Staat van geheime diensten

IN IEDER geval zijn onze Palestijnse gevangenissen beter dan de Israëlische, was aanvankelijk de rotsvaste overtuiging van de Palestijnse bevolking....

De begrafenis van Jumayal, waar vorige week vrijdag tienduizenden Palestijnen door louter hun aanwezigheid de Palestijnse Autoriteit (PA) aanklaagden, was een affront voor president Arafat. De familie van de overleden Fatah-Valk weigerde het politie-escorte dat haar ter gelegenheid van de begrafenis ter beschikking was gesteld. Een sterker bewijs voor de vervreemding tussen het volk en zijn Autoriteit was niet denkbaar geweest.

De Palestijnse procureur-generaal Al-Qidra gelastte onmiddellijk een onderzoek naar het geval-Jumayal. Dat Arafat persoonlijk opdracht gaf de agenten te berechten die Jumayal hadden gefolterd, toont dat zijn politieke instinct hem niet in de steek heeft gelaten. De doofpot was dit keer geen goede optie. De herinnering aan de door Arafat opgerolde beweging van de Fatah-Valken leeft in Nablus, waar de president zelf nooit geliefd is geweest.

De dood van Jumayal staat niet op zichzelf. Amnesty International beschreef vorig jaar reeds twee tot in details gedocumenteerde sterfgevallen in Palestijnse gevangenissen. Volgens Palestijnse mensenrechtenorganisaties zijn sinds mei 1994 - het begin van de autonomie in de Gazastrook - negen gevangenen in een Palestijnse politiecel gestorven aan de gevolgen van foltering.

De verklaring van de Palestijnse politiecommandant Saadi al-Naji, die het geval-Jumayal vorige week 'uitzonderlijk' noemde, getuigt dan ook van kwade trouw. De Palestijnse mensenrechtengroep al-Haq, die jarenlang naam heeft gemaakt met het zorgvuldig in kaart brengen van Israëlische schendingen in de bezette gebieden, heeft in korte tijd een ellenlange waslijst weten aan te leggen met gevallen van Palestijns politiegeweld.

Niettemin geeft al-Haq de Palestijnse Autoriteit nog het voordeel van de twijfel. Ondanks de willekeurige arrestaties (onder vooral Hamas-activisten), de mishandeling en marteling van gevangenen, het excessief gebruik van geweld, het breidelen van de Palestijnse pers, het chanteren van journalisten en het intimideren van mensenrechtenactivisten enzovoort, acht de organisatie het te vroeg de mannen van Arafat als een stelletje beulsknechten af te schrijven.

Al-Haq wijst er bijvoorbeeld op dat zij wel degelijk medewerking ondervindt bij haar werkzaamheden. 'Ministeries (van de PA, red.) beginnen met ons samen te werken. Maar als de schendingen doorgaan, moeten we misschien concluderen dat daar een strategie achter schuilgaat', aldus al-Haq-medewerker Khalid Batrawi in maart.

Dat al-Haq haar contacten met de Palestijnse overheid koestert, komt niet voort uit liefde voor Arafat. De autonome gebieden (de Gazastrook en de Westoever-steden Nablus, Jenin, Bethlehem, Ramallah, Tulkarem en Jericho) zijn een juridisch niemandsland, waar de bevoegdheden van de zeven, acht of negen Palestijnse veiligheidsdiensten met hun zo langzamerhand veertig- à vijftigduizend manschappen niet wettelijk zijn geregeld. Al-Haq kan als een van de weinigen een oogje in het zeil houden, zolang zij met de Autoriteit in gesprek blijft.

Het is ongetwijfeld aan pressiegroepen als al-Haq te danken dat uitwassen in Palestijnse gevangenissen worden gerapporteerd. Palestijnse artsen verschuilen zich het liefst achter hun beroepsgeheim. De Palestijnse bevolking is murw geslagen door bijna dertig jaar Israëlische bezetting. Uit een peiling, gehouden voor de verkiezingen voor de wetgevende raad in januari, bleek dat slechts 13,5 procent van de Palestijnen bescherming van mensenrechten als wezenskenmerk van de democratie beschouwt.

Deze onwetendheid maakt het de Palestijnse Autoriteit des te gemakkelijker de verantwoordelijkheid voor het geweld dat zij toepast, bij Israël te leggen. Het is waar dat de Israëli's Arafat in de tang hebben, zeker nu de Palestijnse gebieden zijn afgegrendeld. Arafat wordt met economische wurgmaatregelen gedwongen terreur tegen Israëlische doelen met alle mogelijke middelen tegen te gaan. Maar dat ontslaat hem in geen enkel opzicht van de plicht zich aan internationale mensenrechtenprotocollen te houden.

Ten overvloede heeft de PLO haar verplichtingen ten aanzien van de onvervreemdbare rechten van de mens aanvaard in annex 1 van het Akkoord van Caïro (mei 1994). Dat de Palestijnse Autoriteit niet meer dan een staat in wording is, betekent dan ook niet dat zij zich op verzachtende omstandigheden kan beroepen ter rechtvaardiging van haar mensenrechtenschendingen.

Hierbij dient één belangrijke kanttekening te worden gemaakt. Een veiligheidsapparaat met tienduizenden functionarissen op 2,2 miljoen Palestijnen is vragen om moeilijkheden.

De Britse journalist Graham Usher stelt in een artikel (New Statesman) onomwonden dat een omvangrijke politiemacht van ten minste dertigduizend man slechts bedoeld kan zijn om een bevolking in bedwang te houden. Dat de Palestijnse burgerrechten onder zo'n invulling van zelfbestuur te lijden hebben, is in de ogen van Usher niet meer dan logisch.

De zeven, acht of negen veiligheidsdiensten die onder orders van Arafat staan, wakkeren het onbehagen onder Palestijnen in de autonome gebieden aan. De Palestijnse politie zal op termijn de staatsveiligheid van Israël nooit kunnen waarborgen. Niet omdat er niet voldoende politiemannen rondlopen, maar omdat schendingen van de mensenrechten ook de gewapende Palestijnse oppositie een steengoed argument geven.

Guido Goudsmit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden