Staatssecretaris houdt digitale revolutie tegen

Het verwijt van staatssecretaris Van der Ploeg dat de publieke omroep te weinig inspeelt op de digitale revolutie is niet terecht....

JE moet het lef maar hebben om als staatssecretaris voor de media zo weinig in te spelen op de digitale revolutie en dan de publieke omroep verwijten te maken. Vorige week schreef staatssecretaris Van der Ploeg (Forum, 5 april) dat de publieke omroep de digitale boot dreigt te missen, snel het internet op moet en zelfs allianties met kabelmaatschappijen als UPC zou moeten aangaan. Wat betreft dat laatste slaat de staatssecretaris in zijn enthousiasme door: de toch al te commerciële publieke omroep moet niet ook nog dergelijke commerciële verwevenheden aangaan. Maar verder heeft hij gelijk. Hij zou het alleen tegen zichzelf moeten zeggen.

Onlangs, bij de behandeling van de Concessiewet betoogde de VVD dat we niet meer zouden moeten spreken van publieke omroep, maar van 'publieke informatievoorziening'. Het gaat niet om de distributievorm, het aantal tv-kanalen, maar om het bijzondere aanbod dat via zoveel mogelijk wegen, zoals internet, bij de burgers gebracht moet worden.

De staatssecretaris, de andere partijen en Hilversum bleven zich daar echter wel op concentreren. Zij waren blij dat de VVD - die vindt dat de publieke omroep minder zou moeten concurreren met de commerciële en zich meer zou moeten onderscheiden en daarom minder ruimte zou hoeven innemen - instemde met een concessie voor drie tv-netten voor tien jaar. Alsof over tien jaar iemand zich nog druk maakt over twee of drie zenders. Als het goed is gebruikt de publieke informatievoorziening dan vele thema-kanalen, video-on-demand en internet. Dat kan ook al over vijf jaar, maar dan moet de staatssecretaris de ontwikkelingen niet tegenhouden, maar bevorderen.

Hij lijkt in te zien dat het straks niet meer alleen gaat om tv als massamedium, maar dat de nieuwe media juist differentiatie vereisen. Helaas eindigt hij toch weer met het idee van publieke omroep als 'gezamenlijkheid'. De tijd dat we de volgende dag allemaal over hetzelfde programma praatten, komt heus niet meer terug - hoogstens met een Big Brother van een commerciële omroep.

Het versplinteren van het aanbod acht de staatssecretaris een gevaar voor het functioneren van de democratie. Terwijl internet juist de meest democratische vorm van communicatie is. Publieke informatievoorziening is niet zoiets als centraal gestuurde informatie. Publieke informatievoorziening is een vrijplaats en een ijkpunt: vrij van de politiek en van de tucht van de markt en normstellend wat betreft kwaliteit. Het belang ervan neemt in deze tijd van digitalisering eerder toe dan af, maar de betekenis moet meer gezocht worden in het zich onderscheiden dan in het samenbinden.

Wat betreft digitaliseren van de kabel is het beleid van de staatssecretaris zelfs contraproductief. Anderhalf jaar geleden heeft de VVD aangedrongen op een snelle notitie daarover, maar die is een paar maal uitgesteld en is er nog steeds niet. Erger: de staatssecretaris spreekt nog steeds bezorgd over 'het verdwijnen achter de decoder' van programma's. Maar als de kabel overal in Nederland is gedigitaliseerd, wat technisch in een paar jaar kan en de burger maar een paar gulden per maand hoeft te kosten, is er geen sprake meer van 'verdwijnen achter de decoder'.

Integendeel: dan kan iedereen uit een veelvoud van het huidige aantal zenders zijn eigen pakket kiezen en alleen betalen voor de zenders die hij wil zien. En iedereen is dan ook nog aangesloten op de elektronische snelweg en kan naar believen e-mailen, chatten, surfen of elektronisch boodschappen doen. Bovendien is CDA-fractievoorzitter De Hoop Scheffer dan ook meteen verlost van al die zenders die hij niet wil zien, eenvoudigweg door zich er niet op te abonneren.

Het enige probleem is eigenlijk de monopoliepositie van de kabelmaatschappijen die tot te hoge prijzen zou kunnen leiden. Maar dat is aardig te ondervangen door de burger zijn abonnement te laten nemen bij de omroepen, die elkaar kunnen beconcurreren, en niet bij de kabelmaatschappij en door de toezichthouders goed te laten controleren dat niet meer dan een redelijke prijs wordt doorberekend. Over het gebruiken van de digitale revolutie gesproken: waarom heeft het kabinet die mogelijkheid niet anderhalf jaar geleden actief opgepakt?

Een sterk staaltje van het contraproductieve beleid is de zogenaamde 'evenementenlijst'. De Europese Commissie heeft, duidelijk ver vóór de recentelijke 'Eurotop dot com' in Lissabon, in een richtlijn de landen de mogelijkheid gegeven een lijst op te stellen met evenementen die uitgezonden moeten kunnen blijven worden via een zogenaamd 'open net' (dus niet achter een decoder). De staatssecretaris heeft dat aangegrepen en nu een lijst opgesteld met veel sport en een enkel cultureel evenement.

De politiek moet nu voor de burger gaan uitmaken hoeveel belangrijker schaatsen voor hem is dan tennis en de Super-cup dan de World-cup, of ook polsstokspringen opgenomen moet worden, en of wettelijk gegarandeerd moet worden dat de burger naast het Prinsengrachtconcert ook de Edison-uitreiking op de publieke omroep kan blijven zien, in plaats van op RTL, als hij zich daar straks op moet abonneren.

Afgezien van deze belachelijke bemoeizucht is het ook de verkeerde weg, omdat het een drempel opwerpt voor digitalisering van de kabel. Commerciële omroepen die dergelijke evenementen willen uitzenden, willen niet het risico lopen 'achter de decoder' terecht te komen en hebben dus geen belang meer bij die digitalisering.

Het zou mooi zijn voor de keuzevrijheid van de burger én voor de publieke informatievoorziening als de staatssecretaris zijn enthousiasme voor nieuwe ontwikkelingen op zijn eigen beleid zou richten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.