Column

Stapelverbod ontneemt leerlingen buitenkans

 

Foto ter illustratie. Beeld anp

Onderwijs is een emancipatiemotor van jewelste, maar die kan zomaar haperen. Uit het jaarlijkse rapport van de Onderwijsinspectie, De staat van het onderwijs, blijkt dat het 'stapelen' van diploma's - na het vmbo-t naar de havo, van havo naar vwo, van hbo naar universiteit, afneemt. Dat is slecht nieuws. Het kan betekenen dat, arbeideristisch gezegd, de dubbeltjes voortaan weer dubbeltjes blijven.

Het stapelen van diploma's is een buitenkans voor kinderen in wie de leerkrachten niet zo geloofden, of die ouders hebben die studeren niet zo nodig vinden. Leerlingen die na wat lummelen of problemen thuis afgleden naar een lager schooltype, kregen zo altijd een nieuwe kans. Wie op de ambachtsschool of huishoudschool begon, kon zo ooit hoogleraar of minister worden.

Voor zijn boek De Nederlandse droom (2008) interviewde Paul van Liempt beroemde 'stapelaars' zoals Gerrit Braks, Maria van der Hoeven, Aline Schuiling, Ab Klink, Ahmed Marcouch en Ahmed Aboutaleb. Was het stapelen vroeger een uitweg voor 'arbeiderskinderen' en later voor vrouwen, de laatste decennia zijn het vooral allochtonen die deze mogelijkheid aangrepen.

Stapelen kon - en kan - via avondscholen, schriftelijk of online leren, of het gewone onderwijs. Maar daar zien ze het liever niet: van havo naar vwo is moeilijk, omdat het havo-examen een vak minder telt. Een zwakke leerling die misschien zakt, is slecht voor de statistieken van de school, net als zittenblijvers.

Achter de afname van het stapelen zit geen complot, maar wel beleid, een ontmoedigingsbeleid. Alsof de overheid vreest voor een overvloed aan hoogopgeleiden. Stapelen kost geld. Liever dus de goedkopere route vmbo-mbo, en vandaar wellicht naar het hbo. In theorie kun je zo doorstromen naar de universiteit, maar in de praktijk gebeurt dat dus minder dan via het oude stapelen. Wie nu op zijn 12de op een vmbo begint, omdat de juf van groep 8 dat een goed idee vond, blijft doorgaans in het beroepsonderwijs. Die vroege selectie is een wreed systeem; ze houdt kinderen op hun veronderstelde plaats.

Voor de emancipatie van meisjes is onderwijs ontzettend belangrijk geweest. Nog maar een eeuw geleden was het heel bijzonder als een meisje op het gymnasium of de hbs zat. In theorie hadden meisjes vanaf 1906 vrije toegang tot de hbs, maar in de praktijk zaten er vrijwel alleen jongens op. Op de katholieke voorloper van het gymnasium, het klein-seminarie, zaten alleen jongens. Voor meisjes die goed konden leren was er de mms. Een keurige opleiding, maar je kon er niet mee naar de universiteit.

Een meisjeslyceum bood ongekende mogelijkheden. Ik realiseerde me dat toen ik las in Bronnen van leven 1914-2014, van Aad Streefland (uitgeverij Thoth), over het Amsterdamse Fons Vitae Lyceum, dat in 1914 begon als een Rooms-Katholieke meisjes-H.B.S., een van de eerste in Nederland. Op prachtige foto's zijn ladingen giechelende bakvismeisjes te zien. Zij vormen een geweldig tijdsbeeld: de bedeesde, bebrilde meisjes van de eerste lichting, onder leiding van een streng kijkende non, transformeren langzaam naar minirokdraagsters en shaggies draaiende rebellen. Er is steeds meer wereldse vrolijkheid: sportdagen, klassenavonden met kekke jongens van het Ignatius College. In 1970 wordt de school opengesteld voor jongens, in 1981 vertrekken de laatste drie zusters.

Het is een kroniek van doodgewoon schoolleven. Toch voltrok zich hier iets bijzonders: vanaf 1920 gingen duizenden meisjes die hier hun hbs- of gymnasiumdiploma haalden naar de universiteit. Vanaf de jaren zeventig vormden ze de eerste generaties vrouwen die bleven werken als ze kinderen kregen. Ze werden arts, rechter, docent, Kamerlid.

Het mooie was, denk ik nu, dat meisjes niet werden gediscrimineerd in de klas. Zei míjn wiskundeleraar op een gemengde school tegen de meisjes 'Gaan jullie maar buiten paraderen met geverfde lippen, het wordt toch nooit wat', voor een leraar op een meisjesschool bestonden er geen sekseverschillen; die had gewoon slimme en minder slimme leerlingen, echte alfa's en echte bèta's. En daardoor minder vooroordelen.

Nu zijn de jongens de achterblijvende groep. De laatste tien jaar zitten er op het Fons Vitae relatief meer meisjes op het vwo, en meer jongens op de havo. Misschien wordt het tijd voor een jongensschool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden