Staren naar het Noorderlicht en sneeuwpoppen bouwen tot je erbij neervalt

Emigreren naar IJsland

Steeds meer hoogopgeleide Nederlanders vestigen zich voorgoed in het buitenland, op zoek naar rust, ruimte en natuur. Het verhaal van een gezin dat een Grote Droom waarmaakte in IJsland.

Het gezin Verwijnen in hun nieuwe woonplaats aan een fjord, noordwestelijk van Reykjavik. Foto Marlena Waldthausen

Daar zit Ernst Verwijnen (38) dan - architect van beroep, geboren en getogen stadsjongen - voor het eerst van zijn leven op een tractor. In IJsland nog wel. Om de auto 'te zoeken' die onder de sneeuw is verdwenen.

Het voelt natuurlijk niet zo, in je uppie door de IJslandse sneeuw ploegend met je amateuristische tractorvaardigheden, maar Ernst is een exponent van een trend. Elk jaar vestigen meer en meer vooral hoogopgeleide Nederlanders zich in het buitenland. Voor werk, maar vaak ook in een zoektocht naar rust, ruimte en natuur. Zo ook Ernst. Een lang gekoesterde droom, alleen niet de zijne.

Drie maanden bewoont hij nu met zijn vrouw Pimpernel (39), dochters Svana (11) en Lilly (7) en zoon Nói (9) een houten vakantiewoning in het dorpje Kjós aan een fjord ten noordwesten van hoofdstad Reykjavik. Omgeven door meer schapen, koeien en paarden dan mensen. Toch net even anders dan het rijtjeshuis in een Utrechtse woonwijk waar hij de voorgaande jaren heeft gewoond.

Ook net even anders, om het eufemistisch uit te drukken, is het weer. Ineens is het IJsland dat hij kent van de vele zomervakanties in de tinten zwart, bruin, rood, geel en grijsgroen (de lava), blauw, geel en soms zelfs lichtgevend (het mos) alleen nog maar wit, witter, witst of totaal opgezogen in het lange donker van de eindeloze nachten.

Hij wist het wel, dat de winters in het Hoge Noorden meedogenloos en langgerekt zijn, maar het daadwerkelijk ervaren is toch een ander verhaal. Gelukkig kan hij goed relativeren. Zo bijzonder is dat hele emigreren nu ook weer niet, houdt hij zichzelf voor. Met hem hebben 150 duizend anderen in Nederland het afgelopen jaar definitief hun koffers gepakt.

Lilly (7) Foto Marlena Waldthausen

Het heeft ook wel wat, welke Nederlander maakt dat nou mee: ingesneeuwd raken. Bovendien is de vriezer vol en heeft hij er in de lege avonduren een nieuwe hobby bij - of nou ja, bezigheid is wellicht een correcter woord: een trui breien van IJslandse schapenwol, lopi plötu. Motief en al.

Hij moet wat, in zijn verengde biotoop. Die kleine leefwereld van hem en zijn gezin is even idyllisch als guur. Vanuit het slaapkamerraam met zijn vrouw naar het noorderlicht in de vallei staren, sneeuwpoppen bouwen met de kinderen tot je erbij neervalt. Maar ook luisteren naar de snijdende, (bij gebrek aan bomen) onzichtbare wind die het houten vakantiehuis nacht na nacht in zijn voegen doet kraken en elke dag weer afwachten of hij naar zijn werk in Reykjavik kan rijden. Want als de wind je auto kan optillen, gaan de wegen dicht. Het geeft hem wel de tijd om te werken aan de schetsen van het nog te realiseren zelf te bouwen energieneutrale droomhuis met grasdak (je bent architect of je bent het niet) op het erf.

Een eigen biotoop

Kan migreren wel mislukken, vraagt Ernst zich af, leunend tegen zijn Toyota Landcruiser ('mijn voorwaarde voor migratie'). 'We zijn gegaan, dat is het belangrijkste. De ervaring is hoe dan ook verrijkend.' 'Ik moet het allemaal nog maar zien', zegt Pimpernel na een stilte. Waar ze het wel over eens zijn: meer dan ooit is het gezin een eigen biotoop. In Nederland schoven vaak mensen aan of waren gezinsleden de hort op, nu zijn ze bijna altijd samen. Hoe dat voelt? Svana: 'Als vakantie!'

Ooit

Drie maanden heeft de 25-jarige Pimpernel haar vriend niet gezien als ze in september 2003 uit IJsland terugkeert. Ze hebben een paar keer gebeld, kort omdat het zo duur is. Dan vertelde ze dat het goed ging, dat de bergen mooi en de mensen vriendelijk waren. Dat ene heeft ze nog niet gezegd.

Vanaf Schiphol neemt ze geen trein naar haar studentenkamer in Deventer, maar gaat ze meteen naar Den Haag waar Ernst woont. Ze heeft hem gemist, maar er moet haar ook iets van het gemoed. 'Ik wil daar ooit wonen', flapt ze eruit, nog voor ze haar tas neerzet. 'Ik heb een baan, in Amsterdam', antwoordt hij, al weet hij meteen dat ze geen grapje maakt.

Als student veehouderij heeft Pimpernel stage gelopen op de boerderij Miðdalur Kjós op het noordelijke vulkaaneiland. Ze deed al stages in Nederland ('dat was zéker niets'), Chili, Spanje en Ierland. Allemaal mooi en wilder dan Nederland, maar nergens had ze wat ze in IJsland voelde. Zo, ik ben thuis, dacht de in Amstelveen geboren en getogen Pimpernel, onmiddellijk na de landing op luchthaven Keflavik toen ze het rotsmossige maanlandschap in zich opnam.

Dat gevoel ging overigens niet met grootse emoties gepaard. Daar is ze het type niet naar, het was een bijna zakelijke constatering. Ze wilde vanaf dag één niet meer weg uit de vallei met de wilde paarden. Svana, zoals de vrouw heette op wier boerderij ze stage liep, voelde meteen als familie. 'Je blijft altijd welkom', zei ze bij haar vertrek. Zou ze dat tegen alle stagelopende paardenmeisjes zeggen, vroeg Pimpernel zich af.

Thuis dendert het leven, zoals dat gaat, als vanzelf door. Ernst, net klaar met zijn studie bouwkunde in Delft, begint met zijn baan bij een fijn architectenbureau. Er komen kinderen (die IJslandse namen krijgen, dat wel), een rijtjeshuis in Utrecht en ze hebben het goed. IJsland wordt bovendien een onverwacht centrum van de financiële wereldcrisis - dat kan een droom zomaar vertragen.

Maar in stilte laat de gedachte aan een leven aan een fjord Pimpernel niet los. Omdat de veehouderij in Nederland haar niet bevalt en het vinden van een andere baan niet eenvoudig is, komt ze 'per ongeluk' op Schiphol te werken, in de beveiliging. Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit mensen met koffers en tassen naar verre oorden zien vertrekken. Op vluchten naar IJsland werkt ze vrijwel nooit.

Foto Marlena Waldthausen

Twijfel

Hoewel de IJslandse zomer al een stuk dragelijker is dan de winter draait Ernst er nietomheen. Als zijn vrouw geen IJslandse fantasieën had gekoesterd, was hij nooit op die tractor in de sneeuw beland. Maar een echtpaar bestaat uit twee mensen, met eigen dromen en wensen. Daar moet je elkaar toch in steunen? Zo werd haar droom zijn project. Toen er vorig jaar steeds meer vacatures verschenen bij architectenbureaus in Reykjavik ('ze bouwen zich suf momenteel in IJsland, met het toerisme in een stroomversnelling'), voerde hij binnen no time sollicitatiegesprekken via Skype.

Getwijfeld heeft hij zeker en als hij heel eerlijk is, nestelt die twijfel nog altijd ergens in zijn buik. Hij komt uit een hecht groot gezin en is sociaal actief met vrienden en collega's. Dol op 'aanloop aan huis' - geen vanzelfsprekendheid in het dagelijks leven in een verlaten IJslandse vallei.

Dochter Lilly (7): Het leukste zijn de lammetjes, die zijn zoooo lekker. Foto Marlena Waldthausen

Het werk op het architectenkantoor in Reykjavik is 'best leuk', maar het haalt het niet bij zijn oude werk. Of misschien zijn het vooral zijn oude collega's die hij, de ene dag meer dan de andere, mist. Collega's die na dertien jaar bijna als familie voelden. Maar als Ernst eenmaal iets doet, dan ook goed. Dus geen deur op een kier voor een eventuele terugkeer, maar baan opzeggen en huis verkopen.

Dat hele emigreren als Nederlander naar IJsland bleek op papier ook nog eens een fluitje van een cent. Bij het immigratiebureau te Reykjavik zette het echtpaar een handtekening. 'Welcome to Iceland', kregen ze te horen. Alleen die taal, dat is nog wel een kleine hindernis. Niet voor de kinderen, die elkaar aftroeven met de juiste naamval bij een voorzetsel en papa en mama telkens geërgerd verbeteren.

Droom

Tien jaar heeft Pimpernel uiteindelijk gewacht op een verhuizing naar haar droomland. Toch oogt ze, bijna een jaar na vertrek uit Nederland (ja, nog steeds in IJsland!), niet als iemand die zojuist de loterij heeft gewonnen. Het zal de combinatie zijn van haar ingetogen en nuchtere karakter en de twijfel of het allemaal wel gaat lukken, die haar nog niet heeft verlaten.

Opmerkelijk genoeg zegt juist degene van wie 'het allemaal niet zo nodig hoefde' vol overtuiging dat ze blijven. Misschien is het juist die vasthoudendheid van Ernst die Pimpernel doet twijfelen. Ze wil hem niet ongelukkig maken met haar droom.

Ze werkt nu met paarden. Neemt toeristen mee die de tölt, een ritmische snelwandelpas waar de robuuste IJslandse paarden een talent voor schijnen te hebben, willen ervaren. Ook helpt ze Svana, inmiddels ama (oma) Svana voor de kinderen, en haar man Guðmundur op de boerderij met de koeien, schapen en nog niet getemde paarden.

Ergens durft ze het allemaal nog niet te geloven. Alsof je na tien jaar wachten op je droomleven omgekeerd evenredig veel tijd nodig hebt om te beseffen dat je het gewoon aan het leven bent, die droom.

Kinderen

Over de kinderen heeft ze zich ook zorgen gemaakt. Svana, met 11 jaar de oudste en meest extraverte van het stel, had meteen nieuwe vrienden. Nói, de middelste, de peinzer van het drietal, niet. Dat doet een moederhart pijn. Haar zoon is verlegener, gevoeliger, dat weet ze. Zegt vaak dat hij niet naar school wil, maar dat wilde hij in Nederland eigenlijk ook al niet, die wil gewoon de hele dag tekenen. Toch houdt ze hem extra in de gaten.

De kleine Lilly had de meeste tegenzin. Maar na een dag op haar nieuwe school waar ze in het begin natuurlijk niemand kon verstaan, zei ze: 'Mag ik morgen weer?' Zo gaat dat met de allerkleinsten, veerkrachtiger dan een trampoline.

De meeste zorgen heeft ze over Ernst. Of hij wel kan aarden. Zij heeft weinig nodig. Haar gezin, een lege vallei en wat paarden - meer niet. Ze is wat je noemt een ware einzelgänger, een druk sociaal leven had ze in Nederland ook al niet echt.

Foto Marlena Waldthausen

Ernst daarentegen doet er alles aan om in IJsland een variant op zijn Nederlandse bestaan op te bouwen. Vorig weekend nog had-ie al zijn collega's zo ver gekregen dat ze in tentjes op het terrein om hun houten vakantiehuis overnachtten. Stond-ie zielsgelukkig stralend grote stukken zelfgeslachte koe te grillen op de barbecue. Maar weegt zo'n etentje op tegen het geïsoleerde bestaan van alledag, waarin het gezin vooral elkaar heeft ter afleiding en vermaak? Ze weet het niet.

Het contrast met Nederland kan ook bijna niet groter: drie keer het formaat en vijftig keer minder inwoners (330 duizend). Vandaar ook dat het eiland een genealogische datingapp kent, zodat zoekende IJslanders een potentiële flirt eerst even op eventuele familiebanden kunnen controleren.

Het eiland bevalt Ernst. De omgeving is ongeëvenaard prachtig (zoals vorig jaar twee miljoen toeristen ook dachten) met die kale lavavelden, vulkanen, geisers, watervallen en spontaan uit de grond opborrelende spa's. Wild, weids, oogstrelend, ongerept, dat soort adjectieven.

De IJslanders zijn bovendien een sympathiek volk, niet zo stug en ontoegankelijk als hun noordelijke ligging kan doen vermoeden, goed van vertrouwen ('proefrit maken met de jeep, tuurlijk, hier zijn de sleutels'), bijna Caribisch in hun 'het komt wel goed'-achtige levensmotto. Dat is dan weer niet zo fijn voor Ernst en zijn mild neurotische karakter. Wat stoer, wat dapper, zeiden mensen voor vertrek. Wat ze eigenlijk bedoelden: jij liever dan ik, denkt Ernst. Ook veel gehoord: we komen zeker langs. Dat moet hij nog maar zien. Haar moeder (64) vond het mooi, het migreren, zijn ouders (66 en 65) waren beduidend minder blij. Maar wel of niet migreren doe je niet voor je familie, toch?

Een paar maanden na de verhuizing was Ernst even terug in Nederland. Fietsend door de binnenstad van Utrecht bekroop hem het soort heimwee dat stiekem verstopt zit in je lichaam. Het type nostalgie dat zelfs een herinnering aan de overvolle intercity in de avondspits in sepiatinten hult.

Maar regenbogen had je niet hè papa, onderbreekt dochter Svana zijn mijmering. Nee die hadden we niet. En hier kan hij na zijn werk gewoon even gaan snowboarden, dat kon thuis, oeps, in Nederland, ook niet, voegt hij er nog aan toe.

Graadmeter

De heuvel naast het huisje staat een jaar na de migratie vol met lupines, een plant uit de vlinderbloemenfamilie met paarse bloemen die overal op het eiland opduikt. Eén plekje is onbegroeid: daar staat de trampoline waarop Nói met zijn oude zus een achterwaartse salto met flikflak oefent. Het leukste aan IJsland? De bergen, roepen broer en zus in koor. Het minst leuke volgens Nói: zure walvis. 'Dat flubbert in je mond.' Hij trekt er een vies gezicht bij.

Lilly is vooral blij met de lammetjes. 'Die zijn zooooo lekker.'

Kinderen zijn misschien wel de beste graadmeter voor een geslaagde migratie. Ze weten het in elk geval verrassend eenvoudig te verwoorden. 'Hier zijn meer regenbogen en geen hoge bomen om in te klimmen', vat de 11-jarige Svana haar overzeese verhuizing samen.

Foto Marlena Waldthausen

Oh ja, voegt ze na lang nadenken toe, 'en ze hebben geen euritmie', haar lievelingsvak op de vrije school waar ze in Nederland heen ging. 'Dan moet je letters uitbeelden met je lichaam. De hele klas vond het stom, maar ik was er goed in.'

De atletische 11-jarige met de lange donkere haren en enigszins verwilderde blik lijkt zo uit een boek van Astrid Lindgren ontsnapt. Haar nieuwe leefomgeving - tussen de bergkammen die een woeste weide met langharige paarden, modder en sloten omarmen - helpt ook mee. Pijl en boog op de rug, een paard zonder zadel en hop, deze Ronja de roversdochter verdwijnt zo de wildernis in.

Hoe jonger de wereldnomade, hoe eenvoudiger de transitie, is vaak de gedachte. Tot een jaar of 5 schijnen kinderen het verschil tussen morgen en volgende week amper te ervaren. Verfrissend, want daardoor worden ze nog niet gehinderd door zoiets mafs als een toekomstperspectief. Hun voornaamste referentiekader is bovendien het gezin: is dat veilig en stabiel, dan zit het wel goed.

Hoe zorg je ervoor dat emigreren ook voor de kinderen goed verloopt?

Onderzoeker op het terrein van pedagogiek en migratie Elianne Zijlstra (Rijksuniversiteit Groningen) heeft nog wel wat tips voor migrerende gezinnen. Een migratie, ook een die is ingegeven door een Grote Droom, is een stressvolle transitie. Eentje waar elk gezinslid op eigen wijze mee omgaat en op reageert. 'Wees betrokken, sta de kinderen bij, help hen met het leren van de taal, het maken van nieuwe vriendjes en bied ruimte aan de emoties van verlies of rouw die de kinderen hebben. Het is niet erg dat je niet alles kunt oplossen, maar hun verdriet mag er wel zijn.'

Een kind dat zich veilig en geborgen voelt in het gezin, met ondersteunende beschikbare ouders, kan een migratie waarschijnlijk goed aan. Op het punt van de beschikbaarheid gaat het soms mis, weet Zijlstra. Ouders zijn dan zo druk bezig met het opbouwen van hun eigen bestaan (niet lopende gasthuizen, conflicten met lokale bureaucraten, het niet beheersen van de taal), dat ze minder oog hebben voor de behoeften van hun kinderen, observeert ze bijvoorbeeld in tv-programma Ik vertrek. 'Ik vraag me dan altijd af, wat betekent dit voor de kinderen.'

Doorslaggevende factoren voor een geslaagde migratie voor kinderen, zo blijkt uit diverse onderzoeken (zie kader), zijn perspectief, stabiliteit, beschikbaarheid van de ouders, veiligheid van een goed gehecht gezin en een aangekondigde verandering.

Met die aangekondigde verandering zit het bij Svana, Nói en Lilly wel goed. 'We hebben allemaal een IJslandse naam', zegt Svana, vernoemd naar oma Svana. 'Je zegt Noo-wi. De mijne spreek je uit als Swa-na, ze hebben geen 'w' in IJsland. Er ontstaat een kleine discussie met Nói over de herkomst van de naam van hun kleine zus. Svana, stellig: 'Als ze in IJsland geen naam weten voor het kind, noemen ze het Lilly.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.