Statiegeld is strijdig met de logica

HERGEBRUIK KUNSTSTOF Argumenten voor het behoud van het kostbare statiegeldsysteem stoelen uitsluitend op valse nostalgie.

Discussies over duurzaamheid worden in Nederland nogal eens overschaduwd door irrationele argumenten en emoties. Dat moeten we niet laten gebeuren: als we het hoogste milieurendement tegen de laagste kosten willen realiseren, dan is een rationele benadering noodzakelijk.


Een goed voorbeeld is de principeafspraak tussen het verpakkende bedrijfsleven, de gemeenten en het Rijk over aanzienlijk meer hergebruik van verpakkingsmateriaal in de komende tien jaar. Begin maart heeft staatssecretaris Joop Atsma (Milieu) dit onderhandelingsakkoord aan de Tweede Kamer gepresenteerd.


Met de realisering van deze plannen blijft Nederland onbetwist koploper als het om hergebruik gaat. Het hergebruik van kunststof gaat bijvoorbeeld van 42 procent in 2012 naar 52 procent in 2022. Dit betekent een toename van de recycling van kunststof met in totaal ruim 45 miljoen kilogram, een hoeveelheid die strak opeengeperst een kleine tweeduizend flinke vrachtwagens zou vullen.


Geen land in Europa waar zulke verstrekkende afspraken met het bedrijfsleven zijn gemaakt over efficiënt hergebruik van grondstoffen. De Europese doelstelling voor hergebruik van kunststof ligt nog maar op 22,5 procent.


Een belangrijk deel van de veel grotere prestaties in Nederland moet het gevolg zijn van betere, meer duurzame verpakkingen, waarin het bedrijfsleven de komende jaren opnieuw honderden miljoenen euro's zal gaan investeren.


Goed nieuws dus, maar u had er misschien nog niets over gehoord of gelezen? Dat gebeurt wel vaker met goed nieuws. Vermoedelijk is het u echter niet ontgaan dat in verschillende gemeenten en ook daarbuiten een discussie wordt gevoerd over een van de onderdelen van het plan, namelijk het afschaffen van statiegeld op grote kunststof (pet-)flessen. De kern van die discussie is dat het statiegeld vooral moet blijven omdat het leidt tot veel en hoogwaardig hergebruik en omdat de flessen anders in het zwerfvuil, dus op straat, terecht zouden komen. Op het eerste gezicht een sluitende redenering, maar laten we toch liever iets langer nadenken.


Ten eerste is het onwaarschijnlijk dat grote kunststof flessen in het zwerfvuil terechtkomen. Ze worden immers thuis gebruikt, dus als burgers ze niet samen met andere plastic verpakkingen apart houden, zullen ze hooguit een enkele keer in de vuilnisbak voor het gemengde afval verdwijnen. In die zin ligt het dus niet voor de hand dat gemeenten, die de straten schoonhouden, er een probleem bij krijgen.


Belangrijker is echter dat we ons realiseren dat de statiegeldflessen slechts 5 procent vormen van de totale afvalstroom van kunststof verpakkingen. Voor die luttele 5 procent houden we dus een ingewikkeld - en zeer kostbaar - statiegeldsysteem in de lucht. Een systeem dat sommigen nog het liefst zouden uitbreiden naar kleinere kunststof flesjes. Enig idee wat dit zou betekenen voor een kleine winkelier of voor een sportclub?


En dat terwijl enige jaren geleden een nieuw systeem voor de inzameling van alle kunststof verpakkingen is opgezet. U kent waarschijnlijk de fel oranje gekleurde 'plastic heroes' wel: een systeem dat zich in korte tijd heeft bewezen en dat statiegeld overbodig maakt. Dit systeem is immers opgezet om zoveel mogelijk kunststof opnieuw te gebruiken. Het afgelopen jaar is in het kader van deze campagne 90 miljoen kilogram aan kunststof verpakkingen opgehaald, genoeg om twee keer De Kuip in Rotterdam tot de nok te kunnen vullen. En het hergebruik van deze stroom gebeurt nu al bijna net zo hoogwaardig als bij de bekende statiegeldflessen.


Wat is dus logischer dan dat ook de grote petflessen in dit systeem worden opgenomen, zodat één efficiënt systeem ontstaat voor alle kunststof verpakkingen. Natuurlijk moeten we tijd nemen om de consument te laten wennen, maar met goede voorlichting moet dat zeker lukken, zoals dat ook met oud papier en glas is gelukt.


Een belangrijke principeafspraak in het akkoord is dat het bedrijfsleven verantwoordelijk is voor het ophalen en recyclen van de verpakkingen die het zelf produceert volgens overeengekomen ambitieuze doelen. Uit een fonds dat het bedrijfsleven hiervoor vormt, krijgen gemeenten alle extra kosten voor inzameling van huishoudelijk verpakkingsafval volledig vergoed.


Daarnaast ontvangen ze 20 miljoen euro voor de aanpak van extra zwerfafval. Blijkt dat niet genoeg, en komt er onverhoopt toch meer kunststof verpakkingsmateriaal in grijze vuilcontainers of in het zwerfafval, dan zal het bedrijfsleven ook die extra kosten vergoeden. Ik ben er echter van overtuigd dat dit laatste niet nodig zal zijn.


Ik vind de deal tussen overheid en bedrijfsleven een schoolvoorbeeld van hoe zulke afspraken horen te zijn: de doelen (in dit geval voor hergebruik) zijn keihard, maar bedrijven die verantwoordelijk zijn voor hun eigen verpakkingsafval, bepalen zelf met welke middelen ze deze realiseren. Statiegeld is niet verboden, maar ook niet meer verplicht.


Ook gemeenten kunnen kiezen hoe ze hun deel van de taakstelling realiseren. Belangrijk is ook dat de afspraken gelden voor een termijn van tien jaar. Dat geeft zekerheid, stimuleert tot innovatie, nodigt uit tot investeren in de keten, en zorgt ervoor dat duurzame resultaten worden geboekt tegen de laagste kosten. Dat is rationeel. In een goed duurzaamheidsbeleid is geen plaats voor misplaatste nostalgie.


BERNARD WIENTJES


is voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden