Staatsman en straatvechter

Zowel de PvdA als het CDA heeft grote moeite een natuurlijk en geloofwaardig leider naar voren te schuiven. Waarom? 'Een partijleider moet tegenwoordig kunnen voetballen, rugbyen en kantklossen.'

Na het echec rond het leiderschap van Job Cohen vechten bij de PvdA vijf kandidaten om zijn erfenis, van wie er voorlopig maar één echt kansloos is. De man van wie veel mensen denken dat hij de Verlosser is, Lodewijk Asscher, houdt zijn kaarten nog even voor de borst.


Het vereist tegenwoordig veel denkwerk, voor je besluit je leven ondersteboven te gooien door leider van een politieke partij te worden: de kandidaten worden niet moe te herhalen hoe ze daarmee hebben zitten tobben.


Wie er op 16 maart ook door de PvdA-leden wordt uitverkoren: zijn of haar leiderschap zal voorlopig met vraagtekens en twijfel zijn omringd. Geen van de kandidaten is de natuurlijke aan de oppervlakte gekomen leider met het onomstreden mandaat.


Bij het CDA zijn ze nog lang niet zo ver: daar doen ze het al sinds het aftreden van Jan Peter Balkenende met het interimtrio Verhagen-Van Haersma Buma-Peetoom. Verhagen wil geen leider worden, VHB houdt zich op de vlakte. Bij de christen-democraten zijn de vraagtekens rond het leiderschap nog groter dan bij de sociaal-democraten. Er is geen vanzelfsprekende kandidaat.


Twee politieke stromingen, die sinds de Eerste Wereldoorlog de ruggengraat vormen van het landsbestuur, en die beide grote moeite hebben een natuurlijk en geloofwaardig leider naar voren te schuiven: wat is er aan de hand met het politiek leiderschap in dit land?


Het is handig eerst even vast te stellen wat politiek leiderschap eigenlijk is en hoe het vak dient te worden uitgeoefend. Althans, volgens de Tilburgse bestuurskundige Marcel Boogers. Die begint de wetenschappelijke vorming van eerstejaars politicologie aan de Universiteit van Tilburg altijd met een collegereeks over het denken van de Florentijn Niccolò Machiavelli (1469-1527), auteur van het wereldvermaarde Il Principe en de eerste politicoloog. Diens belangrijkste les voor politieke leiders: Niet wat je bent is van belang, maar wat je schijnt te zijn.


'De tijd van Machiavelli was net als die van ons vol dynamiek en hectiek. Dat stelde eisen aan de leiders. Machiavelli leerde ons: politiek is vuile handen maken. Iedereen zegt nu dat Cohen zo integer en fatsoenlijk was, maar daar gaat het niet om. De politieke leider moet rücksichtslos durven zijn, meedogenloos als het nodig is. Als je dat niet in je hebt, kun je het vergeten. Authentiek: ook zoiets. Je moet authentiek lijken, maar het vooral niet echt zijn. Dat doe je maar thuis. Politiek is een performing art.'


In die kunstvorm moet de acteur verschillende rollen kunnen spelen. Hij moet staatsman kunnen zijn, maar ook straatvechter. Hij moet boos, bedroefd of trots kunnen zijn en razendsnel tussen die gemoedsaandoeningen kunnen schakelen. Hij moet scherp zijn in het debat, ad rem reageren op lastige vragen van journalisten en er liefst ook nog een beetje leuk uitzien. Boogers: 'Cohen kende maar één rol, die van wijze staatsman. Dat is niet genoeg.'


Jacques Wallage, tussen 1994 en 1998 fractievoorzitter van de PvdA en tegenwoordig voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur: 'Ik vat het probleem vaak als volgt samen: een partijleider moet tegenwoordig kunnen voetballen, hij moet kunnen rugbyen en hij moet kunnen kantklossen.' En dat in een vaak agressieve omgeving. De tijd dat een verslaggever aan premier Drees vroeg of hij hem een vraag mocht stellen (Antwoord: 'Nee.') ligt ver achter ons.


Duizendpoot

De eis een duizendpoot en kameleon te zijn speelde vroeger ook een rol, maar is in de moderne mediacratie extra belangrijk geworden. De politiek leider ligt in al zijn hoedanigheden voortdurend onder een vergrootglas. Het vak is gecompliceerd geworden; te gecompliceerd wellicht voor veel mensen die er twintig of dertig jaar geleden nog perfect voor geëquipeerd waren.


Dat komt ook door de keuzes die de (kandi- daat-) politiek leider zelf maakt - of door zijn pr-mensen gedwongen wordt te maken. Ton Planken, voormalig parlementair verslaggever voor de NOS en tegenwoordig communicatietrainer te Gouda, begrijpt bijvoorbeeld niet waarom de PvdA-kandidaten zich de maat laten nemen in infotainmentprogramma's als De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman. In het laatste programma werd Nebahat Albayrak afgelopen week ondervraagd alsof ze een allochtone crimineel was en eerder liet Martijn van Dam zich de maat nemen door Matthijs van Nieuwkerk - ook dat liep uit op een pijnlijke exercitie.


Planken: 'Wat bezielt die mensen om daar te gaan zitten? Eigenlijk vind ik dat je, alleen door die keuze te maken, al bent gediskwalificeerd. Ze moeten 54 duizend PvdA-leden overtuigen: dan vormen zulke programma's het verkeerde forum.' Wie wil tonen dat hij een geschikte leider is, zegt Planken, moet met inhoud komen. En daarvoor het juiste podium kiezen om overtuigingen, visie en gedrevenheid voor het voetlicht brengen. Planken: 'Buitenhof, Nieuwsuur, de serieuze kranten. En niet je laten afzeiken door Jeroen Pauw.'


Hans Wiegel was tussen 1977 en 1981 minister van Binnenlandse Zaken en van 1971 tot 1982 politiek voorman van de VVD. Hij onderkent de macht van de praatprogramma's. Die macht doorbreken is simpel: 'Daar ga je gewoon gezellig niet naar toe. Je gaat alleen naar programma's waar je behoorlijk je punt kwijt kunt. Dat kan je niet in DWDD. Dus doe je er niet aan mee. Kijk naar Roemer van de SP. Die heeft het door. Die is super. Die gaat nooit naar die flauwekul.' En als je tóch gaat, dan moet je 'ze grijpen, die presentatoren. Je moet het mes in de tafel zetten en ze alle hoeken van de kamer laten zien. Dan vragen ze: Hoeveel kost een half wit? Zeg je: Ik eet alleen maar bruin. Had u nog een vraag?'


Ook Joop den Uyl, tussen 1967 en 1986 bijna twintig jaar partijleider van de PvdA, liet zich wel eens verleiden tot hopeloze mediaoptredens in amusementsprogramma's. Maar de consequenties van foute keuzen zijn nu sterker. Planken: 'De feedback-tijd is veel korter geworden. Fouten worden onmiddellijk heftig bediscussieerd en afgestraft met een daling in de polls.'


Mark van Vugt, hoogleraar Sociale en Organisatiepsychologie aan de Vrije Universiteit, heeft 'leiderschap' als belangrijkste onderzoeksgebied. In de politiek, zegt hij, is het kiezen van de leider een 'bottom-up'-proces. Wie leider wil worden, moet zich eerst bewijzen, prestige veroveren en laten zien dat hij het waard is de baas te zijn. 'Daarom werkt het systeem van de troonopvolger ook zelden. Die mist de legitimiteit en heeft zich niet bewezen.'


De PvdA volgt de juiste weg, denkt Van Vugt. De volgers bepalen wie hun leider wordt: 'Of de gek een gek blijft, of de gek de leider wordt. Dat is de enige manier om natuurlijk leiderschap te creëeren. En dat is een voorwaarde voor het voorkomen van leiderschapscrises.'


Afbreukrisico

Maar daarmee is niet alles gezegd. Want voor je een doeltreffende leiderschapsverkiezing kunt houden, moeten er wel geschikte kandidaten zijn, mensen voor wie het leiderschap interessant genoeg is om de risico's die er ook bij komen kijken acceptabel te vinden. 'In het egalitaire Nederland vinden wij grote inkomensverschillen niet oké. Dat kan er toe leiden, dat mensen die geschikt zijn voor het politiek leiderschap, ervoor bedanken omdat er tegenover de noodzakelijke opofferingen te weinig compensatie en privileges staan.'


De Nieuwe Leider moet alles zijn: crisismanager en entertainer. Hij moet de beste willen zijn in het openbaar bestuur en in Lingo. Hij moet in tien seconden en twintig woorden kunnen vertellen waar het heen moet met de wereld, liefst op komische wijze. Leiderschap is een vormkwestie geworden.


Wallage: 'Een politicus moet tegenwoordig heel veel tijd besteden aan zijn publieke draagvlak. De kiezer geeft geen mandaat meer. Je moet je mandaat nu elke dag veroveren.' Het is een vorm van eigen schuld: 'Beroepspolitici hebben zich de burger altijd van het lijf gehouden.' In de nieuwe verhoudingen spelen de media de voornaamste rol. 'Niet de kiezer heeft aan invloed gewonnen, maar de bemiddelaars in de publieke ruimte. Aan hun tafel vindt de slag om het vertrouwen plaats. Intermediaire figuren, zoals presentatoren en opiniepeilers, beschouwen zichzelf als de mandaatverleners. Die zijn in het gat gesprongen dat de bestuurders hebben laten vallen. Aan de tafel van P&W gebeuren dingen die minstens zo invloedrijk zijn als wat in de Kamer gebeurt.'


De politiek leider is zo publiek bezit geworden. Boogers: 'Het politieke is steeds persoonlijker geworden. De ideologie is minder belangrijk, je lifestyle veel belangrijker. Je kleding, je taalgebruik, je hobby's en je vrienden. Imagebuilding. Het is een spel dat je in de vingers moet hebben.' En waar je zin in moet hebben. Het publiek is bovendien grillig en snel verveeld. Het afbreukrisico is enorm en de aanslag op het privéleven ingrijpend. Wouter Bos is een voorbeeld van een leider die daar geen zin in had. De prijs was domweg te hoog.


Iemand met een groot leiderstalent kan bovendien in het bedrijfsleven vijf of tien keer zo veel verdienen, met minder afbreukrisico, en zonder getreiter van Rutger Castricum of ordinair geschimp uit de PVV-bankjes. Dat kan ertoe leiden dat je niet de kwaliteit leiders krijgt die je eigenlijk zou wensen, zegt Van Vugt, en dat er leiders naar voren komen die je eigenlijk niet wilt.


En dan moet ook de innerlijke motivatie om leider te worden kloppen: Van Vugt: 'De natuurlijk leider moet dienend genoeg zijn. Wanneer het hem gaat om macht en status, eigenbelang voorop staat in plaats van het algemeen belang, dan accepteren wij dat niet.' De dienende leider lijkt een steeds zeldzamer specimen te worden.


Overigens zijn we sinds de tijd dat jagers-verzamelaars hun leiders kozen niet wezenlijk veranderd. Ons instinct speelt nog altijd een grote rol. We laten ons bij de keuze van een leider nadrukkelijk leiden door uiterlijk, blijkt uit onderzoek van Van Vugt. Goed nieuws voor de jongere kandidaten in de PvdA-contest: wanneer er in een groep behoefte bestaat aan verandering, kiezen we instinctief voor een jongere leider. Die beschikt over de energie en dynamiek om dingen te veranderen. Pas wanneer we stabiliteit zoeken, komt de oudere leider in beeld. Van Vugt: 'Ronald Plasterk kan wel zeggen dat hij nog jong is in de politiek, maar dat soort nuances registreert ons brein niet.'


Het goede nieuws voor Martijn van Dam, die aan het eind van het eerste debat op het podium hoog boven de andere kandidaten uittorende, en een belangrijk advies voor de CDA-selectiecommissie: wij denken dat lange mensen betere leiders zijn.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden