Stamp het stamdenken er niet in

Scholen moeten zo veel mogelijk individualisme bevorderen, schrijft Kustaw Bessems. Dan stijgt het publieke debat misschien ooit uit boven de huidige stammenstrijd.

'Leerlingen uit een klas vormen samen een groep. Maar ze horen ook bij andere groepen.' Het is bladzijde één van Team, de methode maatschappijleer voor het vmbo. Op het tekstje volgt een opdracht: 'Noem vijf groepen waar jij bij hoort.'


In de speech die ik gisteren in de plenaire zaal van de Tweede Kamer mocht houden op de Docentendag Maatschappijleer wilde ik het al over groepsdenken hebben. Toen ik ter voorbereiding lesboeken maatschappijleer doornam, besefte ik hoe indringend groepsdenken wordt gestimuleerd in de maatschappij waarover deze docenten lesgeven.


Op bladzijde 11 van Team, onder het kopje 'cultuur', lezen we: 'Mensen leven in groepen. Cultuur is de manier waarop mensen in een groep samenleven.'


Opdracht 23 luidt: 'Elke groep heeft eigen normen en waarden. Als je bij die groep wilt horen, moet je je aanpassen aan die normen en waarden.'


Een hoofdstuk over opvoeding in het gezin: 'Om niet buiten de groep te vallen, pas je je aan.' En: 'Wie zich niet aan deze regels houdt, gedraagt zich niet 'normaal' en wordt niet geaccepteerd.'


Ik noem hier lang niet alles, er komt geen eind aan: 'Je wilt erbij horen', staat er. 'En daarvoor moet je je op een bepaalde manier gedragen.'


Een welwillende lezing zou kunnen zijn dat Team de leerling slechts aanspoort om zich netjes te gedragen tegenover anderen. Maar dat is niet terug te vinden onder het kopje 'Erbij horen': 'Om bij een groep te horen, houd je rekening met wat anderen in de groep vinden. Je gedraagt je zoals er van je verwacht wordt. (...) Wanneer je je niet aanpast, treedt de groep of een groepslid op als agent die jou een bekeuring geeft. 'Doe eens normaal!', 'dat doe je toch niet?'


We leren: 'Mensen die veel overeenkomsten hebben, delen we in groepen in, bijvoorbeeld: Marokkanen, Duitsers, moslims, christenen, jongeren, ouderen, blondjes, skaters, hardrockers en ga zo maar door.'


Goed, er wordt gewaarschuwd voor stereotypen, vooroordelen en generalisaties. En andere lesboeken zijn minder rigide. Maar nergens wordt dat indelen in groepen op zichzelf uitdrukkelijk ter discussie gesteld. Of gevraagd: zijn er ook mensen die niet de hele tijd bij een groep horen? Er niet bij wíllen horen? Individualisme kwam ik al lezend vooral tegen als iets lastigs. Een mogelijke bedreiging voor de normen en waarden bijvoorbeeld. Een probleem bij de afweging tussen verscheidene grondrechten.


Een docente bezweert mij dat de aannames in het boek bij de behandeling in de klas onderuit worden gehaald. Hopelijk. Hoe dan ook zijn ze een adequate verwoording van een breder mens- en maatschappijbeeld. In het vmbo-boek zien we dat het duidelijkst omdat het daarin het eenvoudigst is verwoord.


Ik had in elk geval weinig moeite om in de instructies voor de vmbo-leerlingen de richtlijnen te herkennen voor de mensen die normaal de blauwe Kamerzetels bezetten. Niet dat ik me verzet tegen partijvorming - uiteraard niet - maar er is wel wat aan de hand met hoe die partijen functioneren: als sektes. Op mijn netvlies staat nog altijd wat er gebeurde toen ik ooit Jeanine Hennis interviewde, nu minister van Defensie en toen VVD-Kamerlid. In dat interview had ze open en direct geantwoord op mijn vragen - een zeldzaamheid aan het Binnenhof, weet ik inmiddels - en gepleit tegen het dragen van religieuze symbolen in openbare functies. Christelijke partijen waarmee de VVD toen samenwerkte, waren niet blij. Maar hun openlijke reactie viel in het niet bij de interne schrobbering die ze kreeg. Ze mocht van de VVD-top geen dingen meer zeggen die geen partijstandpunt waren en buiten haar 'portefeuille' vielen. En ze zou voortaan altijd een persvoorlichter meekrijgen.


Onbeantwoord bleef hoe je van je eigen standpunt ooit een partijstandpunt kunt maken met een spreekverbod.


Stilstaand water

Maar het is de conventionele wijsheid in Den Haag: een verdeelde partij wint geen verkiezingen en onder verdeeldheid wordt niet slechts persoonlijke ruzie verstaan maar ook verschil van mening, hetgeen toch eigenlijk de kern van de democratie zou moeten zijn. Voorbeelden van gedisciplineerde partijen met mooie uitslagen bij de stembus worden graag aangehaald. Dat die partijen na zo'n periode van succes meestal weer ten onder gaan in de stank van stilstaand water, wordt genegeerd. Het idee dat je ook interessant kunt zijn door levendige discussie - zie een poos lang de neoconservatieven in de VS of dichter bij de PvdA van Den Uyl - heeft weinig aanhang.


Nu is die groepsvorming in de Tweede Kamer ten minste nog geformaliseerd. Het gekke is, als we buiten die plenaire zaal kijken, in het publiek debat - op opiniepagina's, tv of Twitter- is het niet veel anders.


Want wat zie je? Er komt iets in het nieuws. Direct beginnen deelnemers aan dat publieke debat de gegevens eruit te pikken waarmee zij de ideeën kunnen bekrachtigen die ze toch al hadden. En listen te verzinnen om onwelgevallige informatie juist weg te redeneren. Er wordt alleen maar gescand op munitie: zit er iets in dat je opstelling kan versterken of die van een ander kan verzwakken?


Het is niet een inhoudelijk standpunt bepalen, dat door nieuwe inzichten steviger kan worden óf kan wijzigen, maar een persoonlijke positie innemen. Niet: wat vind ik en waarom? Maar: bij wie hoor ik en hoe kan ik dat aantonen? Ben ik links of rechts? Islamofiel of islamofoob? Pro-Europa of anti? Elite of volk? Publiek of commercieel?


Veel informatie is vaak niet nodig. Hoe minder, des te beter eigenlijk. Als we over verdachten die een grensrechter hebben doodgeschopt slechts twee dingen weten: dat ze voetballen en welke etnische afkomst ze hebben, is dat genoeg. De ene groep zal zonder verdere feiten van de zaak te kennen de verhuftering in het voetbal hekelen. De andere groep ziet er voldoende basis in om het Marokkanenprobleem aan de kaak te stellen.


De Amerikaanse filosoof en activist Austin Dacey heeft mij daar eens een term voor aangereikt: tribalism. Stamdenken. Het publiek debat is verworden tot een stammenstrijd.


Tv versterkt dit proces. Als Israël een bombardement begint in de Gazastrook, hoeven ze op de redactie van Pauw & Witteman niet lang na te denken. Ze bellen die ene zelfde Palestijnse politicoloog en iemand van Likoed Nederland, zetten beiden aan tafel, gooien er 50 eurocent in en húp, daar komen de welbekende teksten. Duren de bombardementen langer dan een dag? Dan zijn ook Anja Meulenbelt en Leon de Winter nog nodig om de zendtijd te vullen.


Ook internet en sociale media - al zijn het verrijkingen van onschatbare waarde - werken het stamdenken in de hand. Internet kan een tunnel zijn. Zelfs in de meest partijdige krant van Nederland kun je bij het bladeren nog weleens onwelgevallige berichten tegenkomen, die je aan het twijfelen brengen. Op tv zap je daar misschien eens langs. Op internet kun je het jezelf makkelijker maken en je alleen maar laven aan alles wat je verwachtingen inlost.


Een onderzoek van de Berkeley Universiteit toont aan dat mensen die eenmaal informatie op een blog hebben gelezen die aansluit bij wat ze toch al vonden, niet meer van hun mening zijn af te brengen, ook al krijgen ze direct daarna te horen dat de informatie onjuist was en worden ze van correcties voorzien. Feiten helpen dus vaak niet.


En op Twitter is de verleiding groot - ik bezwijk daar zelf ook voor - om onmiddellijk iets te vinden van wat er gebeurt. Niet laten bezinken, niet heroverwegen, meteen kleur bekennen. En probeer maar eens, nadat je je eenmaal publiekelijk hebt uitgesproken, terug te komen van je standpunt.


Bonobo's

Het schijnt dat dat groepsgedrag, waaraan het lesboek zo veel aandacht besteedt, ons mensen niet eens hoeft te worden aangeleerd. Volgens biologen zijn we van nature groepsdieren. Toch hebben we een keus. De bioloog Frans de Waal wijst erop dat we daarin wel bijzonder zijn. We verschillen van de meeste andere groepsdieren doordat we vaak in een klein gezelschap opereren of zelfs alleen. Dat kan óók worden aangemoedigd. We schijnen dat gemeen te hebben met bonobo's. Of misschien aansprekender: met dolfijnen.


De meeste scholen zullen keurig onderwijzen dat je groepen niet mag discrimineren: zwarten, gelovigen, homo's of wie dan ook. Maar hoe veel aandacht is voor mensen die van de groepsnorm geheel afwijken? Hoe goed kan de jongere zich in discussies over groepen herkennen wiens familie uit een heleboel verschillende etniciteiten bestaat? Hoe goed de jongere met een moslimachtergrond die in zijn hart Allah heeft verworpen? Hoe goed de leerlinge die in het mooiemeisjesgroepje zit om met jongens te flirten maar ook omdat ze die andere meisjes zo mooi vindt? En wat doen docenten? Houden ze de buitenbeentjes voor dat die zich moeten aanpassen aan de normen en waarden van de groep, om erbij te horen? Of leren ze hen dat afwijken van waarde kan zijn?


Het zou mooi zijn als het onderwijs de bonobo in ons stimuleerde. Of de dolfijn dus. Zodat de spraakmakende gemeente een generatie verder niet langer uit stamdenkers bestaat, indachtig het citaat van Robert Kennedy: 'Weinigen zijn bereid om de afkeuring van hun metgezellen te trotseren, de kritiek van hun kompanen, de gramschap van hun samenleving. Morele moed is een zeldzamer goed dan dapperheid op het slagveld of grote intelligentie. Terwijl juist die essentiële eigenschap nodig is voor degenen die een wereld willen veranderen, een wereld die zich slechts met veel pijn en moeite laat veranderen.'


Kustaw Bessems is chef van Vonk. Dit is een bekorte en bewerkte versie van zijn speech. De hele tekst staat op volkskrant.nl/vonk.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden