Staatslening goed bestand tegen crises

Ontredderde beleggers moeten op zoek naar een veilige en minder riskante vervanger voor hun eens zo geliefde aandelen. Staatsobligaties zijn geknipt daarvoor....

door Joost Ramaer

De man hiernaast, minister Gerrit Zalm van Financiën, zou in de komende weken weleens de steun en toeverlaat voor beleggers kunnen worden. Die zijn namelijk, ontredderd door de verbijsterende dinsdag 11 september, op zoek naar een veiliger en rustiger belegging dan de aandelen waarop zij zich bijna twee decennia lang hebben blindgestaard.

En Zalm heeft die in de aanbieding: staatsleningen. Overheden lenen regelmatig enorme bedragen op de kapitaalmarkt. Die leningen zijn in kleine stukjes geknipt, van bijvoorbeeld honderd of duizend gulden of euro, zodat ze ook voor de kleine belegger te behappen zijn.

Normaal gesproken loopt een kredietgever het risico dat hij zijn geld niet terugkrijgt. Maar overheden gelden doorgaans als uiterst solide debiteuren. De belegger ontvangt periodiek - per maand, per kwartaal, per jaar - de van tevoren bepaalde rente over zijn couponnetje, en aan het einde van de looptijd krijgt hij de hoofdsom terugbetaald. Het rendement is lager dan op aandelen maar wel constant, het risico vrijwel nul.

Lekker simpel, zou je zeggen. Maar dat is niet zo. Voor de niet-ingewijde is de werkelijke waarde van een obligatie veel moeilijker te bepalen dan van een aandeel. Ten eerste moet de obligatiebelegger rekening houden met de rente op de kapitaalmarkt. Wijkt die af van de couponrente, dan komt de koers van de obligatie in beweging. Een fictief voorbeeld. Een Amerikaanse staatslening kent een hoofdsom van 100 dollar en een couponrente van 10 procent. De marktrente ligt lager.

Daardoor wordt de obligatie op de beurs 110 dollar waard. De werkelijke waarde van de couponrente daalt daardoor. De houder van de lening krijgt immers niet 10 procent over 100, maar over 110 dollar uitgekeerd. Wordt de marktrente hoger dan de couponrente, dan daalt de koers van de lening naar bijvoorbeeld 90 dollar.

Die verhouding tussen koers en couponrente heet de yield. Stijgen staatsleningen in populariteit, zoals nu, dan gaat de yield naar beneden. Gaan obligaties in de verkoop, dan stijgt de yield - een bron van voortdurende verwarring voor niet-ingewijden. En daarbij blijft het niet.

Staatsleningen met een lange looptijd zijn namelijk gevoeliger voor de marktrente dan obligaties met een korte looptijd. Dat zit zo. De houder van een dertigjarige staatslening zit al die tijd vast aan de couponrente. Daardoor loopt hij een groot risico dat de marktrente in die lange periode hoger uitkomt dan de vergoeding op zijn lening. Bovendien moet hij dertig jaar wachten tot hij de hoofdsom krijgt terugbetaald.

Een twee- of tienjarige staatslening is minder riskant, en keert sneller uit. Daardoor zijn zij veel couranter dan dertigjarige leningen. Dat verklaart wellicht ook waarom afgelopen donderdag na de heropening van de obligatiehandel in de VS de yield van twee- en tienjarige leningen fors daalde, maar die van de dertigjarige juist ietsje omhoog ging.

En niet alleen de gehele looptijd is relevant, ook het restant van de looptijd weegt zwaar mee in de waardebepaling van een obligatie. De manier waarop is vergelijkbaar met opties die hun afloop naderen, de zogenoemde expiratiedatum. Een dertigjarige staatslening die over drie maanden afloopt, kan interessanter zijn voor een belegger dan een tweejarige die nog 21 maanden heeft te gaan.

Vandaag de dag zal de belegger vooral willen weten hoe schokbestendig staatsleningen zijn. Behoorlijk, zo blijkt uit de twee grafieken hiernaast. Beide tonen de rendementsontwikkeling van verschillende categorieën staatsobligaties vanaf 1990. Goed is te zien dat die rendementen nauwelijks reageerden op de Golfoorlog.

Toch worden de meest gewilde staatsleningen steeds schaarser. In tegenstelling tot zijn voorgangers houdt minister Zalm tegenwoordig geld over, waardoor hij minder obligaties hoeft uit te geven.

Leuk voor Zalm, lastig voor de belegger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden