Stalin, Trotski en Cleopatra

Waren de Russen beter af geweest als in de jaren twintig van de vorige eeuw niet Stalin maar Trotski er in was geslaagd de machtigste man te worden in de door Lenins dood verweesd achtergebleven Sovjet-Unie?...

Iets te hypothetische vraag.

In de eerste plaats had Trotski niet het temperament, en waarschijnlijk zelfs nauwelijks de ambitie, om stap voor stap z’n rivalen te elimineren, teneinde op zo’n manier naar de top te kruipen. Maar zo moest het als je het wou. En Stalin wou het. Stalin wou het méér, vuriger en meedogenlozer dan welke eventuele mededinger ook. Misschien was hij niet de slimste in het gezelschap van de vroege bolsjewieken, maar zijn Wille zur Macht was onovertrefbaar.

Daar komt nog bij dat Trotski na de dood van Lenin (januari 1924) natuurlijk niet de enige concurrent was voor het toekomstige leiderschap. Het verloop van de geschiedenis heeft de beeldvorming alsof het alleen maar om die twee zou zijn gegaan stevig in de hand gewerkt. Trotski, als grote principiële en briljante tegenvoeter langzaam maar zeker onschadelijk gemaakt. Trotski uit de partij gestoten. Trotski verbannen. Trotski verketterd en vervolgens letterlijk met foto’s en al uit de geschiedschrijving van de Sovjet-Unie gewist (denk aan de angstdroom van Winston Smith uit Orwells 1984!). Trotski uit al zijn Turkse, Franse en Noorse vluchthavens verjaagd. Trotski tenslotte in 1940 door een (huur?)moordenaar achterhaald en om het leven gebracht in Mexico, zijn laatste schuilplaats. Zo zou het zijn gegaan: als in een slopend duel uit een wrede western.

Stalin zal de dood van zijn tegenstander zonder enige twijfel gewenst, en zo goed als zeker ten slotte ook persoonlijk opgedragen hebben. Maar er waren in de eerste post-Leninistische jaren wel meer potentiële kandidaten om opzij te zetten. Zinoviev en Kamenev om te beginnen, met wie hij in 1924 een voorlopig leiderstrio vormde, maar ook prominente eerste-uurs-communisten als Boecharin, Rykov en Radek. Dat hij met hen pas liet afrekenen, toen ze in feite al geen echte bedreiging meer vormden (ze werden gevonnist en bijna allemaal geëxecuteerd tijdens de grote zuiveringen van de jaren dertig) is altijd uitgelegd als het bewijs van zijn paranoïde sadisme. En zoiets moet het ook wel geweest zijn.

Maar zouden de Russen – en bij uitbreiding nog miljoenen Balten, Polen, Tsjechen, Slowaken, Bulgaren, Roemenen, Hongaren en Oostduitsers – die Stalin pas na 1940 en 1945 van nabij leerden kennen – beter af zijn geweest als één van die anderen bijtijds de grote Sovjet-roerganger was geworden?

Laten we afspreken dat Cleopatra de neus had die ze had.

Feit is intussen dat uit de historie van de Sovjet-Unie de namen van eigenlijk alleen Stalin en Trotski op een soort onsterfelijkheid lijken te kunnen rekenen, en dat in de loop der jaren de sympathie voor de tweede is gegroeid, terwijl de afschuw van de eerste alleen maar groter en groter werd. Je kunt jezelf nog altijd beter ex-trotskist dan ex-stalinist noemen.

Maar Trotski heeft ook geen zuiveringsprocessen op zijn naam staan, geen pact met Hitler gesloten, geen divisies nodeloos verkwist tijdens de oorlog, geen keihard diplomatiek spel op Jalta gespeeld, en na de overwinning op de antisemitische Duitse nazi’s geen antisemitische hetze gevoerd tegen joodse artsen. Stalin stierf na een dronkemanspartijtje in zijn datsja aan een menselijke hersenbloeding. Hij was uit z’n bed gevallen, maar is er weer in teruggelegd. Trotski zat achter zijn bureau te schrijven toen zijn hersens uit elkaar werden geslagen door het pikhouweel van de Spaanse communist Ramon Mercader.

Trotski kon het redelijke vermoeden hebben dat Stalin achter hem aan zat, en dat is misschien niet de geëigendste gemoedsstemming om dan van zo’n iemand een ‘verantwoorde’ biografie te schrijven. Maar waarschijnlijk is dat van Stalin, an appraisal of the man and his influence ook nooit de bedoeling geweest. Het onvoltooide en goeddeels uit losse fragmenten bestaande manuscript kwam gedurende de Tweede Wereldoorlog in handen van de (joodse) sympathisant Charles Malamuth, die de hiaten aanvulde, een notenapparaat samenstelde, en het boek in 1947 in het licht zond als niet zozeer een biografie, maar als Trotski’s gekleurde herinneringen aan de man die hij bijna levenslang diep heeft gehaat en veracht.

De liefhebber van al die controverses – die variëren van grote ideologische verschillen van mening tot aan de vulgairste kifterijen – kunnen hun hart ophalen aan een heruitgave van de eerste Nederlandse vertaling uit 1949 die sindsdien (anders dan Engelse edities) nooit meer is herdrukt. Niets wat er over Stalin in het boek staat, inclusief de onwaarheden van een wrokkige vijand, heeft nog ‘historische’ betekenis. We wisten het allemaal al, en aan de (postume) aanklacht van de geschiedschrijving voegt het niets toe.

De nieuwe uitgave werd geannoteerd en van een inleiding voorzien door de veteraan Arthur Stam, die zich zo lang met de diverse richtingenstrijden binnen het (wereld)communisme heeft beziggehouden, dat zijn Nederlands er lelijk door aangevreten is geraakt.

Leo Trotski: Stalin, de man en zijn invloedAspekt575 pagina’seuro 27,95ISBN 90 5911 278 4Aspekt575 pagina’seuro 27,95ISBN 90 5911 278 4Aspekt575 pagina’seuro 27,95ISBN 90 5911 278 4

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden