InterviewStaatssecretaris Alexandra van Huffelen

Staatssecretaris over toeslagenaffaire kinderopvang: ‘We kunnen als overheid uitgebreid erkennen dat we fouten hebben gemaakt’

Alexandra van Huffelen, staatssecretaris van Financiën.Beeld Jiri Büller

‘U bent uiterlijk eind volgend jaar geholpen’, zegt staatssecretaris Van Huffelen tegen gedupeerden die zich hebben gemeld in de toeslagenaffaire. Dinsdag ontvouwde ze haar compensatieplan voor ouders die ten onrechte als fraudeurs werden bestempeld.

Staatssecretaris Alexandra van Huffelen doet de gedupeerden van de toeslagenaffaire in de kinderopvang een riskante belofte. Alle circa 8.300 ouders die zich tot dusver als slachtoffer hebben gemeld kunnen waarschijnlijk vóór 2022 hun eventuele compensatie tegemoet zien, schrijft ze dinsdag aan de Tweede Kamer. ‘IJs en weder dienende’, voegt ze daar wel uit voorzorg aan toe. Om de meest schrijnende gevallen meteen te kunnen helpen, stelt ze alvast een noodvoorziening in. 

Ouders die door het toeslagendrama in acute geldnood verkeren, kunnen aanspraak maken op een eenmalige spoeduitkering van 500 euro (in uitzonderingsgevallen kan dit iets meer zijn). Het kabinet bood eerder al excuses aan, omdat de Belastingdienst tussen 2005 en 2017 duizenden ouders ten onrechte tot fraudeur bestempelde. Deze mensen moesten vaak duizenden euro's kinderopvangtoeslag terugbetalen, terwijl ze wel recht hadden op dat geld.

Hoe zeker bent u ervan dat u deze belofte aan de ouders wél kunt nakomen? Begin dit jaar beloofde u immers nog dat alle dossiers in 2020 afgehandeld zouden zijn. Dat bleek niet realistisch.

‘Ik ben me ervan bewust dat het spannend wordt, maar we denken dat dit haalbaar is. Daarbij rekenen we op gemiddeld 40 uur werk per toeslagdossier. We hebben dit tijdschema ook extern laten toetsen. Natuurlijk kunnen er dingen gebeuren die deze planning in de wielen rijden, zoals ICT-problemen, een onverwacht groot verloop onder het personeel, of veel ziekteverzuim door de coronapandemie. We gaan er ook vanuit dat zich het komende jaar nog meer gedupeerden zullen aanmelden; zij hebben daar tot 2023 de tijd voor. Die latere aanmeldingen kunnen we misschien niet volgend jaar al allemaal behandelen. Maar tegen de groep van 8.300 ouders die we nu in beeld hebben, zeggen we: u bent uiterlijk eind volgend jaar geholpen, ijs en weder dienende.’

Wie zich niet zelf meldt, vist sowieso achter het net.

‘Ja. Tenzij je onderdeel bent van een voormalig fraudeonderzoek van de Belastingdienst en we je daardoor al kennen. Onze inschatting is nog steeds dat er 22 duizend ouders in aanmerking komen voor compensatie. Daarom willen we ook veel ruchtbaarheid geven aan deze regeling, via instanties die de gedupeerde ouders wellicht wél kennen. Onder andere via de schuldhulpverlening en kinderdagverblijven. Ik hoop ook echt dat gedupeerden die we nog niet in beeld hebben zich alsnog melden, want inderdaad: ik kan hen helaas niet allemaal terugvinden in de administratie van de dienst Toeslagen.’

Sommige gedupeerden die zich al in 2019 gemeld hebben, maar geen schrijnend geval zijn, krijgen binnenkort een brief waarin staat dat ‘we tussen april en juni 2021 met uw zaak aan de slag gaan’. Nog langer wachten. Maakt u daar mensen blij mee?

‘Het belangrijkste is dat we ouders hiermee perspectief bieden. Ouders willen heel graag weten wanneer ze ongeveer aan de beurt zijn. Daar krijgen ze binnenkort dus duidelijkheid over. En ik wil ook duidelijk maken dat de mensen die echt acuut in geldnood zitten nu snel hulp krijgen. De 252 schrijnende gevallen hebben prioriteit. Dat zijn bijvoorbeeld mensen die hun huis uitgezet dreigen te worden, geen medicijnen kunnen kopen, geen boodschappen kunnen doen. Zij worden allen voor de feestdagen door ons geholpen. Dat kan zijn met een deelbetaling, volledige compensatie, of met een bijdrage uit de noodvoorziening. Geen enkele gedupeerde hoeft met Kerstmis en Sinterklaas in een nare situatie te zitten. En waar wij de benodigde hulp niet kunnen bieden, kunnen gemeenten helpen om noodsituaties te voorkomen. We werken nauw samen met de gemeenten.’

Toch gaat de afhandeling een stuk langer duren dan u kort na uw aantreden beloofde. Heeft u het dossier, net als uw voorganger, schromelijk onderschat?

‘Het is ons inderdaad behoorlijk tegengevallen. We waren te optimistisch in het begin. Eerst hadden we het vooral over de zogenoemde CAF-zaken, de ouders die vooringenomen zijn behandeld door de Belastingdienst. We dachten toen nog dat we een generieke compensatieregeling konden treffen. Later hebben we besloten een grotere groep gedupeerden compensatie te geven, onder wie ouders die slachtoffer zijn geworden van de hardheid van de wet en ouders die ten onrechte in de belastingsystemen geregistreerd stonden als fraudeur. 

‘Die optelsom heeft de complexiteit vergroot en maakt dat we meer tijd nodig hebben per dossier. Ik heb inmiddels persoonlijk met 88 ouders gesproken. Het is mij nu superhelder dat veel van hen hele nare dingen hebben meegemaakt en dat zij kampen met een grote variëteit aan problemen. Juist daarom is het belangrijk dat elke ouder zijn specifieke verhaal kan doen, zodat we iedereen een passende oplossing kunnen bieden. We zijn dus veel tijd kwijt aan het spreken met de ouders en het opzoeken van informatie die relevant is voor hun zaak. De zorgvuldigheid die dit proces vereist, bijt gewoon met snelheid. Ook ik zou alle gedupeerden liefst voor 1 oktober uitbetalen, maar dat is onmogelijk.’

Welk persoonlijk verhaal heeft u bijzonder geraakt?

‘Vorige week sprak ik een ouder die twee jaar toeslagen moest terugbetalen om dat ze in één jaar niet de Verklaring Omtrent Gedrag van de gastouder kon overleggen. Zo waren de regels: als ouder was je daar zelf verantwoordelijk voor. Terwijl veel ouders ervan uitgingen dat het gastouderbureau zulke zaken goed geregeld had. En dan zegt de Belastingdienst achteraf: hoppa, betaal alle toeslagen over het hele jaar maar terug. Dat is afschuwelijk, maar zo hard was de wettelijke regeling toen. Nu kijken we daar heel anders naar. Dus dat gaan we repareren. Zo’n ouder vertelt mij ook: in die tijd was iedereen boos op mij. Mijn man, mijn kinderen… want hierdoor kwamen we in de financiële problemen en konden we allerlei dingen niet meer doen. Zij zeiden dan: had je niet beter kunnen opletten?!’

U kunt geen kapotte huwelijken repareren.

‘Nee, maar we kunnen als overheid wel uitgebreid erkennen dat we fouten hebben gemaakt. We kunnen mensen letterlijk iets in handen geven waarmee ze aan familie en vrienden kunnen laten zien: zie je wel, ik was niet gek en ik ben geen fraudeur.’

Waarom kiest u in het belang van de snelheid niet voor een soort generaal pardon, waarbij iedereen die zich heeft gemeld een minimumvergoeding uitgekeerd krijgt? Of voor het alvast uitbetalen van een voorschot, zoals sommige Kamerleden hebben voorgesteld?

‘Dan moeten we de wet weer aanpassen en dat kost minstens twee à drie maanden. Dat geeft nog meer vertraging, waardoor sommige ouders juist langer moeten wachten. Toen we voor de zomer de spoedwet behandelden hebben we bekeken of we iedereen bijvoorbeeld een standaardcompensatie van 10.000 euro konden geven. We kwamen er al snel achter dat dit voor een aantal ouders volstrekt onvoldoende zou zijn. Dus dan zouden we alsnog alle dossiers individueel moeten nalopen. 

‘We zijn er achter gekomen dat de problematiek voor elke ouder superspecifiek is, en vooral ook dat het niet voldoende is om alleen maar financieel te compenseren. Voor veel mensen is meer nodig, zoals schuldhulpverlening of psychologische hulp. Ook zit er een groot verschil tussen ouders die weliswaar veel toeslagen moesten terugbetalen, maar dat niet hebben gedaan omdat ze geen geld hadden, en ouders die wel alles hebben terugbetaald. Die tweede groep verdient meer compensatie dan de eerste. En tenslotte: het woord ‘voorschot’ is voor gedupeerden een nachtmerrie geworden. Dus als we eenmaal geld overmaken, willen we zeker weten dat we het nooit meer terug hoeven te vragen.’

In maart zijn er verkiezingen, dus u kunt dit dossier misschien niet zelf afronden. Zou u dat wel willen?

‘Daar ben ik niet mee bezig. Ik denk niet dat we de dag na de verkiezingen al een nieuw kabinet hebben. Ik blijf erbij, zolang ik erbij mag blijven. Uiteindelijk moet de hulp aan de ouders niet afhankelijk zijn van mijn persoon. De organisatie moet er gewoon staan en het mag geen effect hebben of ik hier zit, of iemand anders.’

Maar als D66 tijdens de formatie zegt: ‘Laat Alexandra het karwei afmaken’, bent u dus beschikbaar.

(Lacht). ‘Geen idee, dat zien we dan wel weer. Ik ben in elk geval nog vol goede moed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden