Starchitectuur

Meesterpitchers met competitiestress zijn het, de sterarchitecten van nu. Het Architectuur Film Festival in Rotterdam opent vandaag met de documentaire The Competition. Vier bouwers op de voet gevolgd.

Je voelt een plaatsvervangende rilling over je rug lopen als de Franse star-architect Jean Nouvel naar de wand loopt waar de ontwerpen voor een nieuw museum zijn opgeprikt. Zijn blik is vernietigend, zijn motoriek verraadt irritatie en zijn tekst laat niets te raden: 'Nonsens, fucking nonsens'. Om hem heen staan timide jonge architecten met holle ogen omdat ze nachten hebben doorgewerkt. Ze worden zwijgend geslacht door de baas.

Welkom in de wereld van de pitch. Een competitie tussen wereldberoemde architecten om een grote opdracht binnen te slepen. Er staat veel op het spel. Geld en prestige. Iedere architect - ook de 'starchitect' - is net zo goed als zijn laatste gebouw. Er moet gewonnen worden.

Angel Borrego Cubero - zelf architect - volgt in de documentaire The Competition, waarmee het Architectuur Film Festival Rotterdam vandaag opent, vier wereldsterren. Naast Nouvel bereiden Zaha Hadid, Frank Gehry en Dominique Perrault de presentatie voor van hun ontwerp voor het nationaal museum van het stadstaatje Andorra. Huiveringwekkend is het. Niet alleen het gedrag van Nouvel, maar ook de grote mate van vergeefsheid van het proces die gaandeweg steeds meer evident wordt.

Er wordt weleens gemopperd op hedendaagse architectuur, maar sta eens stil voor het Stedelijk Museum Amsterdam. En stel je voor dat dit gebouw niet een maar acht keer is ontworpen. Door minstens even vermaarde architecten als de winnaars Benthem Crouwel. En als je pitcht, doe je dat niet met een simpel schetsje. Nee, je tekent een serieus gebouw, met complete programma's, details, kostenplaatjes, materiaalstudies en stedenbouwkundige context: de hele rimram die hoort bij een ontwerp en soms tonnen kost.

Make some fucking holes in the facade, foetert Nouvel tegen zijn jonge projectmanager. 'Wil je grote gaten?', vraagt de jongeman onzeker. 'Grote gaten! Ik wil gewone gaten.' En over de inrichting zegt Nouvel: 'Ben je eigenlijk ooit in je leven in een museum geweest?' En dan een wegwerpgebaar.

Wat goed is aan de film van Borrego Cubero, is dat hij laat zien hoe de normale omgangsvormen naar de achtergrond verdwijnen naarmate de tijdsdruk toeneemt. Het gaat om een opdracht van meer dan honderd miljoen euro, jaren werk. De zenuwen die bij Nouvel rond het bureau gieren, zijn net zo goed aanwezig bij de concurrentie: Hadid, Gehry en Perrault. In de architectuurwereld ontkomt niemand aan competitiestress.

Het blafgedrag van Nouvel is zeker geen uitzondering. Afgezien van het feit dat de meeste grote architecten zijn behept met een volumineus ego, moet ter vergoelijking worden gezegd dat één misser fataal kan zijn. De faam van hun bedrijf - waar honderden ontwerpers werken - hangt heel erg op een persoon: De Architect van Naam. Zijn reputatie is alles. Zijn agenda is krankjorum. Hij vliegt de hele wereld over, terwijl het grondpersoneel - soms bestaat een derde van het werknemersbestand uit stagiairs - aan de pitches werkt.

Het zijn in zekere zin popsterrenlevens die Hadid, Perrault, Nouvel en Gehry leiden. Behalve dan dat hun performance geen concert is, maar altijd een intelligent verhaal dient te zijn over de essentie van een ontwerp. Want er worden wel fancy plaatjes en maquettes gemaakt voor de prijsvraag, maar de juryleden willen uiteindelijk van de sterarchitect zelf het verhaal achter het gebouw horen.

Ze komen dus allemaal zelf presenteren in The Competition - uitgezonderd Hadid. Perrault spreekt over 'een nieuw baken' in het hart van de stad. Gehry tovert met een gevelhuid van opbollende schilden. Studio Hadid kiest voor een toren die met diepe sneden is open gewerkt. Nouvel, die vlak voor hij op het vliegtuig stapte nog tekeningen heeft afgekeurd, staat nu op charmante wijze te spreken over de kunst van het tentoonstellen.

Zonder het misschien te beogen, is The Competition een pamflet tegen deze manier van opdrachten toewijzen. De ontwerpen zijn onvergelijkbaar, maar eigenlijk is niet een van de gebouwen slecht. De jury blijft de hele film lang een onleesbare veste, wat de documentaire de kwaliteit geeft van een whodunit. Al die inspanningen blijven ergens in de lucht hangen.

De afloop - die alleen blijkt uit de aftiteling - is onthutsend. Als er iets is dat een architect moet kunnen op dit niveau, is het niet ontwerpen, maar goed praten. Dat lijkt de belangrijkste les van deze film. De star-architect is in feite de groot-acquisiteur van zijn bedrijf. Dat geldt ook voor de Nederlandse architect Rem Koolhaas, van wie het beeld heerst dat hij vooral onnavolgbaar kan redeneren. Als je een keer hebt meegemaakt hoe hij een ontwerp aan de klant aanbiedt, besef je echter dat het een zeer wereldse man is.

In 2006 was er even sprake van dat Koolhaas de nieuwe huisvesting van de Volkskrant zou ontwerpen. Hij wist heel goed dat hij in persoon moest verschijnen om de hoofdredacteur aan zijn zijde te krijgen. Die hoofdredacteur wachtte op zijn werkkamer, in de verwachting dat hij een bouwtekening of maquette te zien zou krijgen. Maar Koolhaas sprak tijdens die presentatie met geen woord over zijn ontwerp. In plaats daarvan had hij een krant gemaakt. Een nieuwe Volkskrant, verfrissend, beeldrijk en veel kleiner dan de krant die toen nog op broadsheet verscheen. Daar wilde hij met de hoofdredacteur over spreken.

Eigenlijk liet Koolhaas zien dat hij een visie had op de horizon van zijn opdrachtgever. Als een architect weet wat jij wilt zijn, weet hij ook hoe je wilt wonen. Datzelfde probeert Nouvel over te brengen als hij tegen de jury praat over hoe je kunst moet tentoonstellen. Of studio Hadid, die vooral kijkt naar hoe de frescocollectie van het museum moet worden tentoongesteld in een volledig verticaal gebouw. En Perrault mikt op een nieuw icoon dat Andorra net zo trots kan maken als Bilbao op zijn Guggenheim Museum.

Wat de jury zou hebben gekozen, weten we niet. Er komt waarschijnlijk geen nieuw museum. De jury - voorgezeten door de minister van Cultuur van Andorra - is naar huis gestuurd door een nieuw kabinet. Ergens staan de met bloed, zweet en tranen gemaakte maquettes in een kast. We zullen ze, net als de zeven andere versies van het Stedelijk Museum, nooit te zien krijgen.

Nouvel

Jean Nouvel werd geboren in 1945 in Fumel in Frankrijk. Zijn bekendste bouwwerken zijn: Musée du quai Branly in Parijs, het L'Institut du monde arabe in Parijs, het Torre Agbar in Barcelona en de Gasometer in Wenen (zie foto). Ook was hij verantwoordelijk voor de uitbreiding van het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in Madrid en voor de uitbreiding van de Opéra van Lyon.

The Competition, Angel Borrego Cubero, première 10/10 op het Architectuur Film Festival Rotterdam, ook te zien op 13/10.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden