Stag at Sharkey's van George Bellows

De schilder George Bellows vertelde met het bokstafereel Stag at Sharkey's het verhaal van verslinden of verslonden worden, het gevecht van leven op dood.

JOOST ZWAGERMAN

In Ernest Hemingways verhaal Fifty Grand uit de bundel Men Without Women (1927) is bokser Jack Brennan bepaald niet in vorm. In de week voorafgaand aan de wedstrijd lijkt Brennan zich niet echt in te spannen alsnog in vorm te raken. Hij drinkt, twijfelt, talmt, kletst; in het trainingskamp mist hij vrouw en kinderen. Een straf drinkende en licht sentimentele bokser - dat kan niet goed gaan.

In het slotgedeelte van het verhaal zoomt Hemingway nuchter-registrerend in op de match, die een grillig verloop kent. Die nuchtere, uitgebeende stijl werkt licht vervreemdend omdat het gevecht per ronde bloederiger wordt. Tegen het einde van het verhaal is die nuchtere vertelwijze helemaal in balans met de laconieke manier waarop Brennan zijn toch niet geringe zege ervaart. Hij haalt er nog nét niet zijn schouders over op. De niet zo fitte familieman krijgt onwillekeurig een aura als van een serene zenmeester. Alsof het personage zich qua karakter voegt naar de stijl van de schrijver. Voor de liefhebber heeft Hemingway vermoedelijk een van de essentiële Amerikaanse verhalen over boksen geschreven. Maar voor de leek biedt Joyce Carol Oates' essay On Boxing (1987) meer inzicht in de sport. Volgens Oates laat de naar obsessie neigende liefde van veel Amerikanen voor de bokssport zich vergelijken met de algemene Amerikaanse obsessie met de tragische heroïek van de eenling, the rebel without a cause. Een bokser vecht niet uitsluitend tegen zijn rivaal in de ring: de bokser daagt de burgerlijke samenleving uit, de benauwende wereld van regels en conventies. De boksring is streng afgebakend door touwen - maar de bokser is niettemin vrij, vrijer dan menig Amerikaan.

Woorden zijn ontoereikend om de, volgens Oates, mysterieuze én bijna mystieke (zelf)destructie van het boksen te vatten. Sterker: het boksen onttrekt zich naar haar idee in beslissende instantie aan taal - en zij erkent dat haar poging in On Boxing tot doorgronding van de sport neigt naar onbegonnen werk.

Ook Hemingways Fifty Grand eindigt, na Jack Brennans triomf in de ring, in sferen van Arthur Schopenhauers Verneinung des Willens: alles en iedereen ter wereld wordt gedreven door een blinde wil, die ons in de greep houdt. Schopenhauer zag een mogelijkheid om vrij te raken van die 'oerwil': een soort hogere onzelfzuchtigheid die hij vergeleek met de toestand van het nirvana bij de boeddhisten: de gelukkige enkeling die de toestand van het nirvana bereikt, heeft alle vormen van (blinde) wil en begeerte overwonnen. Zó eindigt Fifty Grand, wanneer in de kleedkamer tegen Jack Brennan wordt gezegd: 'Het is grappig hoe snel je kunt denken als er zo veel geld met een gevecht is gemoeid. Je bent een held, Jack.' Waarop Brennan, nog zwaar gehavend door de match, achteloos antwoordt: 'No. It was nothing.'

Joyce Carol Oates varieerde op het slot van Fifty Grand in een ander essay dat ze ook over boksen schreefvoor The New York Review of Books. In dat essay citeerde zij Mohammed Ali die iedere match, ongeacht winnen of verliezen, typeerde als 'the nearest thing to death'. Dat komt aardig in de buurt van het quasi-achteloze Niets waarmee Hemingway Fifty Grand besloot. Maar ook bij een nederlaag door een knock-out komt een bokser nader tot het Niets, want dan straalt 'het zwarte licht van het onbewuste' hem volgens Oates verblindend sterk recht in het gezicht.

Is het toeval dat Joyce Carol Oates óók een boek schreef over George Bellows (1882-1925), de maker van hét bokstafereel uit de beeldende kunst? In George Bellows: American Artist (1995) besteedt Oates - terecht - relatief veel aandacht aan diens meesterwerk én bekendste werk Stag at Sharkey's uit 1909 1. Bellows was (nog maar) 28 toen hij de twee boksers in de ring schilderde.

In de Royal Academy of Arts in Londen, waar nu het retrospectief Bellows: Modern American Life is te zien, zag ik voor het eerst het origineel - en het ziet er morsiger, mistiger en diffuser uit dan op reproducties. Alsof die reproducties eerst zijn opgewreven en daarna zijn overdekt met een laagje hoogglans.

Toen ik het werk als reproductie had gezien, wekten de twee vechtende figuren de indruk in volle vaart elkaar aan te vliegen. Staand tegenover het origineel kreeg ik de indruk dat die twee mannen in het moment van hun wederzijdse aanval één nieuw lichaam vormden. Het was alsof ze op het punt stonden hun armen en benen te verstrengelen. Terwijl ze elkaar aanvlogen, legden ze hun hoofd en handen in een gordiaanse knoop.

Kneep ik mijn ogen licht toe en gluurde ik door mijn oogharen, dan veranderden die twee figuren in een naoorlogs werk van Francis Bacon. Twee welgevormde mannen vormen samen één nieuwe misvormde man. Francis Bacon avant la lettre.

George Bellows maakte het schilderij in een tijd dat in de staat New York bokswedstrijden verboden waren. Gevolg van dit verbod: een overvloed aan illegale bokspartijen, terwijl New Yorkse politiekorpsen de gok- en bokspanden 'gedoogden', vanzelfsprekend na een hoge afkoopsom. Er was geen controle op de bokswedstrijden en een lichtgewicht kon rustig in een ring worden gezet tegen een zwaargewicht; alle rangen, standen en 'gewichten' vochten tegen elkaar.

Wie een nederlaag leed, maakte een gerede kans op overlijden, want scheidsrechters hadden één 'regel' hoog in het vaandel: dóór laten vechten tot één van de boksers er, letterlijk, dood bij neervalt. Het lichaam van zo'n verliezer kon, vanwege de illegaliteit van de matches, niet naar een ziekenhuis worden vervoerd en dus dumpten organisatoren en hun assistenten zo'n lichaam vaak na afloop in een steeg of in de East River.

Deze feiten maken het minder verrassend dat Stag at Sharkey's toen het in 1910 voor het eerst in New York werd getoond, door het publiek werd weggehoond als vulgair, bot en barbaars - ook vanwege de manier van schilderen die de vulgariteit alleen maar leek te benadrukken.

'Kunst moet een verhaal vertellen', heeft George Bellows ooit verklaard. Hij vertelde met Stag at Sharkey's géén 'sportverhaal'. 'Ik weet niets van boksen', is een andere uitspraak van Bellows. Hij beeldde geen sportieve scène uit, maar een geweldsdaad. Want: 'Ik schilderde twee kerels die bezig zijn elkaar te vermoorden.'

Wat Stag at Sharkey's uittilt boven veel andere 'wrede' bokstaferelen, is Bellows schijnbaar neutrale blik, vergelijkbaar met de nuchtere vertelwijze van Hemingway in Fifty Grand. Bellows werk zegt niet: zie hoe de mens óók kan zijn. Het zegt: zie hoe de mens ís. Het publiek in Sharkey's representeert misschien inderdaad die 'helse perversie van de Amerikaanse droom', maar de boksers zelf tonen een wet van de natuur: verslinden of verslonden worden.

Na afloop van zo'n illegale bokspartij werden ingehuurde en eveneens illegale deeltijdwerkers geacht zo'n club als Sharkey's leeg te ruimen en schoon te maken - alsof het hele gevecht niet, nooit had plaatsgevonden.

Wat Bellows vereeuwigde, was het actiemoment vlak vóór die dood, vlak vóór de grote schoonmaakpartij en schrandere verdwijntruc in en van club Sharkey's. Eén moment later, en het is alsof Jack Brennan uit Hemingways Fifty Grand, hier het woord mag voeren, die dan zijn memorabele zin kan uitspreken: 'It was nothing.'

It was nothing. Nader tot het Niets. Wat zie je, staand ín het schilderij en búíten de ring, als het 'zwarte licht van het onderbewuste' in zo'n illegale bokstent een schijnsel werpt? Je ziet twee individuen die één grauwe vleesklomp vormen: je ziet de grondeloze dynamiek van een doodsstrijd, je ziet een macaber staketsel van ledematen dat een withete copulatie persifleert. Stag at Sharkey's verbeeldt, om met Mohammed Ali te spreken, 'the nearest thing to death'.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden