Srebrenica, Holocaust, slavernij, Rawagede: heel veel spijt, weinig excuses

Eens in de paar jaar duikt het vraagstuk weer op: moet Nederland niet eens excuses aanbieden voor historische fouten uit het verleden. De Nederlandse rol bij Srebrenica, de terughoudende houding van Nederlandse ambtenaren tijdens de Holocaust, het slavernijverleden of de slachting in het Indonesische dorp Rawagede.

De Nederlandse ambassadeur in Jakarta, Tjeerd de Zwaan, legt bloemen neer bij een begraafplaats. Hij heeft namens Nederland excuses aangeboden voor het bloedbad dat Nederlandse militairen in 1947 in het dorpje Rawagede op Java aanrichtten. De Zwaan sprak in de Indonesische en in de Engelse taal voor het monument dat herinnert aan de slachting in het dorpje dat tegenwoordig Balongsari heet.Beeld anp

Meestal komt Nederland niet verder dan het betuigen van spijt, en dat is weer iets anders dan het maken van excuses. Want bij excuses dreigen schadeclaims, bij spijt niet.

Als Nederland al excuses aanbiedt, is dat pas na een lang traject. Zoals bij de excuses voor de oorlogsmisdaden in Rawagede.

Rawagede
Op 9 december 1947 vielen Nederlandse militairen de kampong Rawagede op Java binnen. Honderden mannen werden standrechtelijk geëxecuteerd, ook gevangenen en vluchtelingen. Internationaal werd het bloedbad scherp veroordeeld als een oorlogsmisdaad. De VN noemde de actie 'opzettelijk en meedogenloos'. De daders werden nooit strafrechtelijk vervolgd. In 1949 betuigde de Nederlandse staat spijt, maar tot juni vorig jaar werden, mede uit angst voor schadeclaims, officiële excuses zorgvuldig vermeden.

Toen een rechtbank bepaalde dat de Nederlandse staat tot op de dag vandaag verantwoordelijk was voor de slachting, kwam er pas schot in de zaak. De Nederlandse staat trof een schikking met de nabestaanden van Rawagede; de weduwen kregen een schadevergoeding, en excuses werden gemaakt.

Srebrenica
Zo ver wil Nederland in bijvoorbeeld het geval Srebrenica nog niet gaan. De regering weigert vooralsnog excuses aan te bieden voor de dood van drie moslims die tijdens de val van de Bosnische enclave Srebrenica in 1995 vergeefs bescherming zochten bij Nederlandse VN-militairen. Zolang de kwestie nog 'onder de rechter' is, onthoudt het kabinet zich van een reactie jegens de nabestaanden.

Afgelopen zomer stelde het gerechtshof in Den Haag de Staat der Nederlanden aansprakelijk voor de moord op drie moslims door Bosnische Serviërs, in een rechtszaak die was aangespannen door hun familieleden. Hasan Nuhanovic, tolk bij Dutchbath III, en de nabestaanden van Rizo Mustafic, elektricien in dienst van de Nederlandse blauwhelmen, hadden de staat voor de rechter gedaagd. Ze eisten genoegdoening, in de vorm van een schadevergoeding. Nuhanovic verloor zijn broer en zijn vader tijdens de moord op circa zevenduizend moslims, die volgde op de val van Srebrenica. Maar volgens de ministers Rosenthal en Hillen is er nog geen sprake van een ultiem vonnis.

Op de vraag of de regering excuses wil maken, verwijzen Rosenthal en Hillen naar oud-premier Wim Kok, die in 2002 met zijn hele kabinet ontslag nam omwille van 'Srebrenica'. Kok zei toen: 'Nederland neemt nadrukkelijk niet de schuld op zich voor de gruwelijke moord op duizenden Bosnische moslims. Wél wordt op deze wijze de politieke verantwoordelijkheid van Nederland voor de situatie waarin dit kon gebeuren zichtbaar gemaakt.' Volgens Rosenthal en Hillen gelden deze woorden ook voor het kabinet-Rutte.

Holocaust
En onlangs werd het kabinet onverwacht geconfronteerd met de vraag excuses aan te bieden voor de deportatie van Joden in de Tweede Wereldoorlog. PVV-leider Wilders laakte de passieve houding van de regering-in-ballingschap in Londen, onder koningin Wilhelmina. 'Het lijkt gepast dat de regering daar nu op zijn minst alsnog verontschuldigingen voor aanbiedt.' Wilders heeft hier Kamervragen over gesteld. Het kabinet heeft daar nog niet op gereageerd.

Ook Els Borst, vicepremier in het tweede kabinet Kok zou het goed vinden als premier Mark Rutte op een geschikt moment verontschuldigingen aanbiedt. Ze was aangenaam verrast door de oproep van de PVV. 'Ben ik het voor het eerst van mijn leven met Geert Wilders eens.'

Borst was vicepremier in het tweede paarse kabinet onder leiding van premier Wim Kok dat in januari 2000 erkende dat de Nederlandse overheid tekort was geschoten bij de opvang van Joden na de oorlog. Er was sprake van een 'kille ontvangst en gebrek aan begrip voor hen die terugkwamen uit de kampen', zei Kok toen.

Het toenmalige kabinet van PvdA, VVD en D66 besloot in maart van dat jaar in totaal 680 miljoen gulden beschikbaar te stellen voor oorlogsslachtoffers, waarvan 400 miljoen voor de Joodse gemeenschap.

In 2005 omschreef toenmalig premier Balkenende in Jeruzalem de houding van veel Nederlanders tegenover de Joodse gemeenschap tijdens de Duitse bezetting met de woorden 'onverschilligheid, kilheid en verraad'. De deportatie van de Nederlandse Joden benoemde hij als 'een pikzwart hoofdstuk in de historie van mijn land'.

Balkenende toen: 'Tot onze schaamte was het de Tweede Wereldoorlog en de shoah die ons Europeanen leerden dat er universele waarden zijn die we nooit mogen opgeven. Vrijheid. En respect voor de menselijke waardigheid. Gelijkheid en solidariteit.'

De premier vond dat hij met deze woorden een diepe buiging heeft gemaakt naar de geschiedenis en de houding van Nederlanders tegenover de joodse gemeenschap tijdens de bezetting. Maar tot officiële excuses kwam het niet.

Het was niet de eerste keer dat namens de Nederlandse overheid kritisch is omgekeken naar de bezettingsjaren. In 1995 hield koningin Beatrix een historische toespraak voor de Knesset, het Israëlische parlement. Zij zette daar het beeld recht dat Nederlanders zich tijdens het nazibewind in groten getale moedig hadden verzet. Ze noemde Nederlanders die zich tijdens de oorlog hadden ingezet voor hun joodse landgenoten 'uitzonderingen'.

Op 5 mei van dat jaar zei koningin Beatrix in de Ridderzaal dat de bezinning op de holocaust 'ons' moet vervullen met 'een diep gevoel van schaamte'. 'Voor een juiste beeldvorming kan niet worden verhuld dat naast moedig optreden ook passief gedrag en actieve steun aan de bezetter zijn voorgekomen', aldus de koningin.

Slavernij
Ook voor het slavernijverleden heeft Nederland nooit excuses gemaakt. In 2008 werd die kwestie weer actueel toen premier Balkenende Suriname bezocht. Bij dat bezoek verwees Balkenende naar eerdere spijtbetuigingen van de Nederlandse overheid.

In 2001 sprak toenmalig minister van Grotesteden- en Integratiebeleid Roger van Boxtel op een VN-antiracismetop 'diepe spijt' uit over de slavernij en de slavenhandel. Van Boxtel zei in zijn toespraak dat Nederland 'het grote onrecht uit het verleden erkent'.

Maar dat was geen excuus om niets te doen, aldus Van Boxtel toen. Er waren 'structurele maatregelen' nodig voor de nazaten van de slaven.

Van Boxtel wilde in het excuus een stap verder gaan dan wat de Europese Unie had afgesproken. In een EU-verklaring was sprake van 'spijt'. De minister had het over 'deep remorse', wat hij vertaalde als 'een diepe spijtbetuiging, neigend naar berouw'. De woorden gaan volgens hem nadrukkelijk over het Nederlandse verleden, niet over slavernij in het algemeen.

Vrouwen rouwen op een begraafplaats in de buurt van Srebrenica, 16 jaar naar de moord op duizenden moslims.Beeld ap
Het Yad Vashem Holocaust Memorial Museum in IsraëlBeeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden