Springvloed en volle maan

Het was wel niet een herhaling van de door God gezonden zondvloed, en er lag geen ark van Noach, maar er was wel degelijk sprake van héél veel water....

Laura Padt

J. ter Pelkwijk, 'meester in de vrije kunsten, en doctor in de rechten en filosofie', woonachtig te Zwolle, schreef onmiddellijk een 'verslag' om geld in te zamelen. De Stichting IJsselacademie heeft dit oude verslag: Overijssels Watersnood, nu opnieuw op de markt gebracht.

Het is een mooie heruitgave. Naast het verhaal van Ter Pelkwijk biedt de publicatie op een los vel de oorspronkelijke kaart van het overstroomde gebied, zoals die er toen ook bijgevoegd zat. En er is nóg een apart vel, met de tekst van de toen geschreven treurzang: 'Allerdroevigst tafereel wegens de Overstrooming', te zingen op de wijs van: 'Hoe ijdel is de Mensch'. Ook de oorspronkelijke 'intekenlijst' is opgenomen waarop aanduidingen als: 'Baron van Pallandt, lid der Ged. Staten van Noord-Holland, 2 Exempl.'

Ter Pelkwijk verschaft de lezer een consciëntieus verslag van de rampzalige toestand in 26 Overijsselse gemeenten in die bewuste nacht. Filosoof zijnde begint hij zijn verhaal met de algemene observatie dat het nergens op de aardbol 'alleen maar goed' is, vanwege de geaardheid van dit ondermaanse: alles bestaat hier in polariteit. En dat is eigenlijk maar goed ook: alleen maar voorspoed leidt tot verderf. Juist door die afwisseling van geluk en ongeluk kan de mens erkennen dat de 'Goddelijke liefde zoo wel in het eene als andere zigtbaar is'. De toon is gezet.

De 'ramp' loog er niet om: 305 mensen vonden in dat relatief kleine gebied die nacht de dood; meer dan zeventienduizend beesten verdronken; er spoelden 574 gebouwen weg en 2284 gebouwen werden beschadigd of totaal onbewoonbaar. Het verslag is er dan ook een van verlies en verdriet in de 26 gemeenten. Zoals bijvoorbeeld in Zwollekerspel, waar Arend Hendrik Arends moest meemaken '4 zijner dierbaarste betrekkingen jammerlijk te zien verdrinken'. Maar 'Jannes Ruiter, zijne vrouw en twaalf andere personen, werden behouden door de wonderbare schikkingen der Voorzienigheid'.

Ter Pelkwijk eindigt zijn boeiend relaas met een mogelijke reeks van oorzaken voor dergelijke rampen: maanstanden en springvloed in combinatie met verzwakte dijken, want door langdurige regenval met water verzadigd. Maar deemoedig merkt hij tot slot op dat 'zelfs de geleerdste Natuuronderzoekers nog zeer weinig van dezelve kennen en wij steeds met JOB behooren uit te roepen: Ziet God is groot, en wij begrijpen het niet'.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden