Statistiek

Een nadeel van kanker is dat de geneeskunst ervan door statistieken wordt beheerst. Zo las ik op een mooie zaterdag in het dagblad Trouw dat je geen darmkanker moet hebben, want vijftig procent van die klanten is vijf jaar na de diagnose niet meer in leven....

Dat vind ik weinig.

Borstkanker is beter. Daar is tachtig procent van de patiënten na vijf jaar nog fris en vrolijk. Daar is mee te leven, al valt tijdens de behandeling wel bij velen het haar uit.

Vijftig procent is kop of munt.

Of sterker: meneer Zwartkruis of ik.

Meneer Zwartkruis is een man die ik ken uit het ziekenhuis. Eén keer per week zit ik drie kwartier met hem in dezelfde kamer. Het is de kamer van een arts, zijn jas hangt er aan een haakje, en zijn tas staat naast zijn bureau dat verder een tamelijk wanordelijke indruk maakt.

Meneer Zwartkruis en ik krijgen daar medicijnen toegediend en jokeren wat met de zusters. Ik doe dat meer dan meneer Zwartkruis, maar hij heeft er wel schik om, en misschien joker ik daarom. Iedereen een goed humeur, dat is mijn uitgangspunt, en helemaal op vrijdag.

Meneer Zwartkruis is een jaar of zestig. Dat lijkt me goed nieuws, voor mij. Statistisch zijn zestig-jarigen sneller de sigaar dan veertigjarigen. Hij ziet er ook een stuk slechter uit dan ik. Dat komt natuurlijk omdat hij zoveel ouder is. En zieker, misschien.

Het is een aardige man, meneer Zwartkruis. Ik weet helemaal niets van hem. Hij is niet zo spraakzaam, wat prettig is. Hij heeft grijs haar en draagt een wollen spencer over zijn overhemd. Soms strekt hij zijn benen en komen er boven zijn sokken korte reepjes heel erg wit vlees bloot te liggen. Daar kijk ik dan naar. Je denkt dan aan hoe later je eigen benen zullen zijn.

'Statistieken zeggen niks', zegt de arts die het infuus aanlegt als ik hem de vijftig procent en de vijf jaar voorhoud. 'Althans, niks over u.'

Daar kun je een tijdje over nadenken.

De arts prikt een bloedvat aan en voert de naald op. Zo heet dat, het plaatsen van zo'n lange naald. Opvoeren. Je kan het ook met brommers doen. Ik herinner me het uitvijlen van een carburateur.

'De statistiek gooit iedereen op een hoop. Maar per individuele patiënt ligt het verschillend.' Hij snift wat, de dokter, hij is altijd verkouden.

Dat snap ik. En al die verschillende patiënten en hun prognoses samen zijn een onoverzichtelijke brei, dus daar laat je rekenmodules op los en dan komt alsnog dat dreigende getal te voorschijn. Dat lijkt me de essentie.

'In uw geval ziet het er veel beter uit', zegt de arts.

Kijk, dat wil je horen.

Nog meer essentie.

Maar voor meneer Zwartkruis ziet het er meteen een stuk slechter uit.

Kop of munt.

Aan de andere kant: als mijn meneer Zwartkruis nou ook vraagt hoe hij er voor staat, verplaatst de dreiging zich misschien naar de kamer aan de overkant van de gang. Daar zitten twee dames, ook aan het infuus. Ze zitten knus te breien, soms kun je de pennen horen tikken.

Maar meneer Zwartkruis houdt zijn mond. Of hij weet iets dat ik niet weet, of hij heeft lak aan statistieken. Allebei kan ook nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden