‘Sst, het christogram is nep’

Vijf jaar lang was Nijmegen blind van enthousiasme over enkele unieke vondsten uit de 2de eeuw. Maar de twijfel bleef knagen....

Van onze verslaggever Rik Nijland

‘Het is natuurlijk een enorme afgang, maar het was echt geen meestervervalser, daarvoor heeft hij te veel fouten gemaakt. Archeoloog Dé Steures uit Leiden kan er niet over uit dat het Bureau Archeologie in Nijmegen zo ‘halsstarrig’ vijf jaar lang vasthield aan de vondst van 2de en 3de eeuwse christogrammen.

In de tweede helft van de jaren negentig ontdekten de stadsarcheologen deze vroeg-christelijke symbolen op Romeins aardewerk, op een glazen flessenhals (waarop ook een visje en kruisen zijn afgebeeld) en op een loden plaatje; voorwerpen die op verscheidene plaatsen in Nijmegen en omgeving werden opgegraven.

Op basis van deze vondsten ontwikkelden de archeologen de theorie dat al heel vroeg in de geschiedenis christenen naar Nijmegen trokken, waarschijnlijk uit de buurt van Lyon. Afgelopen weekend kwam naar buiten dat de inscripties in de moderne tijd zijn aangebracht. Zaterdag verschijnt een artikel over deze wetenschappelijke fraude in het jaarboek 2005 van de historische vereniging Numaga.

Voor Steures is die uitkomst geen verrassing. ‘Ik ken wel zes archeologen die meteen dachten dat het vervalsingen waren. Dat aannemelijk maken, kost echter ontzettend veel tijd en moeite. Maar ik ben bezig met een boek over de laat-Romeinse grafvelden van Nijmegen. Twee van die vondsten vielen binnen mijn onderwerp en daarom kon ik het niet laten passeren.’

Bij een presentatie van de vondsten in 1999 op de Vrije Universiteit gaf klokkenluider Steures onomwonden uiting aan zijn twijfel. ‘Toen ik daar zei dat de Nijmeegse archeologen zich op vervalsingen baseerden, werd het ijselijk stil in de zaal.’ In 2002 zette hij zijn argumentatie uitvoerig op papier voor het Bureau Archeologie en Museum het Valkhof. ‘Bij het museum was men onder de indruk, maar de archeologen niet.’

Toch heerste er in Nijmegen aanvankelijk wel degelijk twijfel, zegt stadsarcheoloog Harry van Enckevort. ‘Achteraf moeten we constateren dat we te weinig kritisch zijn geweest. We zijn ermee naar buiten gekomen uit enthousiasme, om mensen deelgenoot te maken van onze vondsten, maar we hebben steeds gezegd: dit zijn onze bevindingen, schiet er maar op. Toen er twijfel bleef, is er tot een uitvoerig onderzoek besloten.’

Louis Swinkels, conservator van museum het Valkhof in Nijmegen, richtte in 2000 een vitrine in met de omstreden vondsten. ‘Het was een grensgeval, dat wisten we, maar er kwam publiciteit over in NRC Handelsblad en we wilden bezoekers die vondsten laten zien, uit het oogpunt van service. De archeologen hebben zichzelf afgevraagd: is het logistiek mogelijk geweest om onopgemerkt vervalsingen in de grond te stoppen? Daar leek het niet op. De angst bestaat nu dat het iemand is die toegang had tot de opgravingen.’

Ook Leo Verhart, die een boek schreef over archeologische vervalsingen, denkt dat de dader in eigen kring moet worden gezocht; dat het iemand is die zo goed is ingevoerd dat hij ervaren archeologen kan bedotten. ‘Die angst bestaat natuurlijk’, aldus Van Enckevort, ‘maar het kan net zo goed iemand zijn die over het hek is geklommen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden