Stad van de Lente

Kunming is niet langer een Chinese stad. Alles blinkt. De luchtvervuiling is verdwenen. De zwervers ook. En vlak voor de opening van de laatste wereldtentoonstelling van deze eeuw zijn nog wat criminelen geëxecuteerd....

GOOD AFTERNOON, sir, zegt de jonge ober vriendelijk aan de ingang van de ontbijtzaal. Het is half acht 's ochtends. Het hotel in Kunming is splinternieuw, zoals driekwart van de stad trouwens. Sommigen van de 2,5 miljoen inwoners van deze Stad van de Lente hebben de laatste tijd hun best gedaan Engels te leren. Want ze willen niet met hun mond vol tanden staan tegenover de buitenlandse bezoekers van de laatste wereldtentoonstelling van deze eeuw, die tegelijk de eerste is in China.

Ook voordat de tuinbouwtentoonstelling Expo '99 begin mei openging, zagen kenners al reden genoeg om naar Yunnan te komen, de zuidelijke provincie waarvan Kunming de hoofdstad is. Yunnan, zeggen ze, is het beste wat China te bieden heeft. De fabelachtige landschappen, de variatie aan flora, fauna en klimaten, de oude tempels, het Stenen Bos van bizarre steenformaties, de vriendelijke mensen, de 25 groepen etnische minderheden met hun rijke cultuur: in Yunnan haalt de China-toerist zijn hart op.

Dat kan hij tot eind oktober ook aan die wereldexpo doen, samen met de verwachte negen miljoen Chinezen en een miljoen buitenlanders. Tenminste, voor zover die laatsten zich niet laten afschrikken door de anti-westerse geest die sinds het NAVO-bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado door China waait.

'Welkom in Kunming, geëerde gasten van verre', roept een spandoek boven de gepavoiseerde weg van het vliegveld naar de stad. Voor die geëerde gasten zijn tientallen hotels gebouwd en worden, in geval van nood, de bedden gevorderd van honderd massagehuizen. En terwille van die geëerde gasten is het ruim tweeduizend jaar oude Kunming compleet veranderd van aangezicht.

Waarschijnlijk is nog nooit in de geschiedenis zo'n grote stad in korte tijd zo radicaal vernieuwd. De twijfels of de Chinezen dit karwei wel aankonden, zijn misplaatst gebleken. Wat ziet alles en iedereen er nieuw en fris uit. Overal staan bloemen. Waar is de luchtvervuiling gebleven die andere Chinese metropolen zo ongenietbaar maakt? Waar zijn de verveloze huizen en bussen? Waar de armen en de bedelaars? Het grote Dian-meer ten zuiden van de stad, dat notoir vervuild was, wordt zo maar schoongemaakt. En daar komt warempel opnieuw een sproeiwagen langs om de straat fris te houden. Is dit China?

Een Chinese reiziger die een jaar geleden voor het laatst in Kunming was, herkent de Stad van de Lente bijna niet terug. Het vliegveld is verbouwd tot een van de grootste van China. De wegen zijn verbreed. Overal staan nieuwe gebouwen, het ene nog postmoderner dan het andere: de partijpaleizen, de rechtbank, hotels en restaurants, musea, banken, een zwembad, een futuristisch pret- annex conferentiepark. De teruggekeerde reiziger herkent een van die bouwwerken: 'Dat daar is al oud. Zeker een jaar.'

De oude stad bestaat vrijwel niet meer, behalve dan de communistische woonkazernes, en zelfs die zien er minder morsig uit dan elders. De bloemen- en vogelmarkt is er nog, en er zijn nog stukken over van oude straatjes van vóór het communistische tijdperk. De grijze huizen zijn uit het lood geslagen. Het moet geen genoegen zijn in die wrakke panden te wonen. Maar met hun prachtige houtsnijwerk op de daklijstbalken zijn ze een lust voor het oog.

'Onze overheid heeft onze stad vernietigd', vonnist een meisje, dat zelf in een comfortabel huis blijkt te wonen. 'Ze hebben hier geen gevoel voor geschiedenis. De jeugd niet, en het stadsbestuur ook niet. Gelukkig worden de laatste oude huizen gered, want ze beginnen hier eindelijk door te krijgen dat toeristen houden van oud.'

Maar de voormalige bewoners van de oude huizen die nu zijn gesloopt, klagen niet, integendeel. Ze zijn al lang blij dat ze, dankzij Expo '99, hun pittoreske maar onbewoonbare woninkjes konden inruilen voor een moderne flat. De nieuwbouw heeft de gezelligheid niet geschaad. Langs het meer in de stad wordt druk geflaneerd en is veel te doen. Op een plein roept een les in ballroomdansen de jaren vijftig op. In een cafeetje houden drie buitenlandse jongens een drumsessie.

Niet alle bouwprojecten hebben de race tegen de tijd gewonnen, en nog niet alle puin van afgebroken panden is geruimd. Hier staat een kaal staketsel van een hotel te treuren om alle gasten die het niet zal herbergen, daar wordt een onvoltooid bouwwerk al bewoond door krakers. Voor de rest gaan opvallend weinig mensen sjofel gekleed.

'Mensen van buiten zonder verblijfsvergunning zijn de stad uitgezet', legt iemand mét een vergunning uit, 'en ook de bouwvakkers moesten weg zodra ze klaar waren.' In het kader van deze schoonmaakactie schijnen vlak voor de expo ook een stuk of wat criminelen te zijn geëxecuteerd. Wie zei dat China niet kan organiseren?

Welkom dus op de Expo '99. De openingsshow in het stadion van Kunming is grandioos. Twee uur voor de aanvangstijd en de komst van de hoge gasten moet iedereen binnen zijn. De stad is dicht, want de koning van Cambodja, de presidenten van China, Israël en Zimbabwe en de premiers van Thailand en Djibouti moeten erdoor.

Nog nooit heeft Kunming zo veel limousines gezien als bij de opening van Expo '99. Wie niet op straat staat te kijken, volgt samen met honderd miljoen andere Chinezen de live-show op tv. Tussen de overrompelende effecten door voeren 6580 dansers, zangers en acrobaten een totaal-theaterspektakel op waarvan Broadway nog wat kan leren. Ook de meest bereisde Roelen geven toe dat ze zoiets nog nooit hebben gezien.

Honderd yuan, 25 gulden, is voor een gewone Chinees een hoop geld, maar op de expo krijgt hij er waar voor. De meeste van de 95 paviljoens, zes themaparken en vijf expositiehallen zijn het bekijken meer dan waard. Van verfijnde oriëntaalse tuinen stap je in decadente lusthoven, je kuiert tussen bomen, bamboe, bloemen, je ruikt aan aloude geneeskrachtige kruiden. Landschaps- en tuinarchitectuur van de bovenste plank uit de hele wereld.

Er is een kopie van het eerste Chinese oceaanschip, de zeilen behangen met in bloemen uitgevoerde karakters. Een kas als een zwembad zo groot, met tropisch regenwoud en planten uit alle streken. Een hal vol tuinbouwkundige hightech. Een reusachtige bol waarin de toeschouwer door adembenemende Chinese landschappen reist die aan alle kanten om hem heen geprojecteerd worden. Nee, je kan je dag slechter besteden dan op de 218 hectare van Expo '99, bijna tweeduizend meter boven de zeespiegel.

Goed, hier en daar heeft Disneyland toegeslagen. De employés die in apenpakjes rondwandelen, hadden niet gehoeven, ook al stellen ze de expo-mascotte voor. Andere mensdieren zijn nog minder op hun plaats. En ook dat amusementspark valt op deze mega-Floriade uit de toon.

De kitschprijs gaat naar de houten windmolen, de Zaanse houten huisjes en de Chinese Volendamse meisjes van het Nederlandse paviljoen. Tulpen uit Holland ontbreken niet. Dat als tegenwicht een supermoderne kas is opgericht, valt de Chinese bezoekers nauwelijks op. Die doen niets liever dan zich laten fotograferen voor de molen.

Twee weken na de opening van de expo lieten de wieken langzaam los. Pardoes vielen ze op de tulpen. Niemand raakte gewond, de wieken bleven heel, maar pijnlijk was het wel. De Nederlandse molenbouwer reisde naar Kunming af. De fotograferende Chinezen bleven het geinig vinden, zo'n verminkte molen.

In de tuin van het Nederlandse paviljoen ziet de leek dat de bloemen en de planten er leuk bijstaan. Maar Arie van Vliet ziet meer. Er staan veertig verschillende hostaplanten uit de verzameling van deze oprichter van de Nederlandse hostavereniging. 'Het zijn oorspronkelijk schaduwplanten', legt Van Vliet uit. 'Ze komen uit China, Japan en Korea. Ze zijn gekruist, en er zijn nu wel duizend soorten.'

Gelukkig is niet alles in deze overdaad verplichte kost. Amerikanen vinden het paviljoen van hun land het slechtste van de hele expo. Sommige paviljoens, zoals die van Brazilië en Italië, zijn saaie pr-stands. Andere tonen producten die met tuinbouw weinig te maken hebben.

Nee, dan Noord-Korea. Het paviljoentje van het laatste stalinistische land op aarde staat vol rode begonia's. En hoe heten die? Juist: Kim Jong Il hua, Kim Jong Il-bloemen. Waarom is de nieuwe Nederlandse Kunming-tulp die hier is gedoopt, eigenlijk niet Wim Kok-tulp genoemd? De beheerder van de Noord-Koreaanse stand filmt iedereen die naar de bloemen van de Grote Leider staat te kijken. Wie weet zit er een perfide westerse spion tussen.

De schoonheidsprijs gaat naar de tuinen van de Chinese provincies. En dan speciaal naar de tuin waar drie meisjes, priesteressen haast, een religieuze theeceremonie opvoeren. Bereiding en overhandiging van de thee, gaan gepaard met ragfijne rituele gebaren. Een van de priesteressen, onlangs gekozen tot Miss Thee, geeft na afloop uitleg. Zij behoort tot de school die de theekunst geestelijk verrijkt met elementen uit het zen-boeddhisme, boeddhistische muziek en bepaalde dansgebaren.

Na dit theetempeltje lokken de hogere sferen van de echte tempels, hoog in de bergen buiten Kunming. In de Bamboetempel, aan de voet van een bamboebos, staan en hangen honderden levensgrote beelden die in de vorige eeuw zijn gemaakt door de meester Li Guangxiu en zijn leerlingen. Ze berijden de meest exotische dieren. Surrealisme avant la lettre: absurd verwrongen gezichten, open buiken, wenkbrauwen van een meter lang, een arm die reikt tot het plafond. Het schijnt dat de tijdgenoten die zich in deze beelden herkenden, niet 'amused' waren.

Een meisje geeft een zuil een felrood kwastje. In een sprookjesachtige ruimte in rood, blauw en groen maakt een enkele gelovige voor een reusachtig beeld drie rituele knievallen en steekt kaarsen en wierookstokjes aan.

En dan begint de dienst. Drie jonge vrouwen en een wat oudere man, allen gekleed in zwart berande rode mantels en met een zwarte baret op, heffen een monotoon lied aan en begeleiden zichzelf op kleine slaginstrumenten. De wierook geurt. De beelden kijken toe. Aan alle voorwaarden om in trance te raken is voldaan.

Hoog in de bergen buiten Kunming staat een majestueus taoïstisch tempelcomplex vrijwel leeg. Na deze Sint Pieter lijkt een in de bergen verstopt heiligdommetje een dorpskapelletje. Het is niet meer dan een hutje. Voor een primitief beschilderd gipsen boeddhabeeld giet een koster nieuwe olie in de lampjes. Ingemetselde flessen met wierookstokjes erin vormen een yin-yang-patroon. Het eeuwige China. Vijftig jaar dialectisch materialisme, het postmoderne Kunming en de magnifieke Expo '99 ten spijt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden