St. Catharinakerk, Eindhoven

Honderden keren erlangs gefietst, op weg naar het gymnasium, nooit er bij stilgestaan, laat staan naar binnen gegaan. Het was gewoon een van de vertrouwde bakens onderweg, en na de Stadskerk kwam vrijwel meteen de Paterskerk (van de augustijnen), met op de torenspits het reusachtige Christusbeeld, in de Eindhovense volksmond...

Pas veel later lees je dat deze Stadskerk (officieel: Catharinakerk) een creatie is van bouwheer Pierre Cuypers, dat ze misschien wel de mooiste neogotische kerk van het land is en in ieder geval een hoogtepunt in de beginperiode van Cuypers. De architect was pas 31 toen hij in 1858 de opdracht kreeg.

Al decennia staat Eindhoven bekend als een sloopstad waar niets heilig is. Behalve de Stadskerk. Daar heeft nog niemand een vinger naar durven uitsteken, zodat de reusachtige kruisbasiliek met zijn twee torens al anderhalve eeuw het stadscentrum beheerst.

Ruimte, dat was waar Cuypers naar streefde, 'om de Majesteit van God te laten voelen'. De lengte is 72 meter, de breedte 37, de gewelvenhoogte 20, de nokhoogte 29 en de torens halen 70 meter. Volop ruimte dus en anno 2003 misschien te veel van het goede.

Bij de bouw van de toren liet Cuypers zich inspireren door het symbolisme dat zijn vriend en latere zwager J.A. Alberdingk Thijm in oude Franse kerken meende te bespeuren. De linkertoren, de zuidelijke, is slank, vrouwelijk en verzinnebeeldt Maria's maagdelijkheid (de Ivoren Toren). De noordelijke is massiever, mannelijk dus, met opsmuk en klok (Davids Toren). Inmiddels lijkt die visie van Alberdingk Thijm achterhaald. Dat eertijds twee torens opvallend van elkaar verschilden, had vooral te maken met geldgebrek halverwege de bouw.

Bouwpastoor G.W. van Someren legde in 1861 de eerste steen, een gebeurtenis die op een koperen gedenkplaat, links van het altaar, is vastgelegd. Ter rechterzijde hangt een tweede koperen plaat die de namen noemt van alle Eindhovense 'Weleerwaardige Heeren Pastoors, Kapelaans en Geestelijken' die destijds 'door geheime bijdragen' de aankoop van het hoofdaltaar realiseerden. Ze zijn uitgezwermd tot in Padang, op Sumatra.

Wereldoorlog II teisterde de Stadskerk en achtervolgde zelfs de inventaris die tijdens bombardementen ijlings elders werd opgeslagen. Zo gingen de sacristie, ramen, kapellen, altaren, communiebanken, kruiswegstaties, schilderijen, preekstoel en beelden verloren of werden zwaar beschadigd. Op foto's in de kerk is de ravage te zien.

De restauratie na de bevrijding stond onder leiding van architect C.H. de Bever die terugging naar het oorspronkelijke, tamelijk sobere interieur, waarin de bleekrode baksteen - Cuypers' favoriet - als 'versiering' dient. In die dagen kreeg de kerk ook nieuwe glas-in-loodramen, met name van Charles Eyck en Pieter Wiegersma. Zo hangen rond het hoofdaltaar zeven ontwerpen van Eyck. De warme kleuren rood en blauw harmoniëren prachtig met de talloze roosvensters die Cuypers in de kerkmuren aanbracht en waaraan Eyck en Wiegersma eveneens het hunne bijdroegen. Al die ramen, ze zijn het binnenlopen waard.

Voor wie zich afvraagt van welke vrouw het reliëf is boven het linkeraltaar: dat is Maria Goretti, met haar twaalf jaren de jongste heilige in de katholieke kerk. Altaar en reliëf konden in 1953 aangekocht worden dankzij collectes in de Eindhovense bioscopen waar een film over Goretti's leven draaide.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden