Staalhard geloof ZOON BESCHRIJFT OORLOGSVERLEDEN VAN FOUTE RADIOMAN HENRI VAN HOOF

HOELANG ZAL de Tweede Wereldoorlog nog duren? De strijd werd militair weliswaar afgesloten in mei 1945, maar de verwerking van het leed en de trauma's is nog steeds gaande....

In alle opwinding zouden we bijna de bezetter en zijn handlangers vergeten. Maar gelukkig steken de kinderen van deze echte schuldigen de vinger steeds vaker op. Weliswaar om hun eigen trauma's onder de aandacht te krijgen, maar daarmee werpen ze impliciet ook licht op de verwerpelijke ideeën en gedragingen van hun ouders.

Het was en is natuurlijk geen pretje kind te zijn van foute ouders, zoveel is wel duidelijk geworden uit de vele pogingen tot 'coming out' van de laatste jaren. Neem nu Frans van Hoof (geboren 1941), een Eindhovense jongen die samen met zijn broer Harry (de dirigent van het Metropole Orkest, geboren 1943) begin jaren zestig met Peter Koelewijns popbandje Kom van dat dak af de hitlijsten in zong.

Zijn vader was fout. Niet een beetje, maar goed fout. Dramaturg en journalist Henri van Hoof (1914-1992) was niet alleen lid van de NSB, maar maakte ook dubieuze hoorspelen en reportages voor de gelijkgeschakelde Rijksradio De Nederlandsche Omroep. In het laatste oorlogsjaar trok hij, zoals het omroeppersoneelsblad schreef 'de uiterste nationaalsocialistische consequentie'. Hij sloot zich aan bij de SS-Standarte Kurt Eggers en trok naar de fronten in het oosten en Normandië.

Daar versloeg hij voor de radio de heldendaden van de Duitse troepen die bezig waren met hun tactische terugtochten om strategische redenen. Het 'kruiperige gedrag' van sommige geallieerde krijgsgevangenen kenschetste hij toen als 'volbloed joods'. In galmende bewoordingen schetste hij de Führer als 'het symbool van wrake en volhouden', als de meest geharnaste vechter voor 'het staalhard geloof, door geen terreur te breken, in de harde noodzaak van deze oorlog'.

Zeven jaar werkkamp en ontzetting uit het Nederlanderschap waren zijn straf, nadat 'de meest geharnaste vechter' zich in een Berlijnse bunker met een kogel het leven had benomen en in Nederland de Rijksradio roemloos ten onder was gegaan. Niet alleen Van Hoofs 'staalhard geloof' lag in puin, maar ook zijn gezin. Vader nooit thuis, moeder nauwelijks inkomen, kinderen gepest op school, een gebroken toekomst.

Zoon Frans heeft een poging gedaan met het schuldige verleden in het reine te komen. Ondanks de soms bittere verwijten is het geen afrekening met vader Van Hoof geworden; evenmin kan het boek een vergoelijking worden genoemd. Gebruikmakend van flarden autobiografie van zijn vader putte Frans vooral uit zijn eigen herinnering om tegen het abjecte gedrag van SS-Unterscharführer Van Hoof een intiem contrapunt van een vader te zetten.

Echt slagen doet hij daarin niet, want ook privé kan Henri niet echt een sympathieke man worden genoemd. Af en toe nam hij een kind op schouder of knie, maar hij was ook jaloers en heers- en drankzuchtig. Hij sloeg zijn vrouw en beschuldigde zijn kind, dat angstig naar de politie was gelopen, ervan 'een verrader' te zijn. Een pijnlijk woord uit de mond van een kenner.

Misschien is dat gedrag terug te voeren op de trauma's van zijn naoorlogse gevangenschap en het leven als paria. Wellicht zelfs op gebroken idealen, want een nazi-gelovige kun je Henri van Hoof, hoofd politiek drama van de Rijksradio, wel noemen. Daar kunnen de bescheiden en gelukkig niet al te opdringerige pogingen van Frans om de keuze van zijn vader voor het nationaal-socialisme te verklaren uit opportunisme en aandringen van anderen, niets aan afdoen.

Henri koos uit overtuiging en handelde uit overtuiging. Hoe anders is een dergelijke creatieve productie van hoorspelen, artikelen, verhalen en reportages te verklaren? Met alleen een blik in zijn voorgeschiedenis als gemankeerd journalist en gefrustreerd artiest kom je er niet. Vele lotgenoten maakten andere keuzen.

Henri van Hoof werd in 1931 wereldkampioen voordrachtskunst in Washington. Nadat hij in Nederland onder anderen zijn schoolgenoot Godfried Bomans had afgetroefd, bracht zijn speech 'Het koningschap in Nederland' de internationale jury in vervoering. Een schitterende carrière als schrijver of journalist lag in het verschiet. Maar het werd een pad van twaalf ambachten, dertien ongelukken en werkloosheid. Dat hij het in 1940 had gebracht tot propagandist van de organisatie Nederlandsche Visscherij was eigenlijk een wonder.

Henri's literaire kwaliteiten werden maar matig gewaardeerd, hoewel hij zeker over talenten beschikte. Zijn verhaal over de gevechten bij de Grebbelinie, waar hij als infanterist tegen de Duisters streed, haalde een onvoorstelbare oplage van 220 duizend in 65 drukken. Z66, een verhaal uit een commandopost ergens in de Grebbelinie, viel najaar 1940 als een 'stamelende hulde aan onze gesneuvelde strijdmakkers' in goede vaderlandse bodem. Heel wat meer in ieder geval dan de geschriften die spoedig uit de pen van NSB-stamboeknummer 117.336 gingen vloeien. Die konden slechts rekenen op het enthousiasme van de Nenasu-uitgeverij te Den Bosch en van NSB-propagandaleider Max Blokzijl. Dat waren in de jaren tussen 1942 en 1945 nog twee garanties voor een blinkende carrière met een fraai salaris en een representatieve woning in Hilversum, maar na de oorlog misstonden ze in elk cv. Zijn laatste veertig levensjaren sleet Van Hoof, terug bij twaalf ambachten en dertien ongelukken, als anoniem freelance tekstschrijver en reclamemaker.

Zoals zovele 'creatieve collaborateurs' op zoek naar broodwinning nam hij ook klusjes aan van mensen en groepen die hij vroeger bestreed. Zo organiseerde hij kort na zijn vrijlating zelfs de bevrijdingsfeesten in Eindhoven, waar hij de geallieerde strijders net zo bejubelde als hij op 28 juni 1944 als SS-radioverslaggever hun tegenstanders had bejubeld: 'In het Normandische land staat sterk en ongeschokt de jonge SS-soldaat, die zich vrijwillig meldde voor de dienst aan Europa.'

Je zou het opportunisme kunnen noemen, maar cynisme is een beter woord. Hij toonde minachting voor de overwinnaars, die in zijn huichelarij trapten.

Huub Wijfjes

Frans van Hoof: Dubbele tongen en giftige pennen - Het verhaal van een NSB-kind.

Van Reemst; 256 pagina's; ¿ 32,50.

ISBN 0 410 0466 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden