St. Luciakerk, Ravenstein

Van het drietal geloof, hoop en liefde is het geloof zoek. Althans, de buitennis is leeg, tot lichte verbazing van stadsgids Leontien van der Hart....

In het niet-alledaagse stadje Ravenstein is ook de Luciakerk niet alledaags. In het Brabantse land bekleedt ze zelfs een uitzonderingspositie: het is de enige barokkerk, in Zuid-Duitse stijl. Wat alles te maken heeft met Duitse jezuïeten en Duitse vorsten die ooit het land van Ravenstein bewoonden en bestuurden.

De architect is onbekend; een brandbom vernietigde tijdens WO II alle gegevens toen die van het onveilig geachte Düsseldorf naar een mijn in Helmstedt werden overgebracht.

Dat er in 1729 een loterij aan te pas kwam om de kerk te bouwen, is ook al geen alledaagse gebeurtenis. Initiatiefnemer was de advocaat J. van Willigen die er, samen met zijn vrouw, een prominente grafzerk in de kerk mee verdiende. Hij woonde in het statige witte pand tegenover de kerkingang, dat tot voor kort stadhuis was.

Omdat Ravenstein tot de komst van de Fransen, in 1794, vrijheid van godsdienst genoot, stond niets de bouw van een katholieke kerk in de weg. Zeker niet toen de loterij veel geld opbracht. De jezuïeten kregen van de opbrengst zelfs wat hoogmoedswaanzin: zij voelden alles voor een grote kruiskerk. Maar twee protestanten in het hart van Ravenstein lieten zich niet onteigenen zodat de nieuwe kerk werd wat ze nu nog is. Leontien van der Hart: 'Het verhaal wil, en dat zeg ik altijd heel nadrukkelijk: het verhaal wil dat die protestanten later katholiek zijn geworden.'

Een mooiere plek dan in Ravenstein is voor een kerk nauwelijks te bedenken: aan een pleintje met kasseien en dorpspomp, tegenover de roemruchte stadsherberg De Keurvorst, temidden van oude huizen. De kerktorentjes vervolmaken het beeld. Dat de klok op het ene torentje stilstaat, kan geen toeval zijn.

'Zeer sober', noemde W. van Leeuwen in 1976 in Langs oude Brabantse kerken het interieur van de Luciakerk. Een kwalificatie die onrecht doet aan het innerlijk dat hoogstens donker kan worden genoemd. Maar niet vandaag nu de zon uitbundig via het glas-in-lood de kerk in brand zet.

Dat niet-alledaagse weet van geen ophouden. Want waar vind je een biechtstoel in de sacristie, speciaal voor slechthorenden? En dat de toren achter het altaar staat, is ook tamelijk ongebruikelijk. Normaal loopt de kerkganger onder de toren door naar binnen.

Over de schilderingen van het koepelgewelf en het priesterkoor kunnen de smaken verschillen, maar voorop past bewondering voor het compositie-vermogen van de schilders Jos ten Horn en Piet Koppens, alsmede voor hun waaghalzerij toen ze in 1935 aan deze gigantische klus begonnen.

Alleen maar bewondering past het magnifieke hoogaltaar van de Udense beeldhouwer Petrus Verhoeven uit 1735 - met uit lindenhout gesneden kerkvaders. De barokke beelden uit diezelfde tijd zijn rond 1910 door de toenmalige pastoor uit de kerk gezet als zijnde 'bandieten'. Twee staan er nog in de pastorie. Diezelfde pastoor liet een houten Madonnabeeld uit de 15de eeuw kleurig beschilderen (polychromeren).

Ravenstein is er heden ten dage niet echt gelukkig mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden