Srebrenica, wat kunnen we anders doen dan herdenken

Srebrenica was een ‘vreemde, late zwarte bladzijde’ in de Europese geschiedenis. Het probleem is dat deze nog steeds niet herdacht kan worden als eerdere zwarte bladzijden: in een zekere eenstemmigheid....

Door Olaf Tempelman

'Ik ben niet meer in staat ergens in te geloven, niet meer in staat om lief te hebben. Ik heb slechts verdriet om een denkbeeldige toekomst. Ik weet zeker dat mijn vriend R. vandaag de dag een briljant wiskundige zou zijn geweest; hij zou een vrouw en twee kinderen hebben gehad. Mijn vriend S. zou makelaar zijn geworden, daarvan ben ik overtuigd. En M..., ach ik weet niet hoe het hem zou zijn vergaan. Maar dat hij een geweldig mens zou zijn geweest, daaraan twijfel ik nooit... Ik maak het waarschijnlijk allemaal te mooi. Dat gebeurt met een toekomst die alleen in je fantasie bestaat.'

Emir Suljagic was een van de mannen van Srebrenica van wie het leven na juli 1995, hij was toen twintig, verderging - hij tolkte bij de val van de enclave voor de Nederlandse VN-macht. Zijn bijdrage Het leven wat ik leid is wellicht de roerendste uit de herdenkingsbundel Srebrenica, een herinnering voor de toekomst, in het Frans, Duits, Engels en Servo-Kroatisch uitgegeven door de Heinrich Böll Stichting. Het is precies tien jaar geleden dat Suljagic zijn vader en nagenoeg al zijn vrienden verloor en 'zij nog slechts bestaan op de uren van de dag van dat ik aan hen denk'.

De heuvels rondom Srebrenica waren tussen 11 en 18 juli 1995 het toneel van de grootste misdaad op Europese bodem na de Tweede Wereldoorlog. 7800 Is het dodental dat de Internationale Commissie voor Vermiste Personen in Sarajevo hanteert. Ongeveer vijftigduizend mensen worden maandag verwacht bij de tienjarige herdenking. Net als bij eerdere herdenkingen zullen stoffelijke overschotten van slachtoffers - die nog steeds in massagraven worden teruggevonden - tijdens de plechtigheid worden herbegraven.

'Wat kunnen we anders doen dan herdenken?' De Bosnische moslim-schrijfster Ferida Durakovic werpt een peinzende blik uit haar raam op vierhoog in Sarajevo. 'Srebrenica was een grote, erg grote gebeurtenis in negatieve zin. Achtduizend mensen werden, alleen vanwege hun etnische origine, geëxecuteerd. Ik ben er niet voor om parallellen te trekken met de holocaust. Het gevaar van parallellen is dat ze afbreuk kunnen doen aan unieke gebeurtenis. Srebrenica vond plaats aan het eind van de twintigste eeuw onder het oog van een VN-macht en praktisch onder het oog van de rest van de wereld. Laten we Srebrenica herdenken als Srebrenica: een vreemde, late zwarte bladzijde uit de Europese geschiedenis.'

Het probleem is dat Srebrenica niet herdacht kan worden als 'eerdere zwarte bladzijden': in een zekere rust en eenstemmigheid. Wellicht dat het over vijftig jaar kan. De tienjarige herdenking vindt plaats in een klimaat van spanning, controverse en verwijten. Neem alleen al de locatie van de herdenking, het vlakbij Srebrenica gelegen Potocari. Destijds was daar de basis van de VN-macht - in 1993 Canadees, in 1994-1995 Nederlands - die de moslim-enclave moest beschermen. De wijde omgeving was toen al door het Bosnisch-Servische leger van generaal Ratko Mladic etnisch gezuiverd. Na de inname van de enclave door Mladic en de aftocht van Dutchbat, ging Srebrenica op in de Republika Srpska (RS), het goeddeels van moslims ontdane oostelijke stuk van Bosnië. De internationale gemeenschap verhinderde dat dit gebied zich bij Servië aansloot. Maar tot op dag van vandaag functioneert de RS als een apart, op Servië georiënteerd Bosnisch stukje land.

Emotionele taferelen

De achtduizend politiemannen die maandag op een goed verloop van de tienjarige herdenking moeten toezien, maken stuk voor stuk deel uit van het corps van de RS. Een aanzienlijk deel van hen heeft ook dienst gedaan in het Mladic-leger. Vorig jaar al kwam het bij de negenjarige herdenking tot emotionele taferelen, toen moeders en vrouwen van geëxecuteerden onder de politie gezichten ontwaarden die ze in juli 1995 óók hadden gezien. Toen niet om hen te beschermen, maar om de afvoer van hun mannen en zonen te regelen. 'Het is hetzelfde als dat oud-kampbewakers zouden toezien op het goed verloop van een Auschwitzherdenking', schreef een krant in Sarajevo.

Een ander probleem: nogal wat Serviërs, in de RS en in Servië zelf, hebben nog steeds een ander beeld dan de Bosnische moslims van wat er in Srebrenica is gebeurd. Nog in mei jongstleden vond op de Rechtenfaculteit in Belgrado een bijeenkomst plaats onder de curieuze noemer: Herdenking van de tienjarige bevrijding van Srebrenica. Discipelen van de hoogleraar rechtsgeschiedenis Kosta Cakovski legden de aanwezigen uit dat het verhaal van de bijna achtduizend geëxecuteerde moslim-mannen een verzinsel is dat deel uitmaakt van een westers mediacomplot tegen Servië. 'Verraders' uit Servië werken daaraan mee. Een van die verraders, de Servische mensenrechtenactiviste Nastasja Kandic, die uit protest op de bijeenkomst was verschenen, werd ter plekke bespuwd .

Nochtans vertegenwoordigt Cakovski geen meerderheidsstandspunt.

De meeste Serviërs geloven vandaag de dag dat Srebrenica een van de misdaden was waaraan alle partijen in de Bosnische oorlog, Serviërs, Kroaten én moslims, zich hebben schuldig gemaakt. Dat is ook min of meer het standpunt van Servische president Boris Tadic. Hij heeft onlangs Srebrenica als een grote misdaad erkend. Kort daarna nam hij het besluit als eerste Servische staatshoofd in de geschiedenis de Srebrenica-herdenking bij te wonen. Maar, zei hij erbij, de andere partijen hebben ook misdaden gepleegd tegen Serviërs, het is niet fair als alleen wij ons moeten verontschuldigen.

Het is mede daarom dat Tadic' besluit maandag naar Srebrenica te komen onder Bosnische moslims beroering heeft gewekt. Hatidza Mehmedovic, hoofd van de Moeders van Srebrenica, heeft aankondigd alles te zullen doen om Tadic' toegang tot de herdenking te verhinderen. 'Eerst neemt iemand je kind af, hij ontdekt dat dit zijn reputatie geen goed doet en vervolgens zegt hij: sorry.'

'Tadic is niet welkom, omdat noch hij, noch enig ander Servisch politicus tien jaar na dato erkent dat de genocide van Srebrenica voortvloeide uit een door de Servische staat beraamd plan', zegt de Bosnische moslim-intellectueel Ruzmir Mahmutcehajic, hoofd van het Internationale Forum Bosnië. 'Uiteraard hebben moslims ook misdaden gepleegd tegen Serviërs. Maar die werden pas begaan nadat zij zich geconfronteerd zagen met massieve Servische en Kroatische agressie. Zij constateerden dat niemand hen te hulp kwam en er niets anders op zat dan hun cultuur met wapens te verdedigen om te redden wat er te redden viel.'

'In Servië en Kroatië wordt de Bosnische oorlog een burgeroorlog genoemd. Veel westerlingen doen dat ook. Dat is niet zonder logica. Het idee van drie irrationele Balkan-volkeren die elkaar afslachtten is veel draagbaarder dan agressie van twee gewone Europese volkeren tegen een ander gewoon Europees volk. Maar de Bosnische oorlog was geen irrationele burgeroorlog, althans niet in de eerste fase. Zij vloeide voort uit een rationeel, door de Servische en Kroatische staten samen beraamd plan Bosnië op te delen. Tadic erkent nu dat individuele Serviërs in Srebrenica op de grond misdaden hebben begaan. Maar de Servische staat blijft buiten schot. En als een moedige representante van de Servische natie onlangs de wereld geen schokkende beelden had laten zien van de betrokkenheid van de Servische staat bij Srebrenica, had Tadic zich geenszins verplicht gevoeld naar de tienjarige herdenking te komen.'

Die moedige respresentante was Nastasja Kandic, het hoofd van het Belgradose Centrum voor de Mensenrechten, een kleine, tengere, kettingrokende vrouw, dezelfde die op 'herdenking van de tienjarige bevrijding van Srebrenica' werd bespuwd. Zij achterhaalde een videoband waarop te zien is hoe paramilitairen in dienst van het Servische ministerie van Binnenlandse Zaken in de heuvels rond Srebrenica zes moslim-mannen executeren. De verklaring van Tadic de tienjarige herdenking van Srebrenica te gaan bijwonen, kwam kort nadat de video overal reacties van afschuw had veroorzaakt. Een verband wordt vermoed.

Tribunaal

In Srebrenica, een herinnering voor de toekomst schrijft Kandic naar de beelden te hebben gezocht om te voorkomen dat Milosevic nog langer tegen het Tribunaal liegt dat Srebrenica geheel op het conto komt van Mladic, dat hij er zelf over moest lezen in de krant.

Toen Kandic de beelden aanbood aan de Servische staatstelevisie RTS, reageerde directeur Aleksandar Tijanic: 'Het probleem met deze video is dat je maar één partij ziet.' Haar antwoord: 'Je ziet toch beide partijen!' Vorige week werd Kandic in een discussie op de RTS van diverse kanten aangevallen. 'Waarom houdt u zich steeds bezig met een misdaad tegen moslims en niet met misdaden tegen Serviërs?' Kandic: 'Omdat Srebrenica in deze oorlog de misdaad der misdaden was.' Een aanzienlijk aantal Serviërs beschouwt Kandic anno 2005 als het geweten; een vrouw waar Servië echt trots op kan zijn. Minstens even aanzienlijk is nog steeds het segment dat haar naam associeert met 'verraad'. Zij is herhaaldelijk met de dood bedreigd.

Wie een lyrische biografie zoekt van Radovan Karadzic - de man die in maart 1995 de officiële order gaf tot de inname van Srebrenica - kan terecht bij praktisch alle boekenstalletjes. Naar boeken over Srebrenica zoek je daar vooralsnog tevergeefs. Daarvoor moet je naar de kantoren van de Servische non-gouvernementele organisaties (NGO's), het Centrum voor de Mensenrechten van Kandic of de Kring van Belgrado van Obrad Savic.

'De NGO's voeren in Servië praktisch in hun eentje het gevecht om de genocide van Srebrenica algemeen aanvaard te krijgen', zegt Savic. 'We hebben geen politieke representanten. We trachten de politiek onder druk te zetten.' In mei dienden de gemeenschappelijke Servische NGO's bij het parlement een verklaring in ten langen leste verantwoordelijkheid te nemen voor Srebrenica. Zij trokken daarbij de parallel met Nederland, waar Srebrenica - zij het met pijn, moeite én zeven jaar vertraging - tot het aftreden van een kabinet en een parlementaire enquête leidde. 'En laten we niet uit het oog verliezen dat Nederlandse soldaten slechts faalden de genocide te voorkomen, en dat het Servische soldaten waren die de genocide pleegden.'

Het Servische parlement heeft de verklaring nog niet aangenomen. In plaats daarvan stelden parlementariërs van de partij van premier Kostunica, samen met de ultranationalisten van de aan het Tribunaal uitgeleverde Seselj, een verzoek op aan president Tadic zich maandag op de Srebrenica-herdenking onder geen beding voor genocide te verontschuldigen.

Obrad Savic steekt zijn zoveelste sigaret op en zucht diep. Buitenlandse journalisten die hem interviewen, krijgen van representanten van de Servische diaspora in hun landen steevast brieven dat zij 'verraders' voor het voetlicht halen. Hetzelfde gebeurt na interviews met Natasja Kandic, Sonja Biserko en andere kopstukken uit de Belgradose non-gouvernementele wereld.

'Nationalisten zijn politiek en cultureel dominant gebleven', zegt Savic. 'Het verschil met vroeger is dat zij zich thans bedienen van slachtofferschap: Het arme Servië kon er allemaal niets aan doen, het is verarmd en verpauperd door een boze buitenwereld. Neem onze nationale literator Dobrica Cosic, de aartsvader van de hele stroming. Hij stond in de jaren tachtig aan de wieg van de nationalistische 'renaissance' en bereidde daarmee de weg voor Milosevic -geen nationalist, maar gewoon een opportunistisch politicus die zijn kansen zag. Tegenwoordig schrijft Cosic dat Milosevic het Servische belang heeft verkwanseld. Servische misdaden worden op poëtische wijze vergoelijkt. Uiteraard behoort het woord 'Srebrenica' niet tot zijn vocabulaire .'

'In de orthodoxe kerk wordt het verleden vergoelijkt door de machtige aartsbisschop Amphilogije, die Mladic en Karadzic nog steeds goede zonen van het Servische volk noemt . Op politiek niveau is Kostunica - die Karadzic en Mladic nog steunde toen Milosevic hen allang was afgevallen - de belangrijkste uitdrager van het Servische slachtofferschap. Kostunica's boodschap aan de kiezers is: We lijden thans allemaal onder de gevolgen van het rampzalig anti-Servische beleid van Milosevic en de internationale gemeenschap.'

Politieke logica

Gespeend van politieke logica is het allemaal niet. Savic: 'Waar stem je op? Op een politicus die je vertelt dat je een hoop verkeerd hebt gedaan, of een politicus die zegt dat je er allemaal niets aan kon doen? Dat werkt hier niet anders dan elders op de wereld. Je wint geen verkiezingen door mensen aan te spreken op Srebrenica.

'Het is een langzaam en moeilijk gevecht om een opening te forceren', zegt Natasja Kandic. 'Maar ik heb zelf kunnen constateren dat mensen uit alle lagen van de Servisch bevolking die enigszins waarheidsgetrouw over Srebrenica geïnformeerd waren, schaamte voelden en Mladic geen held meer noemden, maar een misdadiger.'

'De blokkades worden hier opgeworpen van bovenaf, door een politiek-culturele stroming die Servië belangrijker vindt dan de waarheid', zegt schrijver Sreten Ugricic. 'Een van de discipelen van Dobrica Cosic heeft dat letterlijk zo gezegd: als ik mag kiezen tussen Servië en de waarheid, dan kies ik voor Servië. Daarnaast is slachtofferschap psychologisch gewoon enorm aantrekkelijk in een land dat door drie verloren oorlogen en VN-sancties zwaar is verpauperd en met honderdduizenden vluchtelingen is overspoeld. Een slachtoffer heeft als belangrijkste kenmerk dat het zich moreel schoon voelt. De paradox die er bij mensen moeilijk in gaat, is dat een dader

een slachtoffer kan worden en een slachtoffer een dader.'

Sarajevo, hoofdstad van Bosnië, vroeger multi-etnisch, vandaag de dag voor meer dan 90 procent bewoond door moslims.

Fin-de-siècle-panden en titoïstische flats dragen hun kogelgaten uit de jaren 1992-1995 nog steeds als pokken. Op de straathoeken hangen bordjes met namen van moslims die op die plekken door vuur van Servische scherpschutters uit de heuvels de dood vonden. De bordjes zijn opgehangen op initiatief van de Partij van de Democratische Actie (SDA) van wijlen Alija Izetbegovic, president tijdens de oorlogsjaren. Tien jaar na de einde van de oorlog is de partij nog steeds de dominante kracht in moslim-gebied.

Moslim Ugo Vlaisavljevic, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Sarajevo, ziet het met het lede ogen aan. 'De bordjes op de straathoeken hebben het cultiveren van slachtofferschap en daarmee het smeden van een collectieve identiteit tot doel. Alle drie de partijen uit de Bosnische oorlog doen dat. Wellicht hebben moslims de meeste reden zich slachtoffer te voelen. Maar het cultiveren van collectief slachtofferschap werkt bewustzijnsvernauwend, belemmert het herstel van de multi-etnische maatschappij en een dialoog over hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren. Het drama van Srebrenica is - net als Servische beleg van Sarajevo - voor politici die aan een gesloten samenleving metselen heel bruikbaar. 'Srebrenica is hier een gevaarlijk begrip als het wordt gehanteerd door politici.'

Waar politici in Belgrado Srebrenica het liefst verzwijgen, daar noemen politici in Sarajevo, meestal van de SDA, Srebrenica veel en vaak in een context waarin dat niet gepast is, zegt moslim Muhamed Filipovic, vice-president van de Bosnische Academie voor Wetenschappen.

'De SDA heeft het drama van Srebrenica als het ware geannexeerd. Alleen haar politici hebben het 'morele recht' erover te praten. De SDA werd opgericht in 1990. Zij was toen weliswaar een partij voor Bosnische moslims, maar geenszins een partij die naar scheiding van de bevolkingsgroepen en een Bosnische moslimstaat streefde. Dat zou ook absurd zijn geweest. Bosnië had een eeuwenoude, diepgewortelde multiculturele traditie. Moslims woonden op 93 procent van het Bosnische grondgebied, Serviërs op 80 procent, Kroaten op 68 procent. Maar toen Servië en Kroatië aan de gewelddadige opdeling van Bosnië begonnen, dreef de SDA af in dezelfde richting. In feite was dat de ultieme triomf van de Servische en Kroatische nationalisten: moslim-politici namen hun ideeën en methodes over.'

'Er is sprake van heimelijk, onuitgesproken bondgenootschap tussen de SDA, de Servische SDS - vroeger de partij van Karadzic - en de Kroatische HDZ. Alle drie hebben ze een gemeenschappelijk doel: de handhaving van de huidige status quo van etnische gescheidenheid. Alledrie hebben ze een gemeenschappelijke vijand: de multietnische, voor openheid en dialoog pleitende Bosnische partijen en NGO's. In die strijd gebruikt de SDA Srebrenica op schaamteloze wijze: wie in plaats van op de SDA op een multi-etnische partij stemt, heeft geen respect voor de slachtoffers van Srebrenica. Politici van de partij zetten zich in voor het herbegraven van slachtoffers. Maar ze doen niets om hun nabestaanden een nieuwe toekomst te bieden. Dit is voor mij onacceptabel. Het mag niet zo zijn dat onze spirituele staat er een is van permanente verbittering en ressentiment.'

Cultureel niveau

Moslim-schrijfster Ferida Durakovic ziet 'de annexatie van Srebrenica' ook terug op cultureel niveau. 'Het is een stroming die op een verkeerde manier munt probeert te slaan uit het drama. De boodschap is: alleen wij zijn de echte culturele representanten van de natie van de slachtoffers. Neem een schrijver als Dzemo Latic: Srebrenica is van hem. Ik verraad de slachtoffers als ik niet op de SDA stem, hetzelfde doe ik als ik er andere culturele opvattingen op nahoud dan Latic.'

Op deze manier manier mogen we er niet mee omgaan, zegt zij. 'Een drama dat ontstond door uitsluiting, mag niet worden gebruikt om een gesloten maatschappelijk klimaat te handhaven. Niemand heeft het alleenrecht op Srebrenica. Het is niet van de Bosnische moslims, de natie van de slachtoffers. Het is niet van de Serviërs, de natie van de daders. En het is ook niet van de Nederlanders, de natie van de soldaten die faalden het te voorkomen. Srebrenica gaat ons allemaal aan. Het vertelt ons waartoe mensen in staat zijn als bepaalde dingen op ongunstige wijze samenkomen. Laten we bij de tienjarige herdenking luisteren naar de nabestaanden en openstaan voor hun leed. Zij zijn de enigen die je niet van bijbedoelingen hoeft te verdenken.'

Emir Suljagic deed er na zijn vlucht in 1995 jaren over de reis naar Srebrenica weer te ondernemen. 'Ik ga er niet graag naartoe. Maar telkens als ik ga, word ik overvallen door een soort jongensachtige opwinding, alsof ik thuiskom. Maar als ik er eenmaal ben, realiseer ik me dat dit thuis is afgebrand, onherroepelijk verwoest. En elke keer als ik terugkom, zie ik waar mijn herinnering hen heeft achtergelaten. A. die rondhangt op de markt, met zijn benen zwaaiend terwijl hij op een betonnen blok zit; S. die basketbal speelt op het plein van de middelbare school. M. die weer wanhoopt en ons vertelt dat we allemaal gedood zullen worden, en wij die teruglachen. N. die vanaf het balkon van zijn huis zijn laatste gedicht voorleest. Tien jaar zijn verstreken. En ik mis ze meer dan ooit.' Wie een lyrische biografie zoekt van Radovan Karadzic – de man die in maart 1995 de officiële order gaf tot de inname van Srebrenica – kan terecht bij praktisch alle boekenstalletjes. Naar boeken over Srebrenica zoek je daar vooralsnog tevergeefs. Daarvoor moet je naar de kantoren van de Servische non-gouvernementele organisaties (NGO’s), het Centrum voor de Mensenrechten van Kandic of de Kring van Belgrado van Obrad Savic. ‘De NGO’s voeren in Servië praktisch in hun eentje het gevecht om de genocide van Srebrenica algemeen aanvaard te krijgen’, zegt Savic. ‘We hebben geen politieke representanten. We trachten de politiek onder druk te zetten.’ In mei dienden de gemeenschappelijke Servische NGO’s bij het parlement een verklaring in ten langen leste verantwoordelijkheid te nemen voor Srebrenica . Zij trokken daarbij de parallel met Nederland, waar Srebrenica – zij het met pijn, moeite én zeven jaar vertraging – tot het aftreden van een kabinet en een parlementaire enquête leidde. ‘En laten we niet uit het oog verliezen dat Nederlandse soldaten slechts faalden de genocide te voorkomen, en dat het Servische soldaten waren die de genocide pleegden.’

Het Servische parlement heeft de verklaring nog niet aangenomen. In plaats daarvan stelden parlementariërs van de partij van premier Kostunica, samen met de ultranationalisten van de aan het Tribunaal uitgeleverde Seselj, een verzoek op aan president Tadic zich maandag op de Srebrenica -herdenking onder geen beding voor genocide te verontschuldigen.

Obrad Savic steekt zijn zoveelste sigaret op en zucht diep. Buitenlandse journalisten die hem interviewen, krijgen van representanten van de Servische diaspora in hun landen steevast brieven dat zij ‘verraders’ voor het voetlicht halen. Hetzelfde gebeurt na interviews met Natasja Kandic, Sonja Biserko en andere kopstukken uit de Belgradose non-gouvernementele wereld.

‘Nationalisten zijn politiek en cultureel dominant gebleven’, zegt Savic. ‘Het verschil met vroeger is dat zij zich thans bedienen van slachtofferschap: Het arme Servië kon er allemaal niets aan doen, het is verarmd en verpauperd door een boze buitenwereld. Neem onze nationale literator Dobrica Cosic, de aartsvader van de hele stroming. Hij stond in de jaren tachtig aan de wieg van de nationalistische ‘renaissance’ en bereidde daarmee de weg voor Milosevic - geen nationalist, maar gewoon een opportunistisch politicus die zijn kansen zag. Tegenwoordig schrijft Cosic dat Milosevic het Servische belang heeft verkwanseld. Servische misdaden worden op poëtische wijze vergoelijkt. Uiteraard behoort het woord ‘ Srebrenica ’ niet tot zijn vocabulaire.’

‘In de orthodoxe kerk wordt het verleden vergoelijkt door de machtige aartsbisschop Amphilogije, die Mladic en Karadzic nog steeds goede zonen van het Servische volk noemt . Op politiek niveau is Kostunica – die Karadzic en Mladic nog steunde toen Milosevic hen allang was afgevallen – de belangrijkste uitdrager van het Servische slachtofferschap. Kostunica’s boodschap aan de kiezers is: We lijden thans allemaal onder de gevolgen van het rampzalig anti-Servische beleid van Milosevic en de internationale gemeenschap.’

Politieke logica

Gespeend van politieke logica is het allemaal niet. Savic: ‘Waar stem je op? Op een politicus die je vertelt dat je een hoop verkeerd hebt gedaan, of een politicus die zegt dat je er allemaal niets aan kon doen? Dat werkt hier niet anders dan elders op de wereld. Je wint geen verkiezingen door mensen aan te spreken op Srebrenica . ‘Het is een langzaam en moeilijk gevecht om een opening te forceren’, zegt Natasja Kandic. ‘Maar ik heb zelf kunnen constateren dat mensen uit alle lagen van de Servisch bevolking die enigszins waarheidsgetrouw over Srebrenica geïnformeerd waren, schaamte voelden en Mladic geen held meer noemden, maar een misdadiger.’ ‘De blokkades worden hier opgeworpen van bovenaf, door een politiek-culturele stroming die Servië belangrijker vindt dan de waarheid’, zegt schrijver Sreten Ugricic. ‘Een van de discipelen van Dobrica Cosic heeft dat letterlijk zo gezegd: als ik mag kiezen tussen Servië en de waarheid, dan kies ik voor Servië. Daarnaast is slachtofferschap psychologisch gewoon enorm aantrekkelijk in een land dat door drie verloren oorlogen en VN-sancties zwaar is verpauperd en met honderdduizenden vluchtelingen is overspoeld. Een slachtoffer heeft als belangrijkste kenmerk dat het zich moreel schoon voelt. De paradox die er bij mensen moeilijk in gaat, is dat een dader een slachtoffer kan worden en een slachtoffer een dader.’

Sarajevo, hoofdstad van Bosnië, vroeger multi-etnisch, vandaag de dag voor meer dan 90 procent bewoond door moslims. Fin-de-siècle-panden en titoïstische flats dragen hun kogelgaten uit de jaren 1992-1995 nog steeds als pokken. Op de straathoeken hangen bordjes met namen van moslims die op die plekken door vuur van Servische scherpschutters uit de heuvels de dood vonden. De bordjes zijn opgehangen op initiatief van de Partij van de Democratische Actie (SDA) van wijlen Alija Izetbegovic, president tijdens de oorlogsjaren. Tien jaar na de einde van de oorlog is de partij nog steeds de dominante kracht in moslim-gebied.

Moslim Ugo Vlaisavljevic, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Sarajevo, ziet het met het lede ogen aan. ‘De bordjes op de straathoeken hebben het cultiveren van slachtofferschap en daarmee het smeden van een collectieve identiteit tot doel. Alle drie de partijen uit de Bosnische oorlog doen dat. Wellicht hebben moslims de meeste reden zich slachtoffer te voelen. Maar het cultiveren van collectief slachtofferschap werkt bewustzijnsvernauwend, belemmert het herstel van de multi-etnische maatschappij en een dialoog over hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren. Het drama van Srebrenica is – net als Servische beleg van Sarajevo – voor politici die aan een gesloten samenleving metselen heel bruikbaar. ‘ Srebrenica is hier een gevaarlijk begrip als het wordt gehanteerd door politici.’ Waar politici in Belgrado Srebrenica het liefst verzwijgen, daar noemen politici in Sarajevo, meestal van de SDA, Srebrenica veel en vaak in een context waarin dat niet gepast is, zegt moslim Muhamed Filipovic, vice-president van de Bosnische Academie voor Wetenschappen.

‘De SDA heeft het drama van Srebrenica als het ware geannexeerd. Alleen haar politici hebben het ‘morele recht’ erover te praten. De SDA werd opgericht in 1990. Zij was toen weliswaar een partij voor Bosnische moslims, maar geenszins een partij die naar scheiding van de bevolkingsgroepen en een Bosnische moslim-staat streefde. Dat zou ook absurd zijn geweest. Bosnië had een eeuwenoude, diepgewortelde multi-culturele traditie. Moslims woonden op 93 procent van het Bosnische grondgebied, Serviërs op 80 procent, Kroaten op 68 procent. Maar toen Servië en Kroatië aan de gewelddadige opdeling van Bosnië begonnen, dreef de SDA af in dezelfde richting. In feite was dat de ultieme triomf van de Servische en Kroatische nationalisten: moslim-politici namen hun ideeën en methodes over.’ ‘Er is sprake van heimelijk, onuitgesproken bondgenootschap tussen de SDA, de Servische SDS – vroeger de partij van Karadzic – en de Kroatische HDZ. Alle drie hebben ze een gemeenschappelijk doel: de handhaving van de huidige status quo van etnische gescheidenheid. Alledrie hebben ze een gemeenschappelijke vijand: de multi-etnische, voor openheid en dialoog pleitende Bosnische partijen en NGO’s. In die strijd gebruikt de SDA Srebrenica op schaamteloze wijze: wie in plaats van op de SDA op een multi-etnische partij stemt, heeft geen respect voor de slachtoffers van Srebrenica . Politici van de partij zetten zich in voor het herbegraven van slachtoffers. Maar ze doen niets om hun nabestaanden een nieuwe toekomst te bieden. Dit is voor mij onacceptabel. Het mag niet zo zijn dat onze spirituele staat er een is van permanente verbittering en ressentiment.’

Cultureel niveau

Moslim-schrijfster Ferida Durakovic ziet ‘de annexatie van Srebrenica ’ ook terug op cultureel niveau. ‘Het is een stroming die op een verkeerde manier munt probeert te slaan uit het drama. De boodschap is: alleen wij zijn de echte culturele representanten van de natie van de slachtoffers. Neem een schrijver als Dzemo Latic: Srebrenica is van hem. Ik verraad de slachtoffers als ik niet op de SDA stem, hetzelfde doe ik als ik er andere culturele opvattingen op nahoud dan Latic.’

Op deze manier manier mogen we er niet mee omgaan, zegt zij. ‘Een drama dat ontstond door uitsluiting, mag niet worden gebruikt om een gesloten maatschappelijk klimaat te handhaven. Niemand heeft het alleenrecht op Srebrenica . Het is niet van de Bosnische moslims, de natie van de slachtoffers. Het is niet van de Serviërs, de natie van de daders. En het is ook niet van de Nederlanders, de natie van de soldaten die faalden het te voorkomen. Srebrenica gaat ons allemaal aan. Het vertelt ons waartoe mensen in staat zijn als bepaalde dingen op ongunstige wijze samenkomen. Laten we bij de tienjarige herdenking luisteren naar de nabestaanden en openstaan voor hun leed. Zij zijn de enigen die je niet van bijbedoelingen hoeft te verdenken.’

Emir Suljagic deed er na zijn vlucht in 1995 jaren over de reis naar Srebrenica weer te ondernemen. ‘Ik ga er niet graag naartoe. Maar telkens als ik ga, word ik overvallen door een soort jongensachtige opwinding, alsof ik thuiskom. Maar als ik er eenmaal ben, realiseer ik me dat dit thuis is afgebrand, onherroepelijk verwoest. En elke keer als ik terugkom, zie ik waar mijn herinnering hen heeft achtergelaten. A. die rondhangt op de markt, met zijn benen zwaaiend terwijl hij op een betonnen blok zit; S. die basketbal speelt op het plein van de middelbare school. M. die weer wanhoopt en ons vertelt dat we allemaal gedood zullen worden, en wij die teruglachen. N. die vanaf het balkon van zijn huis zijn laatste gedicht voorleest. Tien jaar zijn verstreken. En ik mis ze meer dan ooit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden