


Hoe het verder ging, is bekend. Stalin kwam aan de macht, abstracte kunst ging in de ban, avant-gardekunstenaars werden uit hun functie ontheven: de revolutie at haar eigen kinderen op. Malevich, die in die jaren twintig vooral Architektons maakte, gestileerde, monumentale maquettes, werd gedwongen binnen de socialistisch-realistische kaders te werken: volk op het land, de moeder met kinderen. Deze schilderijen zijn wel beknord als knieval voor de heersende macht en dat zijn ze ook (alsof je een keus had!), maar dat maakt ze niet per se minder goed dan het hardcore abstracte werk. Ze zijn mysterieus en melancholiek en in de neiging tot stilering en abstractie zit iets navenant brutaals. Noem het stil artistiek verzet. Die voetzoeker, die smeulde nog.


Malevich en Khardzhiev

Kazimir Malevich (1879-1935) was een Russische schilder en theoreticus. Hij werd geboren in Kiev uit Poolse ouders; zijn vader was eigenaar van een suikerfabriek. Hij studeerde schilderkunst aan de Moskouse School voor Schilderkunst, Beeldhouwkunst en Architectuur. In 1913 ontwierp hij decors en kostuums voor de experimentele opera Overwinning op de zon. In 1915 publiceerde hij zijn manifest Ot kubizma k suprematizmu (Van kubisme naar suprematisme) waarin hij de theoretische grondslag legde voor zijn suprematistische kunst. In 1927 had hij retrospectieven in Berlijn en in München; ze bezorgden hem internationale roem. Malevich stierf in 1935 aan kanker.


Dat het avant-gardistische werk van Malevich tijdens het Sovjetregime bewaard is gebleven, is de verdienste van Nikolai Ivanovich Khardzhiev (1903-1996). Hij was een wetenschapper en verzamelaar gespecialiseerd in de Russische avant-garde. Hij verzamelde ook werk van futuristische dichters als Mayakovsky. Een deel van de Khardzhiev's collectie wordt beheerd door de Khardzhiev-stichting en is in bruikleen gegeven aan het Stedelijk Museum; het andere deel bevindt zich nog in Moskou.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden