Springen

Wat ontzéttend jammer dat het niet 800 jaar geleden is!' Met deze tekst kwam mijn vader afgelopen woensdag, 12-12-12, op de 3de verjaardag van mijn zoon. Het was inderdaad jammer dat het niet 1212 was, maar voor de rest was het een prachtige dag. In 1212 bestonden er ook nog geen ondergrondse speeltuinen, dus wat mijn zoon en ik in 1212 op zijn verjaardag hadden moeten doen, is mij een raadsel.

Want we gingen naar de ondergrondse speeltuin. Met zijn tweeën. Op zijn verjaardag. Tussen de ochtendtaart met familie en de avondpizza met familie gingen wij, moeder en zoon, naar de ondergrondse speeltuin. Elk jaar eis ik mijn zoon een paar uur op tijdens zijn verjaardag, net zoals ik hem al op de eerste dag van zijn leven opeiste, hem door de verpleegster naast me in het ziekenhuisbed liet leggen en 24 uur lang verbaasd naar hem keek.

De ondergrondse speeltuin is een bekende instelling in Amsterdam: een verlaten, nogal koude verkeerstunnel waarin speeltoestellen, een springkasteel en een worstenkraam zijn neergezet. Als Amsterdamse ouder hoor je een hekel te hebben aan de ondergrondse speeltuin en er nukkig met je kinderen heen te gaan. Terwijl de kinderen uitzinnig spelen, lezen de ouders aan ondergrondse picknicktafels humeurig de NRC, met wat lauwe koffie erbij.

Maar ik vind de ondergrondse speeltuin leuk. Ik vind het springkasteel leuk, ik vind het leuk om onder de grond op sokken te lopen (want dat moet) en ik vind het leuk als tram 9 over mijn hoofd dendert.

En ik vind het het leukste om dat met mijn zoon samen te doen en om woedend te worden op andere 3-jarigen die ballen uit de ballenbak tegen zijn hoofd gooien. Ik geloof niet in ouders die de kinderen van anderen voorzichtig bejegenen. Ik ga als een tijgerin tussen mijn kind en die kinderen in de ballenbak staan. 'Jij gooit ballen naar mijn zoontje en dat vind ik helemaal niet leuk! En als jij dat nog een keer doet, word ik heel erg boos op jou!' Ergens zie ik dan wel een vermoeide moeder even van haar NRC opkijken, maar ik trek me daar niets van aan.

Mijn zoon trok me mee naar de trampoline. Ik moest erop gaan zitten, zei hij, en hij ging springen. Ik zat en zag die grote, blonde jongen voor me op en neer springen, en ik moest alles doen om geen gelukstranen over de trampoline te laten stromen, en over alle speeltoestellen, door de hele ondergrondse speeltuin, net zolang tot de hele tunnel blank stond. Mijn kind zou daarvan schrikken, wist ik, en dat wilde ik niet.

Ik bleef zitten en keek naar hem, terwijl hij steeds hoger en hoger boven me uit sprong.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden