Nieuws Stagediscriminatie

Stagediscriminatie in het mbo: ‘Wat je niet kent, is enger. Liever een Hans of Jasper dan een Ahmad’

Mbo-studenten met een migratieachtergrond komen veel minder makkelijk aan een stageplek dan klasgenoten zonder migratieachtergrond, blijkt uit nieuwe cijfers van de Universiteit Maastricht. Pure discriminatie of is er meer aan de hand?

Leerlingen van het ROC Zadkine College in Rotterdam beëindigen hun computerles. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Na 22 keer solliciteren krijg je wel het idee van: hoe komt het nou dat ik geen stage kan vinden? Sommige klasgenoten kregen na drie keer solliciteren gelijk een stage. Het kan eigenlijk niet, maar we kunnen er niets aan doen.’

Het citaat komt uit het vorige maand gepubliceerde rapport Gelijke kansen op gelijke stages van het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) van het Verwey-Jonker Instituut. Afzender: een anonieme mbo-student van Nederlands-Marokkaanse komaf.

Jongeren praten liever niet openlijk over discriminatie tijdens het toebedelen van stageplekken, weet onderzoeker Suzan de Winter-Koçak. 'Het is te pijnlijk of het kost simpelweg teveel energie.' 

En als ze er al over praten, dan is hun houding vaak laconiek, zoals het vervolg van het citaat van de Nederlands-Marokkaanse jongen ook laat zien: ‘Eerst was ik er gefrustreerd over. Het kostte zoveel tijd en ik was helemaal klaar mee. Later werd ik rustiger. Ik moest gewoon doorgaan. Ik wilde geen studievertraging.’

'Ik schat in dat ik meer dan 50 sollicitatiebrieven heb gestuurd. Dat niet alleen, ik ben ook langs geweest, gebeld, gemaild. Van de helft van de bedrijven kreeg ik geen reactie. Of ze zeiden dat ze geen stageplekken beschikbaar hadden. Ik heb pas vlak voordat mijn stage begon een plek gevonden. Ik ben daar niet de enige in. Andere klasgenoten hadden precies hetzelfde. Ik denk dat afkomst wel een rol in heeft gehad, maar niet bij het grootste gedeelte.’

Student, man, Marokkaanse achtergrond
Citaat uit het rapport Gelijke kansen op gelijke stages

Vaker solliciteren

Zeventien meldingen kreeg het Meldpunt Stagediscriminatie sinds zijn oprichting in juni 2017 van mbo-studenten die zich vanwege hun afkomst benadeeld voelen. Maar discriminatie is veel wijder verbreid dan dit aantal doet vermoeden, blijkt uit nieuwe cijfers van het Research Centre for Education and the Labour Market (ROA), onderdeel van de Universiteit Maastricht.

Zo lukt het de helft van de mbo-studenten met een migratieachtergrond niet om in één keer een stageplek te vinden, terwijl 70 procent van de studenten zonder migratieachtergrond dit wél voor elkaar krijgt. Een kwart van de studenten met een niet-westerse achtergrond moet zelfs vier keer of vaker solliciteren voor een stageplek, tegenover 10 procent van de studenten met een westerse achtergrond.

De cijfers zijn gebaseerd op het antwoord dat 26.911 afgestudeerde mbo’ers in 2017 gaven op de vraag hoe vaak hij of zij heeft moeten solliciteren voor een stageplek.

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven (D66), die de cijfers dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, vindt de uitkomsten onaanvaardbaar. ‘Ik ben benieuwd of werkgevers beseffen wat ze aanrichten, want je knakt een droom. Je beschadigt bij mensen het gevoel dat er plaats voor ze is in de maatschappij én je ondermijnt het beeld van een rechtvaardige samenleving.’

Discriminatie komt helaas voor, stellen werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland in een gezamenlijke reactie, maar dit is niet de enige reden dat studenten met een migratieachtergrond moeite hebben met het vinden van een stageplek. Wat meespeelt, is dat deze groep relatief vaak kiest voor een studie met minder goed perspectief op werk, zoals economisch-administratieve opleidingen. ‘Een mbo-student zal dan vaker moeten solliciteren om een stageplek te bemachtigen’, aldus de organisaties.

Marokkaanse jongens

Het Kennisplatform Integratie en Samenleving concludeerde in 2016 al dat stagediscriminatie in het mbo voorkomt. Vooral jongens van Nederlands-Marokkaanse afkomst of meisjes met een hoofddoek hebben hier last van. Aan hen kleeft het vooroordeel dat ze steeds te laat zouden komen of diefstal plegen.

Uit het destijds gepubliceerde onderzoek blijkt verder dat discriminatie relatief vaak voorkomt bij kleine en middelgrote bedrijven in de detailhandel, zoals de modebranche. Ditzelfde geldt voor de horeca, administratie en techniek. De zorg- en welzijnssector staat meer open voor studenten met een niet-westerse achtergrond.

Beperkt netwerk

‘Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond hebben een beperkter netwerk, al is dit wel in positieve zin aan het veranderen’, zegt onderzoeker Suzan de Winter-Koçak. ‘Ook persoonlijke omstandigheden spelen mee. Ouders begeleiden hun kinderen van huis uit minder. Maar dat neemt niet weg dat er ook echt discriminatie voorkomt. Soms heel onbewust. We hebben allemaal vooroordelen of doen aan stereotypering. Wat je niet kent, is enger. Dan heb je liever een Hans of Jasper dan een Ahmad.’

Een onbedoeld bijeffect is dat werkgevers met een migratieachtergrond studenten aannemen die na talloze sollicitatiepogingen nog altijd geen stageplek hebben. ‘Er ontstaat een parallelle markt van werkgevers die een vangnet zijn voor studenten die elders niet aan de bak komen’, zegt De Winter-Koçak. ‘Dit zie je vooral veel in de Turks-Nederlandse gemeenschap. Een Turkse werkgever met een eigen bedrijf vertelde dat hij eigenlijk geen stagiair wilde, maar dat hij geen jongen kon weigeren die voor de deur staat en al vijftig sollicitaties heeft verstuurd.’

‘Ik moest kiezen tussen een jongen van Turkse komaf, die overigens een goede brief had geschreven, en een wit meisje uit een relatief rijke buurt in Zaanstad. Tegen haar heb ik gezegd: jij komt er wel, maar hij zal vast veel meer moeite hebben om een stage te vinden. Daarom heb ik hem gekozen. Zoals ik al zei worden veel jongens niet positief gestimuleerd, ze proberen zich uit een wereld van niets doen en ongein trappen te ontworstelen. Ik wil daar graag bij helpen.’

Werkgever
Citaat uit het rapport Gelijke kansen op gelijke stages

Maatregelen

Onderwijsminister Van Engelshoven wil de discriminatie een halt toeroepen door komend schooljaar honderden bedrijfsbezoeken te organiseren waarbij studenten en bedrijven elkaar ontmoeten. Ook krijgen bedrijven trainingen aangeboden over hoe ze studenten onbevooroordeeld kunnen selecteren. Als derde maatregel is een campagne aangekondigd om het Meldpunt Stagediscriminatie een grotere bekendheid te geven.

Suzan de Winter-Koçak denkt dat verandering vooral moet komen vanuit de onderwijssector zelf, en niet vanuit partijen die aan de zijlijn staan. ‘Stagebegeleiders en onderwijsprofessionals moeten worden getraind om discriminatie te zien en hiermee om te gaan. Er moet binnen het team over worden gepraat. Het kan al heel waardevol zijn als een stagebegeleider tegen een jongere zegt: je zult misschien te maken krijgen met discriminatie, maar weet dat het niet aan jou ligt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.