Staatsschuld is niet alleen maar nadelig

STAATSSCHULD De staatsschuld is eigenlijk niet zo relevant zolang we maar meer verdienen aan het buitenland dan we eraan betalen.

Regelmatig worden we met de staatsschuld om de oren geslagen. Zo zei Mark Rutte in zijn persconferentie over het knappen van zijn kabinet: 'Als wij niets doen, dan is het simpelweg zo dat we volgend jaar 28 miljard meer uitgeven dan dat er binnenkomt. Dan stijgt de staatsschuld dagelijks met 90 miljoen euro.' Minister Schultz-Verhagen kondigde eerder dan ook aan dat ze best bereid is te schrappen in haar begroting, omdat er niets erger is dan de komende generaties opzadelen met een oplopende staatsschuld.

Rechts maakt hiermee een fundamentele economische denkfout. Want als de staatsschuld oploopt, schuiven we niet alleen de kosten door naar toekomstige generaties, maar ook de opbrengsten in de vorm van rente en aflossing. Onze kinderen betalen niet alleen mee aan de oplopende staatsschuld, ze profiteren ook van de opbrengsten. Dat komt omdat Nederland al dertig jaar een overschot op de betalingsbalans heeft en per saldo niet leent in het buitenland, maar de volledige staatsschuld binnenlands financiert. Toekomstige generaties zijn daardoor niet alleen schuldenaar maar ook aandeelhouder van BV Nederland. Voor hen is de staatsschuld eigenlijk niet zo relevant zolang we maar meer verdienen aan het buitenland dan we eraan betalen.

Dat ligt heel anders in de Zuid-Europese landen met een structureel tekort op de betalingsbalans. Die landen moeten in het buitenland lenen om de staatsschuld te financieren en hun kinderen moeten later rente en aflossing aan het buitenland betalen. Dan legt de staatsschuld wel een zware hypotheek op toekomstige generaties en zal er snel moeten worden bezuinigd en afgelost. Het Internationaal Monetair Fonds heeft terecht strenge saneringsprogramma's van die landen gevraagd. Maar het waarschuwt tegelijkertijd voor een rigide bezuinigingsbeleid in de sterke Noord-Europese economieën met een betalingsbalansoverschot omdat Europa hierdoor in een jarenlange crisis terecht dreigt te komen. Door hun obsessie met de staatsschuld slaan Europese regeringsleiders deze waarschuwing helaas in de wind.

Landen met een betalingsbalansoverschot zouden zich de vraag moeten stellen: wat staat er tegenover de staatsschuld? Wat voor activa heeft de BV Nederland? Dan hebben we het over de publieke infrastructuur, de fysieke infrastructuur zoals havens, dijken en wegen maar ook onze natuur, de grondstoffenvoorraden, de energievoorziening, het onderwijs en de zorg.

Als de publieke infrastructuur prima op orde is, is het verantwoord alle aandacht op bezuinigen te richten. Maar als onderhoud en verbetering nodig zijn, zal er in moeilijke tijden juist moeten worden hervormd en geïnvesteerd. Doen we dat niet, dan confronteren we onze kinderen met achterstallig onderhoud en met kosten waar geen enkele opbrengst tegenover staat.

Hoe doet Nederland het op dit gebied? Neem de energievoorziening. Nederland jaagt in een razend tempo zijn aardgasvoorraad erdoorheen en heeft amper geïnvesteerd in duurzame energie. Met een aandeel schone stroom dat het afgelopen jaar is gedaald van 4,2 naar 3,8 procent lopen we ver achter op het buitenland; dat betekent straks onnodig hoge energierekeningen. Ondanks jarenlange discussies over een leven lang leren staat de infrastructuur voor bij- en omscholing nog steeds in de kinderschoenen.

Hetzelfde geldt voor de kinderopvang. Door de forse bezuinigingen zal de internationaal toch al lage arbeidsparticipatie van vrouwen nog verder achterblijven. Het openbaar vervoer is qua omvang en bedrijfszekerheid volstrekt onvoldoende. Daarom wordt te zwaar geleund op het autogebruik, met rampzalige gevolgen voor tijdverlies bij verplaatsingen, natuuraantasting en CO2-uitstoot. Nederland kan het zich gezien de gebrekkige staat van de publieke infrastructuur niet permitteren zich blind te staren op de staatschuld.

Moeten we de staatsschuld dan laten oplopen? Natuurlijk niet. Maar bezuinigingen moeten bijdragen aan het versterken van de economie. Daarom moeten we bezuinigen door arbeidsmarkt, woningmarkt, pensioenstelsel en mobiliteit te hervormen. Daarnaast zijn rendabele investeringen nodig. Dus geen megalomane verlieslijdende projecten, geen wegen van nergens naar nergens, geen grote uitgaven om in een dichtbevolkt gebied mensen 10 km/uur sneller te laten rijden en niet bezuinigen met de kaasschaaf. Wel investeren in scholing, duurzame energie en openbaar vervoer.

Het kabinet is gevallen. Nieuwe verkiezingen zijn onvermijdelijk. Dat is goed nieuws voor Nederland. Want een nieuw kabinet kan verder kijken dan het EMU-saldo en de staatsschuld. Om sterker uit de crisis te komen moeten we een doorbraak maken naar een duurzame economie. Een welvarend Nederland nu en in de toekomst, dát is ons landsbelang.

JOLANDE SAP is fractieleider van GroenLinks in de Tweede Kamer. JOS KOK is econoom.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden