Starr trekt spoor van vernieling door Amerikaanse constitutie

Of het Kenneth Starr nu zal lukken president Clinton ten val te brengen of niet, één ding heeft hij bereikt: het presidentschap is een welhaast onmenselijk ambt geworden, concludeert Jeffrey Rosen....

HET presidentschap van de Verenigde Staten is het eenzaamste beroep dat er bestaat, zo wordt vaak gezegd. De laatste weken is het echter nog eenzamer geworden dan het al was.

Een van de resultaten van Kenneth Starr's pogingen om de prerogatieven van de president steeds verder in te perken is dat het Oval Office zich sinds twee weken niet meer kan beroepen op datgene wat voor rechters, Congresleden en speciale aanklagers de gewoonste zaak van de wereld is: het recht op geheimhouding van alles wat binnenskamers wordt besproken.

Daarmee heeft Starr, of het hem nu zal lukken om Bill Clinton ten val te brengen of niet, in elk geval één ding bereikt: het presidentschap is een welhaast onmenselijk ambt geworden. Dankzij Starr kunnen toekomstige presidenten niets meer zeggen binnen gehoorsafstand van hun veiligheidsagenten zonder bang te zijn dat het bekend wordt. Zelfs tegenover hun naaste medewerkers zullen ze voortdurend op hun woorden moeten letten.

Eens lekker je gemoed luchten bij een goede vriend is er voor een president niet meer bij. En ook juridisch advies inwinnen bij advocaten in dienst van het Witte Huis is een uiterste riskante aangelegenheid geworden.

Met wie kan de president dan nog wel vertrouwelijke gesprekken voeren zonder bang te zijn voor dagvaardingen van fanatieke 'onafhankelijke' aanklagers? Alleen nog tot advocaten als Robert Bennett en David Kendall, die er nadrukkelijk voor hebben gekozen om niet de publieke zaak te dienen, maar à raison van 400 dollar per uur uitsluitend de persoonlijke belangen van bemiddelde cliënten verdedigen.

Deze ontwikkeling is niet alleen het recept voor ultieme eenzaamheid aan de top, maar belemmert de president ook in het uitoefenen van zijn taak.

Rechter David Tatel van het Hof van Beroep van het District of Columbia, die het fel oneens was met de beslissing dat Witte Huis-adviseur Bruce Lindsey zich niet op zijn verschoningsrecht mag beroepen, zei het aldus: 'In het post-Watergate-tijdperk is het voor een president in feite onmogelijk geworden om controversiële besluiten te nemen, om uit te maken of hij zich al dan niet kan beroepen op presidentiële privileges en zelfs om te beslissen of het nodig is persoonlijk een advocaat in de arm te nemen, zonder eerst vertrouwelijk juridisch advies in te winnen.'

Dankzij Starr is de president in een unieke geïsoleerde positie terechtgekomen. Rechters mogen er nog altijd vanuit gaan dat niets van hun gesprekken met functionarissen van de rechtbank naar buiten zal komen. Leden van een grand jury kunnen er eveneens op rekenen dat aanklagers niet ongestraft inbreuk kunnen maken op het vertrouwelijke karakter van hun interne beraadslagingen. Hetzelfde geldt voor de gesprekken tussen leden van het Congres en hun medewerkers.

Teneinde de scheiding der machten zoveel mogelijk te garanderen, hebben de opstellers van de Grondwet allerlei barrières gecreëerd om te voorkomen dat een van de drie staatsmachten te pas en te onpas haar neus in de zaken van de andere twee kon steken.

Onder dreiging van een dagvaarding heeft de president zich nu dus toch bereid verklaard om op 17 augustus een getuigenverklaring af te leggen op videoband. Ik sluit echter niet uit dat het Witte Huis hier op staatsrechtelijke gronden onderuit had kunnen komen door aan te voeren dat de onafhankelijke aanklager niet de bevoegdheid heeft om de president te dwingen tot een getuigenis in een zaak waarbij hij zelf onderwerp van onderzoek is.

Zelfs Starr geeft toe dat het op basis van de jurisprudentie niet geheel duidelijk is of een president gehoord of gerechtelijk vervolgd kan worden voordat hij via een impeachmentprocedure is afgezet. Maar als een president niet kan worden gehoord, hoe kan hij dan gedagvaard worden? En wie zou de president eigenlijk voor de rechter kunnen slepen als hij de dagvaarding van Starr naast zich neer zou leggen?

Bovendien heeft het Hooggerechtshof in 1988, bij de goedkeuring van de nieuwe wet op de onafhankelijke aanklager, benadrukt dat het hierbij zou gaan om een 'ondergeschikte functionaris'. De vraag die dus met recht gesteld mag worden, is hoe een ondergeschikte de bevoegdheid kan hebben om zijn superieur te gebieden tegen zichzelf te getuigen.

De enige juiste manier om eventuele door de president gepleegde strafbare feiten te onderzoeken, is verwoord door Alexander Hamilton, in de Federalist Papers, die ten grondslag liggen aan de Amerikaanse grondwet: 'De president kan worden impeached, ondervraagd en indien schuldig bevonden (. . .) kan hij nadien door een gewone rechtbank vervolgd en veroordeeld worden.'

Wat Hamilton hiermee beoogde was niet de president boven de wet te plaatsen. Integendeel, de opstellers van de grondwet wilden verhinderen dat een lokale grand jury gebruikt zou worden als instrument om allerlei politiek gevoelige informatie te verzamelen wanneer de president werd verdacht van een of ander vergrijp, terwijl volgens de grondwet alleen het Congres daartoe bevoegd is, en wel via het instrument van de impeachment.

Als het Congres het ernstige vermoeden heeft dat de president zich aan een misdrijf schuldig heeft gemaakt, mag het hem dagvaarden om de feiten boven water te krijgen. En gezien de uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak van de Nixon-tapes is de weigering van de president om gehoor te geven aan een dagvaarding van het Congres (en dus niet van de speciale aanklager) op zichzelf al een reden om een impeachmentprocedure te starten.

De Republikeinen hebben er politiek belang bij om de stemming over impeachment uit te stellen tot na de verkiezingen in november.

Maar in plaats van almaar te blijven wachten op het rapport van Starr, zouden Congresleden die hun constitutionele taak serieus opvatten onverwijld een eigen onderzoek moeten beginnen ter voorbereiding op een eventuele impeachmentprocedure.

In tegenstelling tot Starr zouden zij dan wel een politieke prijs moeten betalen als ze dagvaardingen doen uitgaan die de privacy van de president schenden op een manier die het Amerikaanse volk tegen de borst stuit.

Als de opiniepeilingen blijven uitwijzen dat de Amerikaanse burgers zich nauwelijks druk maken over eventuele onjuiste verklaringen van de president in de zaak-Paula Jones, zou de juridische commissie van het Congres hoogstwaarschijnlijk snel een eind maken aan de hoorzittingen, zonder zelfs maar over impeachment te stemmen.

Mochten Monica Lewinsky's recente onthullingen daarentegen grote morele verontwaardiging wekken in het land, dan ligt Clintons lot niet langer in handen van rabiate tegenstanders maar - omdat tweederde van de Senaat hem schuldig moet bevinden - van gematigde Democraten en Republikeinen als Joseph Lieberman en Olympia Snowe.

In beide gevallen zijn spoedige hoorzittingen in het kader van de impeachmentprocedure dringend gewenst, omdat daarmee de verhouding tussen de drie staatsmachten die Starr heeft verstoord, weer wordt hersteld.

Jeffrey Rosen is juridisch redacteur van The New Republic en doceert staatsrecht aan de George Washington University.

The New York Times

vertaling: Brigit Kooijman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden