Spreek niet van ‘de moslim’

Zowel Geert Wilders als zijn critici spreken ten onrechte over ‘de moslim’. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, betoogt Peter Abspoel....

Peter Abspoel en .

Doekle Terpstra roept op tot het vormen van een beweging die een tegengeluid laat horen tegenover de discriminerende en xenofobe uitingen van Wilders, waardoor het debat zou worden ‘gegijzeld’. Terpstra wil laten zien dat het in Nederland helemaal niet zo slecht gaat tussen moslims en autochtonen als Wilders wil doen voorkomen.

Het voorstel heeft naast steunbetuigingen allerlei bedenkingen opgeroepen: zo zou een beweging gericht op een persoon die persoon te belangrijk maken, zij zou polariseren door mensen te dwingen zich tot een van beide kampen te bekeren en de Wilders-aanhang zou er weer een bewijs in kunnen zien dat naar hen niet wordt geluisterd.

Een minstens zo belangrijk probleem is echter tot dusver over het hoofd gezien. Dit is het feit dat de reactie essentiële onderdelen van het begrippenkader van de bestreden visie overneemt. Wilders’ definitie van het probleem wordt gebruikt om aan te tonen dat het zo gedefinieerde probleem eigenlijk geen probleem is.

Wilders ziet de moslims in Nederland als het probleem. De reactie bestaat in het laten zien dat er vele voorbeelden te geven zijn van harmonieuze en verrijkende relaties tussen moslims en autochtone Nederlanders. De categorisering van burgers als moslim en niet-moslim wordt dus overgenomen. Nederland heeft meer dan een miljoen moslims, horen we regelmatig.

Voor de een is dit een probleem, voor de ander een feit dat ons dwingt om de moslims juist serieuzer te nemen. Het echte probleem is dat de mensen die als moslim zijn gecategoriseerd, niet is gevraagd of ze zichzelf als moslim beschouwen en, zo ja, of ze hun moslim-zijn als bepalend voor hun identiteit zien. Niemand vraagt zich nog af hoe divers de groep is die dit label krijgt opgeplakt.

Voor 11 september had je in Nederland etnische groepen: Turken, Marokkanen, Irakezen, Iraniërs, Somaliërs, enzovoort. Binnen die groepen had je grote verschillen wat betreft politieke visies, opleidingsniveau, levensbeschouwelijke oriëntaties, enzovoort. De schokken van de aanslagen in Amerika en Spanje en de moord op Theo van Gogh zorgden voor de energie, nodig om deze groepen in het denken tot één legering om te smelten: moslims. Wie lang genoeg bepaalde onderscheiden maakt in zijn denken en praten, heeft de neiging om de zaken die hij onderscheidt een eigen essentie toe te dichten, en daarmee de heterogeniteit in het geheel en de homogeniteit in de delen te verabsoluteren.

Zo heeft het debat over de moslims zich losgezongen van de realiteit. Maar het wordt een nieuwe factor in het bewustzijn van mensen, en beïnvloedt de sociale dynamiek en de relaties tussen groepen. Ironisch genoeg creëert men zo een behoefte onder jongere ‘moslims’ om zich te wenden tot via internet verspreide ideeën over de zuivere islam, omdat ze in de cultuur die ze hebben meegekregen onvoldoende houvast vinden om invulling te geven aan een van buiten opgelegde identiteit.

Het is dit beeld van een homogene moslimpopulatie dat het debat gijzelt, en dat weersproken moet worden. Wilders heeft het niet gecreëerd; het was er al voor hij ten tonele verscheen met zijn partij. En zijn tegenstanders worden evenzeer door het beeld gegijzeld.

Zorgwekkend is dat ook de overheid de laatste jaren de neiging heeft om burgers te verdelen in moslims en niet-moslims. Zo is er een koepel gevormd van religieuze organisaties (CMO), in de veronderstelling dat deze namens ‘de moslims’ konden spreken en aangesproken konden worden. De vraag hoe representatief ze zijn voor de groep die gemakshalve als ‘de moslims’ wordt aangeduid, werd in elk geval aanvankelijk niet gesteld.

Ook de huidige regering stelt zich ten doel de relaties tussen moslims en niet-moslims te verbeteren, onder meer via een interculturele en interreligieuze dialoog. Ik vrees dat hieraan ‘van moslimzijde’ alleen mensen kunnen deelnemen die zich als spreekbuis van de islamitische cultuur of religie opwerpen. In hoeverre gewone Nederlanders afkomstig uit islamitische landen zich in hun visies en standpunten kunnen herkennen, blijft dan voor de overige deelnemers en toehoorders onduidelijk.

Al maakt het de wereld misschien een stuk minder overzichtelijk, ik pleit voor de vrijheid van individuen om zelf te bepalen wat ze zijn, en in de praktijk zijn dat meestal vele dingen tegelijkertijd. Want de diepste aspiraties en het engagement van mensen komen normaal tot bloei als antwoord op praktische omstandigheden, en in veel mindere mate langs de leidraad van een ideologie.

Het grote gevaar is dat we onbedoeld een sociaal veld vormgeven, waarin alleen plaats is voor bepaalde groepen allochtonen als ze zich een ‘moslimhabitus’ eigen maken. Dit beperkt hun vrijheid, en gaat de samenleving er voor niemand prettiger op maken.

Integratieproblemen bestaan, maar ze vragen om doordachte oplossingen. Potentiële wegbereiders (moslims en niet-moslims) bij voorbaat van de rest van de Nederlandse samenleving doen vervreemden, lijkt mij geen goede strategie. Via een selffulfilling prophecy sluiten we zo de mogelijkheid uit tot het vinden van een gedeeld engagement.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden