Aanslagen Sri Lanka

Sri Lanka ademt in angst; bomaanslagen voeden vrees voor nieuw conflict

Een militair staat voor de roomskatholieke Sint-Antoniuskerk in Colombo, waar zondag een van de aanslagen plaatsvond. Beeld AFP

De extreem bloedige aanslagen van Pasen zetten de stijgende spanningen tussen geloofsgemeenschappen op Sri Lanka in één klap op scherp, merkt verslaggever Remco Andersen. De bevolking vreest een nieuw conflict. Boeddhisten zijn hun moslimburen als vijand gaan zien. ‘Achter die aangewakkerde haat zitten politici.’

Hoe makkelijk een land in de greep raakt van angst. De waarschuwingen druppelen van minuut tot minuut binnen via Sri Lankaanse nieuwswebsites, radio, televisie, Twitter en WhatsApp. Granaten gevonden in buitenwijk. Ontploffing bij het gerechtsgebouw. Explosieven ontdekt bij busstation. Inval in het ziekenhuis. Klopjacht op nog loslopende terroristen, politie zoekt verdachten, vraagt hulp van burgers, waarschuwt voor nieuwe aanslagen.

Met elk bericht schrikt het land even op, houdt zijn adem in en slaakt een zucht van verlichting als blijkt dat nieuw bloedvergieten uitblijft. Parallel aan de zoektocht naar explosieven en fanatici met aanslagplannen, woedt een zoektocht naar hoe, waarom, wie, en wat nu? Een zoektocht naar de ziel van het land; tien jaar nadat een einde kwam aan bijna drie decennia burgeroorlog, tien goede jaren waarin het land zich veilig voelde, staat Sri Lanka op een kantelpunt. Waar gaat het naartoe?

In Negombo, een overwegend christelijke stad waar meer dan 120 doden vielen bij een aanslag op de paasmis, rijdt al dagenlang de ene na de andere lijkwagen door het rouwende straatje naar de getroffen kerk. Een lokale weldoener doneerde een lap grond om al die doodskisten in te begraven. Eén groot gat, voor 63 doden die niet meer op de begraafplaats pasten. Oude Toyota-rammelbakken, voor de gelegenheid voorzien van een bordje met funeral hearse onder de voorruit, pruttelen over verlaten straten waar kraaien krassen en kerkklokken luiden.

Een politieman fouilleert een moslim bij aankomst bij een moskee in Colombo, Sri Lanka. Beeld AFP

Het tumult begint als het donker wordt. Woensdagnacht trokken groepen woedende jongeren in Negombo naar de huizen van Pakistaanse moslimfamilies, die ooit naar Sri Lanka vluchtten omdat ze in eigen land tot een vervolgde minderheidsgroep behoren. De jongeren trapten deuren open, sloegen ruiten in, sleurden bewoners de straat op en sloegen ze in elkaar. 

Donderdagmiddag trommelde de Sri Lankaanse overheid in allerijl een trits bussen op, en in een lange stoet verlieten de Pakistaanse families onder politiebescherming hun huizen in Negombo.

Jihadistisch zelfvertrouwen

Als de dag voorbij is en de avondklok van kracht wordt, maakt het getoeter van de tuktuks in de hoofdstad Colombo plaats voor een kalmte die niet thuishoort in een Aziatische hoofdstad. Cicaden tjirpen terwijl een nachtelijke regenbui klettert op straten waar zwijgende militairen in de schaduwen staan. Op het asfalt voor het historische Galle Face hotel in hartje Colombo, normaal een kakofonie van gesputter en geronk, liggen straathonden uitgestrekt te gapen.

Thuis vragen de Sri Lankanen zich af wat er met hun land gaat gebeuren. Sri Lanka probeert vaste grond onder de voeten te vinden, nu het is getroffen door het islamitisch extremisme dat de laatste jaren elders in Azië al de kop opstak. In Bangladesh, de Filipijnen, India – overal kwamen jihadisten uit hun schuilplaatsen om lokale christenen te bombarderen of westerlingen aan te vallen. 

De opkomst van Islamitische Staat gaf deze mensen de wind in de zeilen. De meest opmerkelijke nationaliteiten doken op in Syrië en Irak: Maleisiërs, Indonesiërs, Sri Lankanen. De opkomst van IS sterkte het jihadistisch zelfvertrouwen in Zuidoost-Azië, terugkeerders met jarenlange ervaring brachten expertise en connecties mee, en explosies zijn ook hier het resultaat. Nu Islamitische Staat zijn territorium kwijt is, zal de beweging zich weer richten op het vertrouwde terroristische gereedschap: aanslagen. 

Daarbij is Zuidoost-Azië een geliefd doelwit. Genoeg ongelovigen om te raken en genoeg boze jongeren om te hersenspoelen. Moslim-extremisme in Zuidoost-Azië is immers niet gegroeid in een vacuüm. IS speelde in het Midden-Oosten een katalyserende rol, maar toenemende religieuze spanningen thuis blijken ook een vruchtbare bodem voor radicalisme.

Boeddistisch geweld

‘Als we hier met een groepje zitten, is er de afgelopen dagen altijd wel eentje die roept: we moeten wat doen tegen de moslims, we moeten hun winkels vernielen, duidelijk maken dat we sterk zijn’, zegt Tiral Jayawardana (47) in zijn kleine elektronicawinkel in Maharagama, aan de rand van Colombo. ‘Maar anderen snoeren hem dan de mond. Mensen zijn boos, dat is niet zo gek. Iedereen reageert dan anders.’

Meer dan tweeduizend mensen liepen in Sydney mee in een herdenkingstocht voor de aanslagen in Sri Lanka. Beeld EPA

Maharagama, waar Jayawardana zijn electronicawinkel runt aan de stoffige hoofdstraat, is de plaats waar in februari 2013 Bodu Bala Sena (BBS) een reusachtige rally hield om te fulmineren tegen de islamitische minderheid in Sri Lanka. BBS is een militante boeddhistische beweging onder leiding van de – inmiddels gevangen gezette – omstreden monnik Galagoda Aththe Gnanasara. Een kleine driekwart van de 22,5 miljoen Sri Lankanen is etnisch Singalees, voor het overgrote deel boeddhist. Ongeveer 11 procent is hindoe, 9 procent moslim en 6 procent christen.

Winkelier Jayawardana snapt de populariteit van de extremistische monnik Gnanasara wel – tot op zekere hoogte, zelf is hij tegen geweld. ‘De leiders in de tempels prediken vreedzaamheid, leggen de boeddhistische ziel uit, hooguit zeggen ze dat we niet het recht in eigen hand mogen nemen als we ons bedreigd voelen. Maar Gnanasara, die legt concreet uit wat de dreiging is: de moslims proberen hun eigen groep uit te breiden door boeddhisten te bekeren. Ze trouwen met onze vrouwen en proberen ze dan moslim te maken. Dat moet niet kunnen.’

De burgeroorlog werd van 1983 tot 2009 uitgevochten langs etnische lijnen, niet tussen religieuze groepen. Maar de afgelopen jaren nemen spanningen tussen geloofsgemeenschappen toe. Net als in Myanmar aan de andere kant van de Golf van Bengalen, waar extremistische boeddhisten in 2012 en latere jaren de islamitische Rohingya-minderheid massaal te lijf gingen, pruttelt ook hier woede onder delen van de Singalese, boeddhistische meerderheid. 

Bij de rally in 2013 riep Gnanasara duizenden toehoorders op Sri Lanka terug te nemen. ‘Dit is een Singalees land, een Singalese regering’, zei Gnanasara vanaf het podium, gekleed in het oranje gewaad van boeddhistische monniken. ‘Pluralistische waarden vermoorden het Singalese ras. Wij moeten een onofficiële politiemacht worden die optreedt tegen moslimextremisme.’

In augustus dat jaar vielen extremistische boeddhisten een moskee in Colombo aan. Het jaar erop stormden boeddhistische menigten het overwegend islamitische dorp Dharga Town binnen, staken de huizen in brand en sloegen bewoners in elkaar. Zeker twee mensen stierven, tientallen raakten gewond, een aantal verloor een ledemaat door kogelwonden. In 2017 raakten boeddhistische menigten slaags met moslims in de zuidelijke plaats Galle, in 2018 zetten horden woedende boeddhisten winkels in de centrale stad Kandy in lichterlaaie. 

De veiligheidsdiensten, destijds onder controle van een president die sympathiseerde met de BBS, reageerden halfslachtig; volgens sommigen hier lieten ze de knokploegen van boeddhisten begaan. In de nasleep van het geweld richtte Mohammed Zahran, de organisator van de zelfmoordaanslagen, de extremistische beweging op die afgelopen zondag 253 mensen vermoordde in kerken en hotels.

De omslag

Gevraagd wie er verantwoordelijk is voor de honderden doden, verzuchten de meeste Sri Lankanen: de overheid. Politici die haat tussen bevolkingsgroepen aanwakkeren voor eigen gewin. De corrupte bende die alles steelt en elkaar zodanig de tent uitvecht dat ze meerdere waarschuwingen voor de dodelijke aanslagen over het hoofd zag. Die waarschuwingen kwamen van de Indiase overheid, twee weken voor de aanslagen, de dag voor de aanslagen, en enkele uren voor de aanslagen. Ze bevatten potentiële doelwitten en de namen van betrokkenen.

’Vijf jaar geleden was dit nooit gebeurd’, zegt Sukumal, een christelijke twintiger uit Negombo die niet met zijn achternaam in de krant wil. ‘Het leger had direct na de waarschuwingen van India actie ondernomen. Maar onder druk van de internationale gemeenschap hebben het leger en de veiligheidsdiensten allerlei macht uit handen gegeven, en nu zijn ze aan handen en voeten gebonden.’

Sukumal – en hij is bepaald niet de enige in Negombo – wil een ‘volledige militaire machtsovername’. Natuurlijk zullen er ook onschuldigen geraakt worden als de militairen orde op zaken stellen, maar de voordelen wegen ruimschoots op tegen de nadelen. ‘Veiligheid is voorwaarde nummer één voor een land om te kunnen groeien. Dan komen toeristen. Dan komt ontwikkeling.’

De moslim en de Tamil

Loop een paar willekeurige winkels in op 2nd Cross Street in Petta, het marktdistrict in hoofdstad Colombo, en je treft achtereenvolgens een moslim die gordijnen verkoopt, een stoffeerder die behoort tot de Tamil-minderheid, en een Sinhalese verkoper van boeddha-beeldjes en olifantenschilderijen. Het is – in normale tijden – een rommelige straat waar mannen met steekwagens vol citroenen zich een weg banen langs sputterende tuktuks en kraampjes met kokosnoten, stapels slippers of hopen textiel.

De moslim, de Tamil en de Singalees willen alle drie één ding: stabiliteit, zodat de klanten weer terugkomen. ‘De afgelopen dagen verdienen we nog geen duizend roepies (5,10 euro, red.) per dag’, zegt Upul (52), de Singalees. ‘De klanten zijn bang om naar Colombo te komen’, zegt Surendran (59), de Tamil. ‘Geen wonder: ik durf zelf nauwelijks hier de straat op. Zonder veiligheid kan ik geen zaken doen, en als ik geen zaken kan doen kan ik mijn gezin ’s avonds niet te eten geven.’

Een katholieke priester praat tegen de media in de beschadigde St. Anthony’s kerk in Colombo, Sri Lanka. Beeld AP

De moslim wil dat de politie armslag krijgt om verdachten op te pakken en te straffen. Dat ze steeds vrij worden gelaten, zoals deze man het recht van verdachten om zonder aanklacht niet te worden vastgehouden interpreteert, is een slechte zaak. Verdachten moeten écht worden gestraft, zegt hij. Maar het leger de macht geven, dat vindt hij geen goed idee. ‘Die zijn er om te vechten, niet om de orde te handhaven.’

De Singalees heeft het recept voor stabiliteit: samenwerking tussen bevolkingsgroepen – niet militair gezag of een noodwet. Leger, politie en veiligheidsdiensten, die worden gedomineerd door de Singalese, boeddhistische meerderheid, moeten meer minderheden vertegenwoordigen. Dat maakt ze efficiënter, zegt hij: een Singalese soldaat kan niet met een Tamil praten. Een Tamil-soldaat wel.’ Maar belangrijker nog: ‘Dit is één land, we zijn allemaal Sri Lankanen en we moeten ons allemaal deel van de samenleving voelen.’

Stille hoop

De noodtoestand en avondklok zijn er om politie en leger armslag te geven, en nieuw geweld te voorkomen: militairen mogen burgers arresteren, de autoriteiten kunnen ze langer vasthouden zonder aanklacht. De noodtoestand is tijdelijk, zoals noodtoestanden altijd beloven te zijn wanneer ze worden afgekondigd. Maar in het kielzog van de pogingen om stabiliteit te herstellen, kruipen allerlei oude gewoonten weer naar de oppervlakte.

Met de noodwet in de hand heeft de regering het soort mediarichtlijnen afgekondigd waar elke Arabische overheid goedkeurend bij zou knikken: geen informatie publiceren die de nationale veiligheid schaadt, om het omverwerpen van de overheid roept, of de openbare orde in gevaar kan brengen. Op straffe van 5 jaar cel. 

Sri Lankanen die zichzelf betrappen op kritiek op de regering, vragen terstond hun achternaam niet op te schrijven. Soms schieten de ogen even naar een militair in de buurt. Het land heeft een lange traditie van overheidsrepressie, inclusief gedwongen verdwijningen en buitenrechtelijke executies. De huidige president liet bij zijn aantreden in 2015 de teugels vieren, maar in de nasleep van de aanslagen houden journalisten en activisten hun hart vast.

Vrijdagmiddag, terwijl moskeeën in Sri Lanka een ingetogen gebed houden, kun je in Colombo een speld horen vallen. De winkelcentra zijn leeg, de restaurants dicht, de straten grotendeels verlaten. De gevreesde vergeldingsaanslagen blijven uit. Met elke dag die verstrijkt zonder dat de angst voor nieuw geweld bewaarheid wordt, groeit de hoop dat het geweld van vorige week mettertijd een plaats in de geschiedenis krijgt als bloedig incident, niet als startschot voor nieuw conflict.

Maar Sri Lanka is ruw wakker geschud, in de schaduw van de angst die islamitisch extremisme nu ook over zuidelijk en zuidoostelijk Azië werpt. Angst voor de instabiliteit waartoe dat kan leiden, de dreiging dat religieus geweld ontaardt in een spiraal die leidt tot een bloedig civiel conflict. Wat de toekomst brengt, om een veelgebruikte uitspraak in Sri Lanka te lenen, is een vraagteken.

Voorlopig geen zondagsdiensten in Sri Lanka 

In Sri Lanka zullen katholieke kerken voor onbepaalde tijd geen zondagsmis meer vieren. In een uitgelekt veiligheidsdocument wordt gewaarschuwd dat kerken en andere gebedshuizen een doelwit zijn voor terroristen, en kardinaal Malcolm Ranjith, de aartsbisschop van Sri Lanka, heeft alle gelovigen gevraagd voorlopig thuis te blijven, voor hun eigen veiligheid. ‘We willen geen herhalingen’, zegt hij.

De autoriteiten hadden moslims eerder al gevraagd om vrijdag niet bijeen te komen voor het gebed, uit vrees voor vergeldingsacties.

De angst voor nieuwe aanslagen is groot. Vrijdag waren veel winkels gesloten en bleven straten leeg. Veiligheidstroepen patrouilleren in de straten. ‘Iedereen is nerveus’, zegt Abdullah Mohammed tegen persbureau AP. ‘Niet alleen moslims. Boeddhisten, christenen, hindoes. Iedereen. ‘

Laat op vrijdag raakte het leger in het oosten van het land verwikkeld in een vuurgevecht bij een inval in een pand dat mogelijk gebruikt werd voor het maken van bomgordels. Iets verderop, ook in het oosten, werden er explosieven gevonden bij een huiszoeking. In verband met de zoekacties in er in het gebied een uitgaansverbod ingesteld dat tot zaterdagochtend zal duren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden