Stad in 2030 ligt los van landelijk buitengebied

Bebouwing in Stedenland vol variatie Waar woont, werkt en vermaakt de Nederlander zich in 2030? Adviesbureaus hebben met de Rijksplanologische Dienst vier scenario's gemaakt: Palet, Stedenland, Stromenland en Parklandschap....

Van onze verslaggeefster

Marieke Aarden

AMSTERDAM

De stad van 2030 kent riante villaparken en tuinwijken die worden afgewisseld met hoge flats en appartementen, voorzien van sportzalen. Ingenieuze treinsystemen zonder tijdrovend overstappen. Veel woningen en bedrijven zijn gebouwd boven wegen. Cinema's en theaters gaan onder de grond. Naast gebieden met bruisende activiteiten zijn er ook parken en rustige plekken. De stad is ook broedplaats voor nieuwe bedrijven die zich in marginale rommelzones mogen bewijzen.

Aan de grenzen van de Randstad zijn 'ketens van water' te vinden. Meren, plassen, kweekvijvers voor vis, bekkens met voorraden voor drinkwater, allemaal met elkaar verbonden. Het is een van de vele pogingen om te voorkomen dat het veen in het lage westen van Nederland inklinkt.

Zo zou Stedenland eruit kunnen zien in 2030. Opvallend in dit scenario is het vlijmscherpe contrast tussen de bebouwde zone en het landelijke buitengebied. 'Het speelt in op het onbehagen bij velen over de uitdijende steden die steeds meer landelijk gebied opslokken', zegt rijksplanoloog drs. J. Goris.

Nu nog trekken de middengroepen en welgestelden naar buiten, met als gevolg dat dit buitengebied ook steeds meer verstedelijkt. Dit lokt weer veel mobiliteit uit omdat de afstanden tussen wonen, werken en ontspanning groter worden. Willen de steden weer aantrekkelijk worden, dan moet men daar ook royaal kunnen wonen in grote appartementen, soms voorzien van een zwembad. Mensen die vijf dagen in de week hollen, willen de zesde en zevende dag in een comfortabele omgeving zijn, staat in Stedenland.

In dit scenario wordt rond de stad of het dorp een grens getrokken, een contour. Bínnen deze contour mag de gemeente naar hartelust bouwen maar er rust een taboe op het bouwen buiten deze grens. Alle bouwactiviteiten blijven binnen die stedelijke contour.

'Je zou verwachten dat niet iedereen daar even gelukkig mee is', zegt drs. Ch. Nauta van het adviesbureau Zandvoort. 'Het bedrijfsleven wordt niet graag in een strak regime geperst. Maar veel stedelingen, de milieubeweging, architecten, de NS en Rijkswaterstaat zijn enthousiast.'

'Veel mensen laten in praatprogramma's van Paul Witteman tot Catherine Keijl weten dat het maar eens afgelopen moet zijn met het volbouwen van Nederland. Zij ervaren een gevoel van volte. De nieuwe kaart van Nederland waarop alle toekomstige projecten zichtbaar worden gemaakt, heeft ook een schrikeffect teweeg gebracht. Die mensen hebben de scenariomakers van Stedenland voor ogen', zegt Goris.

Dat Stedenland niet synoniem hoeft te zijn voor eentonig bouwen en wonen op een kluitje, toont het Office for Metropolitan Architecture. Dit OMA strooit rijkelijk met woontypen variërend van villapark, tuinwijk, laagbouw, clusters van appartementen, herenhuizen en appartementen in uiteenlopende dichtheden van tien tot zestig woningen per hectare.

Nog steeds wordt echter gebouwd uit een oude behoefte aan rijtjeshuizen. Go with the flow, noemt Goris dit. Een projectontwikkelaar durft ook niets gewaagders uit vrees dat de woningen onverkoopbaar zijn. In Stedenland wordt nog maar heel weinig uitgebreid na 2010. Ontwikkelaars zijn dan ook gedwongen de bestaande steden en dorpen te herbouwen; oude wijken slopen en daar subtiel vernieuwen à la OMA.

Bedrijfsterreinen moeten beter worden benut. Meer in lagen bouwen, dubbeldekbouw, zoals bij transportbedrijf Schuitema in Woerden. De grondprijs is laag en dat verleidt bedrijven al gauw om nieuwe terreinen bloot te leggen in plaats van bestaande te transformeren. Toch moet dat wel gebeuren, oordeelt Stedenland dat dicht bij de voorkeuren van de PvdA en het huidige kabinetsbeleid ligt.

De projectontwikkelaars hoeven volgens Goris niet bang te zijn dat Stedenland leidt tot waardevermindering van onroerend goed. Er wordt schaarste aan bouwgrond gecreëerd en schaarste betekent in elk geval geen prijsdaling. 'Beleggers en projectontwikkelaars vinden dat heel interesssant. Ze lopen minder risico en kunnen daardoor gedurfder bouwen', verklaart Goris.

Dit scenario doet een beroep op iemands voorstellingsvermogen, omdat het haaks staat op de huidige trend van individualisering. Er zal flink over gediscussieerd moeten worden, want als er geen eenstemmigheid is, zal Stedenland nooit echt tot ontwikkeling kunnen komen.

Nu al zijn trekjes van dit scenario zichtbaar. In Maastricht is er een squashcomplex met meerdere etages op vijftig meter van het Vrijthof waarvoor wachtlijsten bestaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden