Stadsmens, gestresste mens

In een experiment hadden stadsmensen een hyperalert en superwaakzaam brein. Ze reageerden op stress zoals gestresste proefdieren, of soldaten die net terug zijn van het front. Eindelijk een tastbare aanwijzing dat de stad echt iets aan mensen verandert. En hoe groter de stad, des te sterker de reactie

In de afgronden tussen de flatgebouwen, daar beneden op straat, daar kun je hem vinden. Altijd gespannen, altijd op weg, de wenkbrauwen gefronst, de ogen alert op het verkeer en mensen die iets van hem willen. Hij is te dik, eet te vet, beweegt te weinig, heeft het druk-druk-druk. Ziedaar de stadsmens: de mens die nooit genoeg slaapt, altijd stress heeft en maar zelden tijd over.


Geen wonder dat hij er soms ziek van wordt. Al sinds de socioloog Louis Wirth in 1938 een beroemd essay schreef over de 'urbanisatie als een manier van leven', zijn er wetenschappers die zich afvragen wat de stad precies met zijn inwoners doet. Steden hebben belangrijke voordelen: het voedsel is er gevarieerder, er zijn meer artsen en ziekenhuizen, en de kindersterfte is er lager. Maar daartegenover staan de nadelen: lucht- en lichtvervuiling, lawaai, verkeer, snackloketten op iedere straathoek en op de achtergrond een permanente ruis van overal aanwezig amusement.


Ontmoet de stadsmens, Homo urbanis, in zijn vierkante betonnen grot op vierhoog achter. De typische grotestadsbewoner in Nederland heeft anderhalf keer vaker hartfalen, leeft een jaar korter dan landelijk gemiddeld, heeft anderhalf keer vaker astma en geeft in enquêtes zelf anderhalf keer vaker aan dat zijn gezondheid onder de maat is.


Angststoornissen

Maar het vreemdst zijn de cijfers over zijn geestelijke gezondheid. Depressie en angststoornissen heeft hij respectievelijk 39 en 21 procent vaker, blijkt uit een recente overzichtsstudie onder leiding van Jaap Peen van de Amsterdamse instelling voor de geestelijke gezondheidszorg Arkin. Zijn kans op schizofrenie en psychose is zelfs tweemaal zo hoog. Andere studies komen uit op iets andere getallen, maar één bevinding keert steeds terug: die van zijn haperende geestelijke gezondheid.


Een probleem dat je maar beter serieus kunt nemen, zegt iedereen die je ernaar vraagt. 'Het effect is weliswaar klein', zegt de Maastrichtse hoogleraar psychiatrische epidemiologie Jim van Os. 'Maar aangezien Europa aan het veranderen is in één grote stad, zijn de aantallen patiënten in absolute zin groot.' Los nog van het feit dat ook het platteland steeds meer stedelijke trekken krijgt, zegt epidemioloog Ron de Graaf van het Trimbos-instituut. Eind vorig jaar ontdekte De Graaf dat er nu evenveel depressie is op het Nederlandse platteland als in de stad, terwijl depressie vroeger vaker in steden voorkwam. 'Dorp en stad zijn in ons land steeds moeilijker te onderscheiden', zegt hij.


Goed, maar wat ís het, dat de stedeling zoveel gevoeliger maakt voor geestesziekte? Bestaat er wel zoiets als stadsziekte, een raadselachtige urbanitis, of liegen de cijfers en is er sprake van statistisch gezichtsbedrog? Het verband tussen stad en ziekte is immers niet eenduidig. In veel buitengebieden ligt het zelfmoordcijfer hoger dan in de stad, en in onder meer China concentreren geestesziekten zich vaak juist op het platteland.


Misschien trekt de stad wel meer labiele mensen aan, of doen stedelingen dingen die de psyche beïnvloeden, zoals te weinig slapen, ongezond eten of op jonge leeftijd gaan blowen. Of misschien is het wel het milieu: de luchtverontreiniging, het kunstlicht, het eeuwige gedruis van auto's en machines. Zou allemaal kunnen, maar ook studies die complicerende factoren als inkomen, leeftijd en andere omstandigheden zo goed mogelijk wegfilteren, komen erop uit dat de stedeling vaker angststoornissen en schizofrenie heeft. 'Het beeld is heel consistent', zegt De Graaf. 'Psychoses zijn geconcentreerd in de stad.'


Deze week gaf Duits onderzoek een belangrijke aanwijzing. Florian Lederbogen en collega's van de universiteit van Heidelberg in Mannheim onderwierpen tientallen stads- en plattelandsmensen aan een onplezierig stressexperiment in de hersenscanner: sommen doen onder tijdsdruk, terwijl de onderzoekers expres onaardig deden. Op hersenscans was te zien hoe bij de stadsmensen de amygdala, emotionele thermostaat van het brein, sterk oplichtte, veel meer dan bij dorpelingen. De stadsmensen hadden een hyperalert en superwaakzaam brein. Ze reageerden heftiger op stress, ongeveer zoals je dat ook ziet bij gestresste proefdieren en soldaten die net terug zijn van het front. Eindelijk een tastbare aanwijzing dat de stad echt iets aan mensen verandert. En hoe groter de stad, des te sterker de reactie, beschreef Lederbogen in het vakblad Nature.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden