Stads-smoel

Cor Kraat is een van de kunstenaars die het gehavende Rotterdam een nieuw gezicht gaven. Hij wordt geëerd.

Een tegenstrijdigheid die wel voor altijd en eeuwig van toepassing zal zijn op Rotterdam en de Rotterdammers: ze wonen en werken in de 'poort van Europa' en ze bevolken om die reden, althans naar hun eigen stellige overtuiging, dan ook de meest dynamische en kosmopolitische stad van heel Nederland. Maar tegelijkertijd wentelen ze zich al sinds jaar en dag in een isolement dat hen net zo goed als gegoten zit. Dat Amsterdammers en andere onnozelen niet veel met Rotterdam op hebben, vinden ze aan de oevers van de Nieuwe Maas eigenlijk wel lekker.


'Rotterdam in 2012, bijna af', schrijft beeldend kunstenaar Hans Citroen in De Kraat Krant, 'stad, nu, zonder gaten. Nog steeds niet toegankelijk. Dat wil gelukkig maar niet lukken. Weinig toeristen. We hebben de stad voor onszelf.'


Het zijn woorden die aan de lippen van elke rechtgeaard-chauvinistische Rotjeknorder zouden kunnen ontsnappen, al is het best vreemd dat uitgerekend Citroen ze aan het papier heeft toevertrouwd. Met Willem van Drunen en Cor Kraat was hij per slot van rekening de drijvende kracht achter Kunst & Vaarwerk, het collectief dat Rotterdam van 1978 tot 1992 wel degelijk in al zijn broodnuchtere eigenzinnigheid aan de buitenwereld wilde tonen. Bijvoorbeeld door, veelal op de identiteit van de stad geïnspireerde, kunstwerken langs de invalswegen ervan te plaatsen.


Reizigers die via het spoor naar Rotterdam kwamen, werden verwelkomd door kolossale stroken dia's van havengezichten die aan de glazen voorgevel van het Centraal Station hingen. Automobilisten die vanaf de A13 de afslag centrum naar de stad nemen, zien de uitvergrote strooien Oxfordhoed van Lou Bandy in de vijver van het Vroesenpark dobberen. Een afslag verder is het de manshoge polaroidfoto van een zeetanker die de aandacht opeist. En scheepslui die Rotterdam via Hoek van Holland binnenvoeren, zagen tot voor kort gigantische dobbelstenen liggen tussen de basaltblokken langs de Nieuwe Waterweg, alsmede de als hoedendoos vermomde opslagtank van Pakhoed. Ze bestaan dus niet meer allemáál, die objecten. Maar aan Kunst & Vaarwerk zelf heeft het niet gelegen dat de ontoegankelijkheid van de stad nog steeds bestaat.


Foto's, schetsen, films en maquettes van het Rotterdamse driemanschap vormen een onderdeel van de overzichtstentoonstelling Cor Kraat. Made in Rotterdam in Las Palmas op de Kop van Zuid. Een eerbetoon aan de initiator van Kunst & Vaarwerk - die zich overigens al in 1971, nog net niet afgestudeerd aan de Akademie van Beeldende Kunsten (nu de Willem de Kooning Aacademie), ging toeleggen op buitenkunst. Eerst met townpainting op muren, lantaarnpalen en trams, later op onder meer zuilen, woongebouwen en bedrijfspanden, en vervolgens met driedimensionale objecten als de gecrashte, over de rand van een parkeergarage hellende BMW op de Delftsestraat, en de monumentale Delftse Poort op het Pompenburg.


Cor Kraat (1946) vond zijn roeping door toedoen van de toenmalige directeur van de Rotterdamse Kunststichting (RKS) en hoogleraar cultuurpolitiek Adriaan van der Staay, die hem in 1971 tegen een honorarium van 500 gulden zijn gang liet gaan op een aantal plekken in de stad. Het was in dezelfde periode dat met RKS-geld ook de basis werd gelegd van het Rotterdams Filmfestival (nu IFFR) en van Poetry International. Een van de vele initiatieven die een nieuw kunstklimaat in Rotterdam schiepen. Het bracht kunstenaars, schrijvers, dichters, architecten, ontwerpers, musici, fotografen, filmers en galeriehouders voort die zich nadrukkelijk met verleden, heden en toekomst van de stad vereenzelvigden, en velen van hen zijn dat blijven doen.


Cor Kraat is, met onder anderen de dichters Jules Deelder, Cornelis Bastiaan Vaandrager en Frans Vogel, een exponent van die scene, maar zijn netwerk strekte zich uit tot ver daarbuiten. Als nauwelijks op zichzelf, maar des te meer op zijn directe leefomgeving gerichte beeldend kunstenaar had hij ook zijn tijd mee. In de jaren zeventig en tachtig was het in Rotterdam immers vanzelfsprekend dat ook havenbaronnen en andere ondernemers, stedenbouwers, politici en journalisten zich met 'eigen' kunstenaars verstonden over stappen ten behoeve van de opbouw en de leefbaarheid van de stad.


Ook het stadsbestuur trok voor gevorderde en beginnende cultuurdragers toen nog gemakkelijk de portemonnee. Het gemeentelijk havenbedrijf en het grondbedrijf waren gul in het financieren van activiteiten en in het toekennen van panden voor een culturele bestemming. De ontwikkeling van Hotel New York kan symbool staan voor de wijze waarop kunstenaars, zakenlieden en bestuurders elkaar in die gemeenschapszin wisten te vinden. De al genoemde Delftse Poort, die Kraat begin jaren negentig na de opheffing van Kunst & Vaarwerk realiseerde, is er evenzeer een product van.


Voor Cor Kraat is die onverbrekelijke band tussen zijn kunstenaarsschap en de stad vanzelfsprekend gebleven, hoe stevig de door de 'Coolsingel' verordonneerde bezuinigingen er in de lokale kunstensector en landelijk ook inhakken. 'Cultuur is een soort niks geworden, zowel in het huidige regeerakkoord als hier in de stad', zegt hij boven een dubbele espresso in Hotel New York. 'Het moet nu ook in Rotterdam weer echt van onderaf komen.' Zelf zal hij over een poosje weer zonder atelier zitten, als hij zijn huidige werkplaats op Heijplaat moet verlaten. Maar voor iemand die leeft van ideeën, en maanden, járen de tijd neemt om ze te kunnen verwezenlijken en bekostigen, is zo'n hindernis ook wel te nemen. Kraats enthousiasme en volhardendheid zijn in Rotterdam niet voor niets legendarisch.


Met dezelfde hartstocht als die waarmee hij veertig jaar geleden aan zijn missie in de stad begon door de kwast ter hand te nemen, zo loopt Cor Kraat nu nog steeds door Rotterdam om 'te reageren op de architectuur', zoals hij het noemt. 'Ieder mens wil een stad die fijn en mooi is om in te leven, en als het goed is, levert ook iedereen daaraan een bijdrage. Die van mij is dat ik de indrukken die ik onderweg opdoe, kan omzetten in beelden, in voorstellen.'


En in opvattingen, niet te vergeten. Want net als de meeste Rotterdammers permitteert Kraat zich uitgesproken meningen over de wording van de stad, een proces waarin hij als kunstenaar wil kunnen kunnen blijven interveniëren. 'Niemand is zomaar inwoner van Rotterdam, ook ik niet. Die stad ís van mij, zij groeit ook in mij, al 66 jaar lang. Dus als ik er als kunstenaar toe kan bijdragen dat iets aan de beleving ervan kan verbeteren, dan doe ik dat.


'Als ik hier burgemeester was, zou ik de slagaderen naar het centrum versterken. De verbindingen tussen het centrum en het noorden en oosten van Rotterdam zijn nog te weinig spannend. Het Oude Noorden is een schitterende wijk, een groot dorp midden in de stad, maar als je vanaf de Meent komt, heb je geen zin om die lelijke Jonker Fransstraat af te gaan voordat je op het Noordplein bent. Hetzelfde geldt voor de Hoogstraat, die niet uitnodigt om van de binnenstad naar de markt te lopen. Dat blijft wel heel ernstig.'


Van het door Hans Citroen gesuggereerde permanente gebrek aan toeristen is in elk geval geen sprake op de Wilhelminapier, waar een half in de gevel gestoken tramwagon toegang biedt tot Cor Kraat. Made in Rotterdam. Het wemelt er van de amateurfotografen die de on-Nederlandse clustering van hoogbouw daar in pixels proberen te vangen. Kraat kan het wel waarderen. Ook hij vindt het een van de indrukwekkendste plekken van de stad. Het aanzicht erop als je vanaf Katendrecht over de Hoerenloper (zoals de wandelbrug tussen 'de Kaap' en de Kop van Zuid in de volksmond heet) is 'fantastisch'. Maar net zo 'té gék' is het uitzicht vanáf die Kop van Zuid op de noordoever, met haar Wereldmuseum en de Veerhaven in het voortdurend wisselende licht boven de rivier.


En nu we hem toch naar zijn favoriete Rotterdamse plekken vragen: of we als zijnde Kraats nummer één het Scheepvaartkwartier en de Veerhaven maar willen noteren. Daar is het wat betreft de grandeur van de stad toch allemaal begonnen. In de Nieuwe Maas, die er even weerbarstig als laconiek - kortom geheel Rotterdams - aan voorbij jakkert, wil hij trouwens zijn levenseinde wel vinden. 'Verzuipen in de Maas. Laat het zo ooit maar gebeuren. Maar goed, zul je net zien: ben je zo één geworden met die stad, stort je alsnog neer in het vliegtuig naar Timboektoe.'


KRAAT KRANT

Weinig kunstenaars is het gegeven om met hun werk een blijvend stempel op hun stad te drukken, maar Cor Kraat lukte het in Rotterdam. Als lid van het driemanscollectief Kunst & Vaarwerk in de jaren zeventig, tachtig en negentig, maar ook nu nog, op zijn 66-ste, als autonoom kunstenaar en Rotterdammer-pur sang. In Las Palmas wordt hij geëerd met de overzichtstentoonstelling Cor Kraat. Made in Rotterdam, die daar te zien is tot en met zondag 9 december. Naar nuchter Rotterdams gebruik gaat de expositie niet vergezeld van een dikke catalogus maar van een eenmalige uitgave van De Kraat Krant. Foto Hans Citroen


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden