Staat gedaagd in Vie d'Or-zaak

Binnen een maand start de Stichting Vie d'Or, die opkomt voor de belangen van de elfduizend gedupeerde polishouders van de failliete verzekeraar, een gerechtelijke procedure om de verzekeringskamer en de staat te dwingen tot schadevergoeding....

Van onze verslaggever

DEN HAAG

'Wij willen liever ook niet procederen', aldus stichtingsvoorzitter J. van Rijn, de ex-topman van ING Groep, gisteren tijdens een persconferentie. 'Het kost vreselijk veel geld en tijd. Maar minister Zalm is kennelijk bang voor precedenten.' De stichting presenteerde een rapport van de Groningse rechtsgeleerden Brunner en Scheltema, die tot de conclusie komen dat de Verzekeringskamer en de staat aansprakelijk zijn voor de schade, die wordt geraamd op 180 miljoen.

Volgens de hoogleraren had de toezichthouder al in de zomer van 1991 moeten ingrijpen omdat toen al bleek dat de bedreigingen voor Vie d'Or groot waren. 'Dat had toen moeten lijden tot het onverwijld nemen van maatregelen om de belangen van verzekerden zo goed mogelijk veilig te stellen', aldus Scheltema en Brunner.

Van Rijn vroeg zich af waarom de staat wel met schadevergoeding over de brug komt in zaken waarvoor zij geen aansprakelijkheid erkent en hetzelfde niet doet voor de polishouders. 'De regering heeft fondsen opgezet voor voorbereiding van hemofolieslachtoffers die met HIV zijn besmet, voor asbestpatiënten en ook voor mensen die getroffen zijn door de evacuaties na de hoge rivierstanden van een paar jaar geleden worden geholpen.'

Hij vertelde hoe de stichting nog met de vorige staatssecretaris van Financiën Van Amelsvoort had onderhandeld over het opzetten van een fonds waaraan de overheid een krediet zou kunnen verstrekken. Dat plan stuitte echter op vermeende bezwaren van Van Amelsvoort. 'Naar mijn mening stelde het ministerie zich toen wat al te formalistisch op', zei Van Rijn. Het fonds had ook deels gevoed kunnen worden met geld dat de fiscus de laatste jaren heeft bespaard. Vie d'Or had een fikse verliescompensatie opgebouwd die uiteindelijk door het faillissement niet benut is.

'Daardoor heeft de overheid naar schatting vijftig miljoen gulden in de zak kunnen houden', aldus Van Rijn. Hij vertelde ook hoeveel hij en zijn medebestuursleden van de stichting verdienen aan hun werk. '750 Gulden per vergadering plus 150 gulden onkostenvergoeding. We vergaderen minstens een keer in de drie weken. Vaak meer.'

De stichting beschikt over zes miljoen gulden om te procederen. Een miljoen van rechtsbijstandverzekeraars en een krediet van vijf miljoen van het Verbond van Verzekeraars. 'Dat moet voldoende zijn', aldus Van Rijn, 'hoewel ik waarschijnlijk het einde van alle procedures tot bij de Hoge Raad niet zal meemaken als voorzitter.'

De polishouders krijgen dit jaar een extra uitkering van tien miljoen. In de zomer van 1994 is de hele Vie d'Or-portefeuille overgenomen door Twente Leven, een dochter van Levob. Bij die overdracht is 22 miljoen gulden opzij gezet als reservering voor toekomstige schadeclaims. In 1995 is uit die reservepot al 6,5 miljoen gulden voor de polishouders gehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden