Stadsdeel beslist over Rijksmuseum

Filmer Oeke Hoogendijk laat zien hoe een stadsdeel de renovatie van het Rijksmuseum in de weg kon zitten, zegt Cyrille Offermans....

Drie jaar geleden dachten we nog dat het gerenoveerde Rijksmuseum in 2008 zou worden geopend, inmiddels weten we dat het op zijn vroegst 2013 wordt. De laatste forse vertraging is een gevolg van een blunder van de Rijksgebouwendienst die de bouw aan één bedrijf wilde uitbesteden. Het gevolg: de heren van BAM wilden de klus wel klaren voor 222 miljoen euro, bijna negentig miljoen boven het budget.

Toch is dat nog niet de droevigste episode uit de renovatiegeschiedenis van het museum. Die geschiedenis is zo rijk aan procedurele miskleunen, incompetente bemoeizucht en laks of laf bestuur dat vrijwel niemand dat geheel nog paraat zal hebben. Daarom is het goed dat die hele geschiedenis van nabij is vastgelegd in een documentaire – Het Nieuwe Rijksmuseum – een goede gelegenheid het geheugen op te frissen.

Die film van Oeke Hoogendijk maakt bovenal duidelijk hoe er met architecten gesold wordt. Hij zou uitstekend geschikt zijn om aankomende studenten bouwkunde naar een ander beroep te doen uitzien. Maar er zou ook een krachtig pleidooi aan ontleend kunnen worden ter bevordering van de autonomie van de architect, die onder meer als gevolg van de Europese aanbestedingsregels steeds verder onder druk komt te staan. De film zou bovendien een flinke steun kunnen zijn voor de positie van de architect die als Rijksbouwmeester optreedt.

Hoe zat het ook alweer? Begin 2001 werd aan zeven architecten gevraagd hun visie te geven op het Nieuwe Rijksmuseum. In april volgde de uitverkiezing van het Spaanse bureau Cruz en Ortiz, dat kon bogen op een uitgebreide ervaring met het renoveren van oude gebouwen in historische centra. Zij dankten hun uitverkiezing vooral aan hun even elegante als praktische oplossing van de problematische entree.

Cuypers had aanvankelijk één entree gewild, logischerwijs in het midden van het gebouw, aan de noordkant. Maar omdat de gemeente het museum, dat toen nog aan de rand van de stad lag, ook een functie wilde geven als stadspoort, moest de centrale ingang wijken voor de inmiddels beruchte onderdoorgang. Daarmee was ook een tweedeling van het museum onvermijdelijk: in plaats van één intern logisch gestructureerd gebouw ontstonden er nu twee vleugels zonder gelijkvloerse verbinding – een monstrum.

Begrijpelijk dat de Spaanse architecten hun oren niet geloofden toen het Stadsdeel Oud-Zuid uitvoering van hun plannen blokkeerde. De fietsers zouden aan beide kanten een paar centimeter moeten inleveren, dat vonden ze onoverkomelijk. Cruz en Ortiz werden gedwongen hun plannen fundamenteel te wijzigen juist op het punt waarvoor ze door de beoordelingscommissie zo geroemd en uitverkoren waren. De film van Hoogendijk registreert hun gekrenkte reacties: ‘vulgair’, ‘banaal’, nu kon het ontwerp alleen nog maar een ‘middelmatig gebouw’ opleveren.

Hun verbijstering over dit staaltje polderdemocratie vond in brede kring begrip: hoe was het mogelijk dat het stadsdeel zwichtte voor het gedram van de fietslobby? Hoe was het mogelijk dat een stadsdeel de finale zeggenschap heeft over het belangrijkste gebouw van de stad? Waarom greep de burgemeester niet in? En waarom liet de minister niets van zich horen?

De renovatie is een gevolg van een unaniem besluit van de Tweede Kamer in 1999, het kabinet is de belangrijkste financier, het Rijksmuseum en de ministeries van OCW en VROM hebben een beheerorganisatie opgericht om het project te realiseren. Je zou dus verwachten dat, als het rijk in deze kwestie al niet de laatste stem zou hebben, dan toch op zijn minst de centrale stad meer te vertellen zou moeten hebben dan een deelraad, die immers, zoals pijnlijk is gebleken, geneigd is zijn eigen kleine deelbelangen te laten prevaleren boven de algemene redelijkheid.

Het tweede dieptepunt van deze geschiedenis betreft het studiecentrum, een nieuw gebouw dat in het ontwerp van Cruz en Ortiz oostelijk van het hoofdgebouw gepland was. De betrokkenen van het museum waren enthousiast, maar het ontwerp werd afgekeurd, blijkens de film minstens drie keer. Onthutsend is de volstrekte afwezigheid van argumentatie. Medy van der Laan, staatssecretaris van Cultuur, zegt nog voor de presentatie: ‘De publieke opinie over dit stukje ontwerp schatten wij in als zeer moeizaam.’ Dat blijkt een eufemisme: het stadsdeel is weer tegen. Ortiz en Cruz voelen zich weer geschoffeerd.

De hele renovatiegeschiedenis geeft een mooi, maar bedenkelijk voorbeeld van cultuurpopulisme in de praktijk. Aan de vakman heeft de politicus geen boodschap, het gaat om de stem van het volk. Museumdirecteur Ronald de Leeuw speelt een weinig doortastende rol; hij wekt de indruk zich nauwelijks nog bij het project betrokken te voelen. Aria’s neuriënd loopt hij goedgemutst van de ene bijeenkomst naar de volgende. Als hij zijn vertrek naar Wenen aankondigt, komt dat niet als een verrassing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden