'Standplaats Zoetermeer, een grote ramp'

Een hekel hebben ze aan dat gereis tussen Zoetermeer en het Binnenhof. De bewindslieden op het ministerie van Onderwijs zijn blij dat ze over twee jaar terug mogen naar Den Haag....

Van onze verslaggever Raoul du Pré

In 1971 presenteerde het ministerie van Onderwijs het plan om van Den Haag naar Zoetermeer te verhuizen. Pas in 1985 kwam het er daadwerkelijk van. De voorbereiding van de verhuizing duurde daarmee bijna net zo lang als het totale verblijf in Zoetermeer. Over twee jaar vertrekt het ministerie alweer naar de Hoftoren, naast het Haagse Centraal Station.

Na de ministeries van Volkshuisvesting en Volksgezondheid is Onderwijs het laatste departement dat Den Haag weer opzoekt. Het ministerie merkte volgens een woordvoerder dat het 'lastig spelen is' buiten Den Haag. 'Wij moesten altijd naar andere ministeries toe. We reden de hele dag op en neer in taxi's. Nu kunnen wij tenminste zelf in ons eigen gebouw af en toe iets organiseren.'

Ook onderwijsminister Hermans is blij met de aanstaande verhuizing. Hoewel de bewindslieden van Onderwijs al jaren een pied-à-terre hebben in Den Haag, ziet hij het verblijf in Zoetermeer als een groot nadeel. 'We spelen altijd een uitwedstrijd in Den Haag', merkte hij onlangs op in de Tweede Kamer. 'Dat is niet alleen lastig voor de ministers en de staatssecretarissen, maar vooral voor de ambtenaren die moeten overleggen met hun collega's van andere ministeries. Persoonlijk contact is daarbij essentieel.'

Wat dat betreft zijn de inzichten veranderd in de afgelopen twintig jaar, meent Hermans. 'Toentertijd was het beleid gericht op spreiding van de Rijksdiensten', schrijft hij aan de Tweede Kamer. Inderdaad vertrokken de Informatie Beheer Groep en de PTT daarom naar Groningen en de Open Universiteit en een deel van het Centraal Bureau voor de Statistiek naar Limburg. Maar voor het ministerie zelf ging die redenering nou juist niet op. Oud-minister Van Kemenade: 'Een verhuizing naar Zoetermeer kun je nauwelijks spreiding noemen. Als je hard loopt ben je binnen een uur in Den Haag.'

Van Kemenade herinnert zich dat Onderwijs eigenlijk nooit weg wilde uit Den Haag. 'Het ministerie zat verspreid over tientallen panden in de stad, dus er moest ergens iets nieuws komen. Het ministerie had een plek op het oog, maar de gemeente wilde niet meewerken. Die zat niet te wachten op zo'n moloch in de stad. Om Den Haag onder druk te zetten, is het ministerie toen gaan praten met Zoetermeer. Tot ieders verbazing was die gemeente zo ruimhartig in de onderhandelingen en kwam er zo snel een stuk grond ter beschikking, dat het ministerie opeens niet meer met goed fatsoen kon terugkrabbelen.'

Minister Deetman, die de verhuizing meemaakte, heeft op het laatste moment zelfs nog geprobeerd een geschikte locatie in Den Haag te vinden. Maar de plannen in Zoetermeer waren al te ver gevorderd om tegen te houden. Toen Deetman eenmaal in Zoetermeer zat, vond hij het al snel onhandig om steeds op en neer te moeten naar Den Haag. Van zijn opvolger Ritzen is bekend dat hij eigenlijk ook al snel terug wilde, maar in zijn roerige ambtsperiode geen tijd vond om zich er echt mee bezig te houden.

Oud-staatssecretaris Wallage heeft er van alle bewindslieden misschien wel het meest onder geleden. Hij herinnert zich het verblijf in Zoetermeer als een 'absolute ramp'. 'Er waren dagen dat ik anderhalf uur in de auto zat, alleen maar voor dat stukkie tussen departement en Binnenhof. Als de premier je een kwartiertje wil spreken, ben je twee keer een halfuur onderweg. Andere ministers lopen gewoon even binnen. En dan heb ik het nog niet eens over alle vergaderingen in de Kamer. De reistijd is een ongehoorde belasting voor de bewindslieden op Onderwijs.'

Hoewel de verhuizing naar Den Haag het ministerie meer dan 100 miljoen gulden kost, sputtert in de Tweede Kamer alleen het CDA tegen. De partij vindt het 'vreemd' dat in een tijd van e-mail en telewerken fysieke aanwezigheid van ambtenaren en bewindslieden als doorslaggevend argument voor de verhuizing wordt gegeven. Dat ziet Hermans anders: 'Communicatiemiddelen als ICT vervullen een belangrijke ondersteunende rol maar kunnen niet de rol overnemen van persoonlijk contact. Dat komt eerder en gemakkelijker tot stand als het ministerie in Den Haag zit.'

Dat is oud-minister Van Kemenade met hem eens: 'Voor een minister is het nu eenmaal handiger als hij zijn ambtenarenapparaat op armlengte heeft op momenten dat hij in Den Haag aan het werk is. Want je kunt wel roepen dat het tegenwoordig allemaal op afstand kan, maar opeen gegeven moment moet je elkaar toch in de ogen kunnen kijken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden