Standaardgezin beperkt houdbaar

Het standaardgezin ligt niet meer voor de hand. Relaties zijn divers geworden. Eigenlijk is dat niks nieuws. Kijk naar de 19de eeuw....

De hedendaagse relatiemarkt is een lappendeken van happy singles en stiefgezinnen, van latrelaties en mannen die op gevorderde leeftijd aan hun tweede leg beginnen. Tradities hebben hun kracht verloren, zeggen sociologen, en het individu maakt zijn keuze uit een lange reeks opties. Het bestaan is vloeibaar geworden, meent de Pools-Britse socioloog Zygmunt Bauman. Zijn invloedrijke Duitse collega Ulrich Beck schreef samen met zijn vrouw een boek onder de titel Das ganz normale Chaos der Liebe.

Sociologen als Bauman en Beck zetten de hedendaagse relatiekermis af tegen het ‘standaardgezin’: een werkende vader, een moeder die thuis voor de kinderen zorgde. Echtscheiding was vrijwel ondenkbaar in deze oase van stabiliteit. De meeste kinderen groeiden op bij hun biologische ouders.

Maar het standaardgezin is slechts korte tijd standaard geweest, zegt dr. Frans van Poppel, historisch demograaf van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Het standaardgezin werd dominant tussen 1910 en 1920. Vanaf het midden van de jaren zestig verloor het zijn culturele dominantie, al leven nog altijd veel mensen in een ‘gewoon’ gezin. We leven alweer ruim veertig jaar in een wereld waarin het standaardgezin niet meer vanzelfsprekend is. En in de 19de eeuw was de wereld van gezin en relaties minstens even divers en turbulent als tegenwoordig.

Het aantal singles was zeer groot, al werd er destijds gewoon van vrijgezellen gesproken. Veel mensen hadden onvoldoende middelen van bestaan om een gezin te kunnen stichten. Rond 1900 bleef 23 procent van de vrouwen zonder kinderen. Anderen kregen een kind zonder dat zij een echtgenoot hadden. ‘Het aantal buitenechtelijke kinderen lag rond 1900 op 4 à 5 procent. Dat kwam vooral voor in de lagere sociale klassen’, ’ zegt Van Poppel.

Ongebroken gezin

Ongebroken gezin
Zelfs in het huidige echtscheidingslandschap leven minder kinderen in onvolledige of opnieuw samengestelde gezinnen dan in de 19de eeuw. Destijds brachten kinderen gemiddeld 11,8 van hun eerste 15 levensjaren bij beide biologische ouders door. Door de grote sterfte verloren veel kinderen hun vader of moeder. Kinderen die tussen 1940 en 1964 werden geboren, leefden gemiddeld 14 jaar in een ongebroken gezin. Voor kinderen die tussen 1970 en 1985 werden geboren, ligt dat cijfer nauwelijks lager: 13,8 jaar. De jongste generatie is nog niet onderzocht. Ongetwijfeld zal het cijfer weer iets lager zijn, al blijft het ver verwijderd van 19de-eeuwse cijfers. Natuurlijk is er een verschil tussen de 19de eeuw en nu: destijds werd de turbulentie veroorzaakt door armoede en noodlot, tegenwoordig door keuzevrijheid. Niettemin: de stabiliteit van het standaardgezin lijkt een historische uitzondering.

Ongebroken gezin
Het onderzoek van Van Poppel is mede gebaseerd op de Historische Steekproef Nederland (HSN), een representatieve steekproef onder 78 duizend Nederlanders die leefden in de periode tussen 1812 en 1922. De HSN is gefinancierd door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), uit een fonds (‘NWO-groot’) dat vaak wordt gebruikt voor de financiering van deeltjesversnellers en andere dure bèta-apparatuur. Vorige maand werd er een ‘eindcongres’ over de HSN gehouden, omdat de financiering van NWO afliep. Inmiddels ligt de aanvraag voor een nieuw project klaar, waarover NWO volgende maand zal beslissen: de integratie van de HSN met de Netherlands Kinship Panel Study, waarin recentere gegevens van Nederlanders zijn opgeslagen.

Ongebroken gezin
Hoe dan ook, de HSN blijft gewoon bestaan, als database die toegankelijk is voor alle onderzoekers. De steekproef biedt een schat aan gegevens, zegt Van Poppel. ‘Het mooie van de HSN is dat het een landelijke steekproef is. Veel historisch-demografisch onderzoek is regionaal van aard. In de 19de eeuw waren de regionale verschillen in Nederland heel groot. Dankzij de HSN kunnen we nu ook een landelijk beeld geven.’ Daarnaast maakt de HSN onderzoek over een lange periode mogelijk. De steekproef wordt gebruikt door historici en demografen, maar ook door sociologen die hun onderzoek naar verschijnselen als relatievorming of beroepsstratificatie in een historische context willen plaatsen.

Ongebroken gezin
De toename van de welvaart speelde een belangrijke rol bij de opmars van het standaardgezin. Door een inkomensstijging kregen meer mensen de kans op betrekkelijk jonge leeftijd een gezin te stichten. Daarnaast daalde de sterfte op relatief jonge leeftijd, dankzij een betere gezondheidszorg. ‘Tegelijkertijd was het aantal echtscheidingen laag’, zegt Van Poppel. Daardoor bleven de meeste gezinnen intact totdat de kinderen het huis uit waren.

Ongebroken gezin
Ook verdwenen de buitenstaanders uit het gezin: de inwonende oma’s en opa’s, de ooms en tantes, de kostgangers en de dienstboden. Zo kromp de extended family ineen tot het kerngezin van vader, moeder en kinderen. De moeder bleef daarbij in toenemende mate thuis. ‘Veel mensen zagen af van de economische voordelen van vrouwenarbeid, in ruil voor de hogere status die aan het huismoederschap werd toegekend’, zegt Van Poppel. Vrouwenarbeid werd geassocieerd met de lagere klassen. Dames uit de gegoede burgerij bleven thuis. Terwijl feministen van burgerlijken huize ageerden tegen dit opgelegd passieve bestaan, koos de grote massa juist voor de status van het thuisblijven.

Hoge lonen

Hoge lonen
‘In Nederland werd dat ook mogelijk gemaakt door relatief hoge lonen. Anders dan in landen als Noorwegen of Zweden was het hier mogelijk om van één inkomen te leven’, zegt Van Poppel. ‘Overigens werkten veel vrouwen wel degelijk, ook al gaven ze voor de burgerlijke stand geen beroep op. Boerinnen werkten mee op de boerderij. Uit mijn eigen jeugd in een niet zo rijke buurt van Tilburg kan ik me herinneren dat er bij veel mensen één keer per week textiel werd bezorgd, die door huisvrouwen verder werd afgewerkt.’

Hoge lonen
Nog altijd wordt het standaardgezin geassocieerd met de periode van verzuiling, waarin het individu onder de knoet zou zitten van schier almachtige dominees en pastoors. Hoewel de invloed van religie in Nederland sterk was, is het historische beeld complexer. Zo daalde het kindertal gestaag vanaf het einde van de 19de eeuw.

Hoge lonen
‘Daarvoor bestonden economische motieven’, zegt dr. Theo Engelen, hoogleraar geschiedenis aan de Radboud Universiteit, die mede op basis van de HSN onderzoek deed naar kinderloosheid tijdens het Interbellum. ‘Door maatschappelijke ontwikkelingen boden kinderen geen economische voordelen meer. Kinderarbeid werd verboden, scholing verplicht.’ Door de dalende zuigelingensterfte hoefden mensen bovendien minder kinderen te maken.

Hoge lonen
In heel Europa daalde het kindertal. In de jaren dertig van de 20ste eeuw schreven sociologen en demografen in opvallend moderne termen over deze ontwikkelingen. Tegenwoordig beslissen mensen zelf hoeveel kinderen zij nemen, schreef de Fransman Adolphe Landry in La révolution démographique uit 1934. De Britse Enid Charles geloofde dat reproductie moeilijk te verzoenen was met de lichaamscultuur en het materialisme dat ook al in de jaren dertig werd gesignaleerd: ‘Als de keuze gemaakt moet worden tussen een Ford en een baby, zal de Ford vaak winnen.’ In Nederland meende de statisticus Methorst, later directeur van het CBS, al in 1914 dat ‘de toenemende welstand en beschaving een psychologischen invloed hebben op ’s menschen wil in de richting van geboorte beperking’.

Hoge lonen
Toch bleef Nederland een van de vruchtbaarste landen van Europa. ‘Het economisch motief voor beperking van het kindertal was duidelijk. Alleen: het moet wel mogen. In Nederland mocht het niet voor katholieken en orthodoxe protestanten. Nederland bleef daarom lange tijd een van de vruchtbaarste landen van Europa’, zegt Engelen. Toch boog Nederland wel mee met de Europese trend, zij het op een hoger niveau. Hetzelfde geldt voor de katholieken in Limburg en Brabant. Ook zij kregen minder kinderen, al waren het er nog altijd meer dan in de rest van het land.

De pil

De pil
Zo beperkten veel mensen hun kindertal, lang voordat de pil werd geïntroduceerd. De provincies Noord-Holland, Friesland en Zeeland liepen hierbij voorop, zegt Van Poppel. Condooms werden wel gebruikt, maar waren duur en op veel plaatsen moeilijk verkrijgbaar. De meeste mensen voorkwamen zwangerschap met primitieve middelen: coïtus interruptus, periodieke of algehele seksuele onthouding. Het is moeilijk voor te stellen dat het massaal praktiseren van de coïtus interruptus zo succesvol kan zijn. ‘Toch konden zulke middelen wel degelijk effectief zijn. In Frankrijk daalde de vruchtbaarheid al in de 19de eeuw’, zegt Van Poppel.

De pil
Het standaardgezin werd mede mogelijk gemaakt door de toename van de welvaart vanaf het einde van de 19de eeuw. De versnelde toename van de welvaart na de Tweede Wereldoorlog ondergroef echter het standaardgezin. De invoering van de bijstand in 1963 maakte het voor vrouwen gemakkelijker om te scheiden. Bovendien ging welvaart gepaard met een cultuur van individualisme en keuzevrijheid, waarbij mensen sneller een relatie verbreken als die niet aan hun hoge eisen voldoet. Zo ze er al aan beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden