Reportage Tata Steel

Staaloverschot? Niet bij Tata India

Ook al zwemt de wereld in het staal, in India produceert Tata Steel er nog on­ge­breideld op los in hightechfabrieken. Staal is een van de sleutels naar welvaart voor de 1,3 miljard inwoners.

Kalinganagar Steel Plant in India, waar een van de modernste hoogovens van Tata Steel staat.

Is het zinvol nog eens 7 miljard dollar te investeren in een nieuwe fabriek, terwijl er al ­zoveel overcapaciteit is op de mondiale staalmarkt? ‘Uiteraard. De Chinezen doen het ­elke week’, grapt Rajiv Kumar, ­bedrijfsdirecteur van de ultramoderne staalfabriek die het Indiase Tata Steel heeft neergezet in een van de allerarmste regio’s van India.

De fabriek is het visitekaartje van de staalstad Kalinganagar die de Indiase ­regering uit de grond heeft gestampt in de oostelijke deelstaat Odisha. Behalve Tata zijn er ook vestigingen te vinden van andere Indiase staalfabrikanten. De stad – of eigenlijk het grote industrie­terrein – ligt op 100 kilometer van de kustplaats Bhubaneswar, waar op dit moment het WK hockey wordt gespeeld.

In de deelstaat leeft de helft van de ­bevolking onder de absolute armoedegrens. De grond in Odisha is onvruchtbaar. Nog geen honderd meter van de ­ingang van de Tata-fabriek proberen vrouwen met de verkoop van drie ­bananen de kost voor een heel gezin te verdienen. Mannen niksen in de ­schaduw van hutjes waarvoor het woord krot nog te veel eer is. Velen leven als in de 19de eeuw, toen de Britten hier voor het eerst kwamen.

Maar binnen de poort van Tata is de 21ste eeuw een feit. Hier wordt nu door Tata 3 miljoen ton staal gefabriceerd. De intentie is de productie op te ­voeren naar eerst 8 en daarna 16 miljoen ton. ­Financieel topman Koushik Chatterjee denkt dat zelfs 20 miljoen ton moet kunnen worden gehaald. ‘Dit is big’, zegt directeur Kumar bij een rondleiding.

Overproductie op de wereldmarkt is niet de zorg van India, dat heeft andere prioriteiten. Er moet meer welvaart worden gecreëerd voor 1,3 miljard vaak nog straatarme mensen. En staal is het ideale product. De kostprijs bedraagt tussen de 0,44 en 0,48 euro per kilo. Het is sneller te ­repareren en beter te recyclen dan aluminium of titanium. Het is duurzamer dan hout of kunststof. ‘Er moeten in dit land fabrieken en kantoren worden gebouwd. Mensen willen auto’s. De infrastructuur moet worden verbeterd. India verbruikt nu 100 miljoen ton staal per jaar. Bij een economische groei van 7,4 procent per jaar neemt de vraag naar staal met 10 procent toe. Als we niet willen dat ons marktaandeel in eigen land afneemt, moeten we dit jaar als staalindustrie 7 miljoen extra produceren’, ­rekent Kumar voor.

En hoewel arbeid in India goedkoop is, heeft Tata Steel gekozen voor automatisering en robotisering. Ook als de productie op 8 miljoen ton ligt, zullen er maximaal 4.000 mensen werk hebben. Ter vergelijking: Tata Steel in ­Nederland produceert met het dubbele aantal mensen 1 miljoen ton minder, zij het dat daarbij meer bewerkingen worden gedaan.

IJmuiden?

Tata Steel Kalinganagar spiegelt zich niet aan IJmuiden. En ook niet aan de Tata-vestiging van Port Talbot in Groot-Brittannië of het oorspronkelijk staal­bedrijf in Jamshedpur. Die zijn stuk voor stuk honderd of meer jaren oud. De fabriek in Kalinganagar spiegelt zich aan Posco in Zuid-Korea, met 2.000 ton geproduceerd staal per werknemer de efficiëntste staalproducent in de wereld.

Of in Europa of de VS ooit nog een keer een compleet nieuwe staalfabriek kan worden gebouwd, betwijfelt Kumar. ‘In deze verzadigde markten zou die investering zich nooit terugverdienen. Zoiets kan alleen in groeimarkten. Als we per inwoner net zoveel staal zouden gebruiken als in het Westen, zou de productie moeten verzesvoudigen.’

Tata Steel in IJmuiden. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Ingenieurs uit IJmuiden hebben meegeholpen aan de bouw. Ze zijn te zien op een foto-expositie. Ook Peter Blauwhoff, president-commissaris van Tata Steel in Nederland, staat lachend op een foto. Voor hen was het een luilekkerland, omdat het in IJmuiden niet mogelijk is een perfecte lay-out te creëren. De installaties zijn enorm. De hoogoven van 4.330 kubieke meter groot produceert 3,2 miljoen vloeibaar ijzer voor de staalfabriek. En er komt een nieuwe hoogoven bij die 5,9 miljoen kan produceren. Ter vergelijking: hoogoven 6, de modernste in IJmuiden, haalt 4 miljoen.

Kalinganagar is vernoemd naar een ­koninkrijkje dat ooit heeft bestaan in deze streek waar stamhoofden nog de macht hebben. De grond is niet erg ­geschikt voor landbouw, maar onder de grond is het volgens Kumar een van de rijkste gebieden van India. Alle delfstoffen zijn er te vinden. De ijzererts ligt er voor het opscheppen. Alleen de kolen moeten uit Australië worden gehaald.

Weinig personeel

De vestiging van de fabriek heeft nogal wat voeten in de aarde gehad. Tata kocht de grond van de overheid. Maar de ­erfgenamen van de stammen boerden hier op landjes die ze al vele generaties hun ­eigendom waanden. Zij weigerden plaats te maken voor de staalindustrie. Dat leidde tot grote vertraging nadat de bouw in 2006 begon. Bij rellen tussen politie en boze boeren vielen doden.

Tata moest de bevolking nieuw ­onderdak geven. Tegelijkertijd kon een deel ook aan het werk dankzij de komst van het staalbedrijf. Ze hebben nu relatief goedbetaalde banen waar salarissen jaarlijks met 7 procent stijgen. Kumar benadrukt dat het een kapitaalintensief hightechstaalbedrijf is, waar vooral hooggeschoolde proces-operators werken.

Blauwe overalls zijn op industrieterrein in de brandende zon ook bijna niet te zien. Slechts vrouwen die met een bezem het vuil van de wegen vegen. Of hoveniers die met pikhouwelen gaten slaan om ruimte te creëren voor bloemenperkjes en met gieters gazonnetjes groen houden. Het terrein oogt spic en span, terwijl buiten het complex rond de houten krotten het zwerfvuil is opgestapeld.

Veiligheid

Van de pellet- en sinterfabriek tot en met de walserijen lopen kaarsrechte, ­geasfalteerde wegen die als racebaan zouden kunnen dienen, ware het niet dat de snelheid is beperkt tot 30 kilometer per uur. Er is zowel binnen als buiten de fabriek bijna overdreven veel aandacht voor veiligheid. Iedereen werkt met helmen en beschermende kleding. Borden geven de nummers van de ­ongevallendienst aan en waarschuwen in Hindi en Engels uit te kijken voor ­vallende objecten of gloeiende spetters bij de staalproductie.

Het lijkt heel wat riskanter voor de werknemers om zich buiten het complex in het chaotische Indiase verkeer te begeven dan bij Tata te werken. De mijn is weliswaar ontsloten dankzij een weg. Maar daar leggen ook geiten en heilige koeien zich te ruste op het warme ­asfalt, of lopen vrouwen met emmers op hun hoofd en kroost aan de hand langs de kant.

De staalstad karakteriseert de enorme groei van het land. Toen Tata Steel tien jaar geleden het Brits-Nederlandse ­Corus overnam was het nog vele malen kleiner. In India werd 3 miljoen ton staal geproduceerd, in Groot-Brittannië en Nederland 17 miljoen. Nu produceert Tata in India 18 miljoen en in Groot-Brittannië en Nederland 10 miljoen ton.

En dat komt niet omdat arbeid goedkoper is. Kumar: ‘In 1988 hadden we nog 80 duizend werknemers nodig om 3 miljoen ton te maken, dat doen we nu met 3.000 mensen.’

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel werd de kostprijs van de productie van een kilo staal in India omschreven als 6 euro. Die bedraagt echter tussen de 0,44 en 0,48 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.